Chronixx

Beschouwing Reggae

Jamaicaanse reggae ging door een diep dal – maar het tij lijkt te keren

Chronixx Foto Getty Images

Lowlands viert ook dit jaar weer de reggae, het muziekgenre dat de inspiratiebron is voor zó veel muziek. Treurig genoeg ging bakermat Jamaica de laatste jaren juist door een muzikaal dal. Al lijkt dat tij nu te keren. 

Een goede gewoonte van Lowlands, of liever gezegd: een diepgewortelde festivaltraditie. Hoever we op zaterdag ook zijn weggezakt in de lange technonacht in de Bravo en hoe ziekmakend kort ook het daaropvolgende slaapje in een natte iglotent: de volgende dag, liefst een beetje vroeg in het programma, treedt er een dikke rootsreggaeband aan. En gaat dus toch weer dat zonnetje schijnen. Let maar op, aanstaande zondag, bij de show van de Jamaicaan Protoje en zijn band The Indiggnation. En natuurlijk ook bij het reggaespektakel genaamd Reggae Night, vrijdagnacht al in tent Lima.

Lowlands vindt – terecht – dat reggae nu eenmaal thuishoort op een breed georiënteerd popfestival. De Jamaicaanse muziek is een van de belangrijke pijlers onder de pop, en tot op de dag van vandaag een inspiratie voor hiphop tot reggaeton en van dubstep tot dance en r&b. Lowlands laat ieder jaar met die ene reggaeband dus een van de straalmotoren van de popmuziek loeien.

Maar het lijkt of het festival er met de hardnekkige reggaeprogrammering ook de moed een beetje in wil houden. Want het gaat al een tijdje niet zo goed met de Jamaicaanse hoogcultuur, althans, dat lijkt zo. Wie de programmering van de paar dappere reggaefestivals in bijvoorbeeld Nederland bekijkt, ziet de laatste jaren vaak dezelfde namen, uit vervlogen reggaetijden.

De hoogbejaarde rootsbands Third World en Israel Vibration reizen onophoudelijk de wereld rond en duiken steeds maar weer op in het popclubcircuit. Net als de eerbiedwaardige reggaezangers Johnny Osbourne (70) en Jimmy Cliff (70), en de ook best onverwoestbare Yellowman (62). De zonen van wijlen Bob Marley (Ziggy en Damian) en de grote Jamaicaanse rootsreggaeband Morgan Heritage zijn weliswaar van een nieuwe generatie, maar gaan ook al ruim een kwarteeuw mee. De rootsreggae, de spiritueel bevlogen reggae die in de jaren zeventig werd uitgedragen door Bob Marley, Peter Tosh en Max Romeo, lijkt een beetje te verstenen.

Jimmy Cliff Foto WireImage

Jamaica heeft altijd gegolden als een muzikaal wereldwonder: een armlastig eiland met nog geen drie miljoen inwoners, waar al vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw zo belachelijk veel goede muziek vandaan komt; van calypso tot rocksteady, ska, dancehall en reggae. Jamaica – en vooral de hoofdstad Kingston – liep over van de voortreffelijke reggae, afkomstig uit ontelbaar veel kleine muziekstudio’s en de kantoren van evenzovele platenlabels en artiestenmanagers.

Maar vanaf de jaren nul werd het sprookje grimmig. De wereldwijde muziekindustrie implodeerde: de popeconomie stortte in door illegale downloadpraktijken. Onafhankelijke Jamaicaanse labels, die nu eenmaal weinig financiële reserves hadden, verzopen en de reggae-industrie op Jamaica werd een bittere overlevingsstrijd. 

Volgens de Jamaicaanse reggaezanger Lutan Fyah, die het allemaal van dichtbij meemaakte, werd de muziek op het eiland de afgelopen decennia verpest door schimmige muziekmanagers, die hun artiesten uit wanhoop omhoog probeerden te werken door anderen kapot te maken. ‘Het zijn hosselaars’, zei Fyah twee jaar geleden in de Jamaicaanse krant The Star, ‘die de muziekcultuur om zeep helpen.’

Het reggaetalent dat vanaf de jaren nul opkwam, verdween al dan niet fysiek naar het buitenland. Wat er aan Jamaicaanse reggaeplaten verscheen, werd uitgebracht door de grote platenmaatschappijen overzee of bijvoorbeeld de kleinere Britse reggaelabels Greensleeves en VP Records.

Tot overmaat van ramp kwam ook nog de witte reggae opstomen, van artiesten als de Duitser Gentleman, de Amerikanen Collie Budz en Matisyahu en de Italiaan Alborosie – die overigens zelf naar Kingston verhuisde om daar zijn roots-inspiratie op te doen. Maar echt goede reggae bleek prima buiten Jamaica van de grond te komen, en ook nog eens van artiesten zonder Jamaicaanse achtergrond.

En dan zuchtte de Jamaicaanse muziek vanaf die verdomde jaren nul ook nog eens onder een artistiek-inhoudelijke depressie. Jamaicaanse reggae- en dancehallzangers als Beenie Man, Buju Banton en Capleton, die het buiten de Caribische gebieden toch ook best goed deden, kwamen onder vuur te liggen vanwege hun afgrijselijk homofobe teksten. Concerten van met name dat drietal werden wereldwijd afgezegd. Het tekende de crisissfeer van de Jamaicaanse muziek.

En dat terwijl de popmuziek stikverliefd bleef op reggae. De duistere Britse dubstep is gebouwd op Jamaicaanse fundamenten en de Amerikaanse hiphop en r&b van Drake tot Rihanna kunnen nog altijd niet zonder reggae. Net als de Britpop van bijvoorbeeld Damon Albarns Gorillaz – luister nog maar eens naar het nummer Slow Country uit 2015. Of naar de dance van Major Lazer, of die leuke nieuwe plaat The Gold Fire Sessions van de Amerikaanse zangeres Santigold.

Heel fijn, die internationale reggaeliefde, maar jammer dat de wereld intussen het land van oorsprong aan het vergeten is, constateerde de Jamaicaanse Reggae Industry Association drie jaar geleden in een alarmistisch artikel in het Amerikaanse muziekblad Billboard. ‘Jamaica heeft de wereld reggae geschonken’, zei de voorzitter van die club Michael ‘Ibo’ Cooper, tevens reggaetoetsenist en voormalig lid van de band Inner Circle. ‘En wij zullen nooit proberen te verhinderen dat buiten Jamaica reggae wordt gemaakt. Maar het zou goed zijn als Jamaica weer eens wat terug zou zien van het succes van de reggae en het intellectuele eigendom van het eiland door de overheid wat meer gewaardeerd zou worden.’

Dat vond die overheid zelf ook. Jamaica probeert reggae bij de Verenigde Naties een beschermde status te geven, als cultureel erfgoed. De Jamaicaanse muziekindustrie wordt financieel substantieel gesteund en de overheid overweegt zelfs een soort keurmerk voor authentieke Jamaicaanse reggae in het leven te roepen.

Maar het beste nieuws komt de laatste jaren uit de muziek zelf – je zult het altijd zien. Artiesten als Chronixx, die vorig jaar op Lowlands speelde, en de dit jaar aantredende Protoje worden gezien als voorhoede van een nieuwe Jamaicaanse reggaegeneratie, die niets minder dan een revival ontketent. Ze maken frisse rootsreggae, met diep respect voor de traditie maar toch ook fijn veel eigentijds popgevoel. 

En ze weten op te vallen in de nieuwe muziekindustrie, bijvoorbeeld door handig gebruik te maken van sociale media. Protoje en Chronixx zijn niet meer afhankelijk van gewiekste maar foute managers, maar werken zichzelf omhoog in de afspeellijsten van de streamingdiensten. En bereiken op die manier dus ook weer de internationale podia en festivals.

Reden voor een feestje, dit weekend, in het tentenkamp te Biddinghuizen.

Protoje

Protoje Foto Getty Images

Zijn plaat met de veelzeggende titel Ancient Future uit 2015 was al mooi. Maar het net verschenen rootsreggae-album A Matter of Time is nog wat indrukwekkender. Dankzij Protoje’s flitsend rappende woordenspel in nummers als Flames, en de superaanstekelijke maar zeker niet oppervlakkige reggaepop van Like This en Bout Noon.

Protoje, die eigenlijk Oje Ken Ollivierre heet, eert de reggaevoorgangers Peter Tosh en Bob Marley, maar is net zo goed fan van popzangeres Lana del Rey en rapper Joey Bada$$. Dat hoor je in zijn muziek. Protoje maakt onmiskenbaar groovende rootsreggae, met diepe bassen en goed geplaatste koperblazers, maar hij speelt ook graag met rock- en surfgitaartjes en soepele r&b.

En dan gaan zijn liedjes ook nog ergens over. In het geweldige nummer Blood Money klaagt hij corruptie en politieke machtsspelletjes op Jamaica aan. Zoals het hoort dus, in de rootsreggae. Of zoals Protoje het zelf zei, in een interview met het cultuurmagazine The Fader: ‘Reggae is niet voor op het strand.’

Chronixx

Chronixx Foto Getty Images

Jamar McNaughton alias Chronixx schreef al reggae-‘riddims’ toen hij nog een schoolpleinjochie was. Hij dook zes jaar geleden voor het eerst op in een track van de Amerikaanse danceband Major Lazer. Inmiddels is Chronixx een van de nieuwe Jamaicaanse sterren van de reggae, en die status dankt hij vooral aan zijn zangerige rootsliedjes, die soms heerlijk romantisch zijn en soms gelukkig ook gemeen maatschappijkritisch.

Je weet wat je krijgt, bij nummers als Selassie Children, Ghetto Paradise en Skankin’ Sweet, van zijn debuutplaat Chronology uit 2017. Klassieke, maar bijzonder goed verzorgde reggae dus, met optimistische grondtonen. Prachtig is Chronixx’ liedje Big Bad Sound van vorig jaar, dat hij opnam met zijn vader, de reggaezanger Chronicle.

Raging Fyah

Kumar Bent van de reggaeband Raging Fyah Foto Getty Images

Op de hoes van de plaat Destiny van de Jamaicaanse rootsband Raging Fyah worden we aangestaard door een onverwoestbaar reggaesymbool: een Leeuw van Juda, in de welbekende rastakleuren rood, geel en groen. Dat zegt dus alles. Raging Fyah is een opgewekt groovende reggaeband, met plezierig veel hammondorgels, elastieken slaggitaartjes en een overdaad aan fraaie meerstemmigheid en romige achtergrondkoortjes.

Mede daarom doet de band soms wat denken aan een van de vocale topgroepen uit de jaren zeventig, The Congos. Wie nog steeds in vervoering raakt van het religieus bevlogen en schitterende Fisherman van die band uit 1977, doet er goed aan ook eens naar het nummer Fight van Raging Fyah te luisteren. Glinsterende stemmenpracht.

Popcaan

Popcaan Foto Getty Images

Popcaan hoort in dit rijtje rootsrevivalnamen eigenlijk niet thuis, want Andrae Hugh Sutherland, zo heet hij echt, is een van de nieuwe Jamaicaanse sterren van de dancehall en dus eerder een kind van de dancehallkoning Sean Paul dan van Bob Marley.

Toch krijgt Popcaan een eervolle vermelding, al was het maar omdat de Jamaicaanse muziek de laatste jaren heel veel aan Popcaan te danken heeft. Zijn stem dook op in talloze internationale pop- en hiphophits en in nummers van Drake tot Jamie XX, Pusha T en Gorillaz. Bovendien verscheen eind vorige maand een belangrijk tweede album van Popcaan, met de ambitieuze titel Forever.

Daarop gaat Popcaan zich net wat te veel te buiten aan autotune-stemvervormers en al te gladde liefdespopliedjes. En soms toch ook een beetje foute machoteksten, die kennelijk onlosmakelijk aan de dancehall verbonden blijven. Desondanks: chapeau voor Popcaan.

Protoje speelt zondag op Lowlands met zijn band Indiggnation, in tent Heineken, en op 7 november in podium Melkweg in Amsterdam. Op vrijdagnacht wordt in tent Lima het reggaefeest Reggae Night gevierd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.