Jagger tussen zwartrokken in Arles

Arles ‘Ik ben geen zakenman’, zei Mick Jagger laatst in keurig Frans op de tv. ‘Ik ben een homme créative – een kunstenaar.’ Hoe creatief, dat toont de expositie van tientallen portretfoto’s die zo’n beetje een halve eeuw jaggerisme beslaan....

Of hij nu de gedaante aanneemt van oude tante, panter, mimespeler, beurshandelaar, lekenpriester of dandy, altijd schemert daar die witte neger met zijn volle lippen en elastieken mond doorheen. Heel soms poseert hij als zanger in een rockband, wat niet per se de spannendste foto’s oplevert.

Jagger en de camera staan op onwaarschijnlijk goede voet met elkaar. De uitbundigheid van de foto’s wordt mooi getemperd door de locatie, de Église des Trinitaires, waarin hier en daar nog de mozaïekvloer zichtbaar is. Les Rencontres d’Arles, een van de grootste fotofestivals ter wereld, dat is ook steeds de ontmoeting van een oeuvre met een plek. ‘Zwaar en prikkelend’, dat is het motto van deze aflevering, die zich dan ook afficheert met een neushoorn.

Klooster
Een hoofdrol is weggelegd voor twee fotografen op de grens van de abstractie. De Oostenrijker Ernst Haas kreeg een overzicht in het monumentale klooster Saint-Trophime. Zijn werk lijkt steeds te gaan over structuren, over materie, het spel van vlakken en lijnen. Maar altijd is er een element dat het beeld naar de werkelijkheid trekt: een autostuur, het profiel van een band (hij is kennelijk gefascineerd door auto’s), een gezicht gespiegeld in een winkelruit.

Typerend is een van hoog perspectief genomen foto met links een uitwaaierende snelweg, rechts het vlak van de zee en daartussen het gekrioel van minuscule badgasten, in de weer met hun witte badhanddoeken. Haas heeft het oog van een schilder, maar gebruikt andere materialen.

Poëtischer nog is de benadering van de Italiaan Mario Giacomelli, te zien in de kapel Saint-Martin du Méjan. Een leven lang fotografeerde hij zijn streek, de Marken, in zwart en wit. Grijstinten zijn aan hem niet besteed, de werkelijkheid wordt naar zijn limieten gedwongen. Het net geploegde akkerland lijkt als uit steen gehouwen, de patronen van de voren een eeuwige bron van inspiratie.

Geen wonder dat hij zich aangetrokken voelde tot de in het zwart geklede oudjes van zijn dorp, die hij ongekend teder vastlegde, balancerend op de rand van de dood. Ook de andere zwartrokken konden op zijn belangstelling rekenen: een serie spelende priesters is verbluffend. Ze dansen dartel hand in hand, laten hun soutanes zwieren en gieren van de lach. Het decor is hagelwit: een handvol kooltjes in de sneeuw.

Hartverscheurend is het werk van de in Nederland geboren Paolo Woods. Niet om wat hij laat zien; integendeel, zijn foto’s zijn eerder opgewekt. Ze tonen een jager in de bergen, rijke jeugd bij een zwembad, een moeder en dochter in de keuken, het weerzien van twee familieleden, een kus op een bruiloft.

Tragiek
De serie is gemaakt in Iran, en dat is de tragiek. Zo’n mooi land, zo’n mooi volk – maar balancerend op de rand van een burgeroorlog die het land kan verscheuren. De brugfoto is die van een vrouw die vanuit een auto zelf een foto maakt. Haar neus zit in het verband, ze heeft zojuist plastische chirurgie ondergaan. En wat ze fotografeert, dat zijn de opstanden na de herverkiezing van president Ahmadinejad. Een opstand die hier door een collage van amateurfoto’s wordt gememoreerd.

‘Een foto is niet als de madeleine bij Proust’, schreef Roland Barthes in zijn fotografische standaardwerk La chambre claire. ‘Een foto toont alleen: dit was er, zo is het geweest.’

Dan had hij buiten de Chinezen gerekend. Duizenden, misschien miljoenen foto’s zijn in de tijd van Mao door censoren behandeld. Ze voegden bomen, bergen en zwaaiende scholieren toe, maar vooral haalden ze figuren weg. Een partijlid dat niet uitbundig genoeg lachte, een chagrijnig kind, een moeder in vieze kleren, soldaten die uit de pas liepen – ze werden weggepoetst of vervangen door iets beters.

De Chinees Zhang Dali maakte er zijn levenswerk van in de archieven de originelen op te duiken. De resultaten toont hij als een spel van de zeven vergissingen: boven de foto zoals gepubliceerd, daaronder de oorspronkelijke opname.

Het resultaat is tegelijk hilarisch en huiveringwekkend. Hele volksstammen werden weggeknipt om de mythe te benadrukken: de grote leider, eenzaam strijdend voor een betere toekomst. En denk eens aan al die censoren, achter hun droeve bureautjes met schaar en lijmpot bezig de werkelijkheid te plooien naar de droom van de grote stap voorwaarts.

Gevechtsvliegtuig
De keuze voor de Argentijn Léon Ferrari als eregast moet te maken hebben met de Franse hang naar revolutionaire daden. Een leven lang is hij beeldenbestormer en fotografie is niet meer dan een middel dat daarbij van pas komt.

Blote borsten puilen uit een kerkgevel, bij George Bush komen de gevechtsstraaljagers uit oren, neus en mond. De hel is voor hem een kooi met heiligen, bewaakt door duivels met een rode staart. Het pièce de résistance is een Jezus, gekruisigd aan een gevechtsvliegtuig. Zo straf wordt het in de kerk Saint-Anne zelden getoond.

Een kleinere expositie aan de overkant van de Place de la République plaatst het werk van Ferrari in een ander daglicht. Daar worden foto’s uit het begin van de vorige eeuw getoond van zijn vader, Augusto Ferrari. Hij fotografeerde figuranten, die hij baarden en mantels gaf en bijbelse poses liet aannemen. De foto’s waren studiemateriaal voor de muurschilderingen die hij zou maken voor een kerk in Buenos Aires. Zoon Léon trok dus in zekere zin ten strijde tegen zijn vader.

Zo zijn er in Arles veel dwarsverbanden te ontdekken. Wie alles wil zien, heeft aan een dag niet genoeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden