'Jamaica became part of me'

Door het succes van Bob Marley wilde zakenman Richard Branson ook een reggaelabel. De minder bekende, maar steengoede reggae-artiesten van Front Line zijn nu verenigd op een nieuwe cd-box.

Beeld Dennis Morris

Het moet een gezellige boel zijn geweest, februari 1978 in het Sheraton Hotel van Kingston, Jamaica. Richard Branson, zakenman en platenbaas van het Britse Virgin-label had er een hele etage afgehuurd. Er waren kamers gereserveerd voor Johnny Lydon (toen nog Johnny Rotten), die kort daarvoor zijn punkband Sex Pistols had ontbonden, dj en filmmaker Don Letts, fotograaf Dennis Morris en journaliste Vivien Goldman.

Ze waren daar niet alleen voor een paar weken vakantie. Ze moesten naar Londen terugkeren met een flink aantal contracten op zak, getekend door Jamaicaanse muzikanten. Een missie die zou slagen. Hun bezoek zou een schat aan tijdloze reggaeplaten opleveren, waarvan nu een selectie is verschenen op de vijf cd's tellende box Front Line - Sounds Of Reality. Een box die de geschiedenis vertelt van een paar jaar durende flirt van entrepreneur Richard Branson met reggaemuziek.

Dat ging ongeveer zo. Branson, een paar jaar eerder schatrijk geworden dankzij het miljoenensucces van Mike Oldfields Tubular Bells, volgde in 1978 opnieuw heel handig zijn zakeninstinct. Hij moest iets met reggae-muziek doen, voelde hij al enige tijd. Chris Blackwell, baas van het Island-label, zijn grote concurrent op de Britse progressieve popmarkt, had flink fortuin gemaakt met de door hemzelf in Europa geïntroduceerde Bob Marley. Marleys platen en andere reggaemuziek, zoals de ook door Blackwell uitgebrachte producties van duivelskunstenaar Lee Perry, waren in Groot-Brittannië zeer succesvol.

Er moest meer te halen zijn in Jamaica, de bakermat van de reggae. Maar de concurrentieslag met Blackwell zou Branson nooit kunnen winnen. Die was als 22-jarige in 1959 nota bene op het eiland zijn label begonnen en had sindsdien met wisselend succes talloze ska-, rocksteady- en reggaeplaten uitgebracht. Maar er moest ruimte zijn voor een nieuw reggaelabel, dacht Branson. Niet alleen omdat Bob Marley uitgroeide tot een wereldster, maar ook omdat in Londen de punkscene met reggae aan de haal was gegaan.

Reggae was eind 1977 dankzij de albums van bijvoorbeeld Culture (Two Sevens Clash), Junior Murvin (Police and Thieves) en The Congos (Heart of the Congos) ook doorgedrongen buiten de grote Jamaicaanse gemeenschap in Groot-Brittannië en sloeg aan bij de (blanke) hipsters, die importbakken afstruinden naar Jamaicaanse singles van Prince Far I, U-Roy, Tappa Zukie en The Gladiators. Artiesten die in Jamaica al grootheden waren, maar (nog) niet door Blackwell waren binnengehaald.
Branson zag het gat in de markt, maar wie moest al dat talent gaan ontdekken en contracteren?

Johnny Rotten dus. Want had de gewezen Sex Pistol niet in een radio-programma verkondigd verslingerd te zijn geraakt aan reggaemuziek? En had hij niet vervolgens het nummer Born for a Purpose/ Reason for Living van Doctor Alimentado gedraaid, wat voor veel punks een introductie tot de reggae betekende?

Rotten wilde wel. Maar niet zonder zijn vriend, Don Letts. Een Londense rasta die als dj in de vermaarde punkclub The Roxy, de pauzes tussen concerten steevast vulde met reggae. Bij hen voegden zich de bevriende fotograaf Morris en journalist Goldman.

Daar zaten ze dus, februari 1978 in het Sheraton van Kingston. Hun komst was niet onopgemerkt gebleven. Er stond meteen een stoet muzikanten voor het hotel, soms met gitaar en al dan niet met hun lange rastaslierten in een muts gepropt. In 1978 mochten rasta's hun typerende kapsel niet in het openbaar tonen. Sterker, het Sheraton was eigenlijk voor hen verboden. Maar de directie gedoogde alles, Branson betaalde te goed.

Het zouden vruchtbare weken blijken. Bij terugkomst in Londen had Branson genoeg toezeggingen van artiesten om de oprichting van een compleet nieuw label, Front Line, te rechtvaardigen. Hij had op het juiste moment toegeslagen, zo kunnen we na al die jaren wel vaststellen, want reggae beleefde eind jaren zeventig het artistieke hoogtepunt.

Dj's, toasters (praatzingen over bestaande muziekjes), zangers, zanggroepjes: Front Line tekende ze allemaal. U-Roy, I-Roy, Prince Far I, Big Youth, The Gladiators, Culture en Gregory Isaacs waren de belangrijkste namen. Tussen maart 1978 en december 1979 bracht Front Line 46 albums en 26 singles uit die tot de beste uit de reggaegeschiedenis mogen worden gerekend. Grote hits zaten er echter niet tussen - mogelijk was dit de reden dat Branson er na ongeveer anderhalf jaar al de stekker uittrok.

Johnny Lyndon

Johnny Rotten heette toen weer Johnny Lydon en was met een nieuw project begonnen, PiL, dat zeer door Jamaicaanse muziek was beïnvloed. Je hoort vooral dub (door diepe bassen gedomineerde instrumentale reggae) terug op PiLs meesterwerk Metal Box (1979).

De meeste artiesten van Front Line vonden elders onderdak, zoals op het in 1979 opgerichte en nog altijd actieve Londense Greensleeves Records.

De Front Line-discografie is via allerlei budgetcompilaties en andere heruitgaven de afgelopen jaren aardig beschikbaar gebleven, maar de nu verschenen box met vijf cd's en een informatief boekwerkje is zeer welkom.

Op Front Line verschenen geen baanbrekende producties van een Lee Perry en evenmin echt legendarische platen zoals die van Bunny Wailer, Sugar Minott en Burning Spear. Maar je hoort op de vijf cd's wel prachtige zang van The Abyssinians, meeslepende toasts van U-Roy en die woest dreunende donderstem van Prince Far I. Ze maakten allen nummers die minstens zo prachtig zijn als de Perry-producties en Burning Spearplaten, alleen wat minder bekend.

Johnny Lydon is, zo zegt hij in zijn inleiding van het begeleidende boekwerkje, Branson nog altijd eeuwig dankbaar voor de trip. 'I loved it, and Jamaica became part of me.'

Diverse artiesten: Front Line -Sounds Of Reality, Virgin/ Universal.

Front Line top-5


De vijf mooiste reggaenummers die door het Front Line-label werden uitgebracht, volgens Gijsbert Kamer:

1 Prince Far I: Throw Away Your Gun

2 Gregory Isaacs: Soon Forward

3 U-Roy: Natty Rebel

4 Culture: Can't Study the Rastaman

5 The Abyssinians: South African Enlistment

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden