Take FiveJack Poels

Jack Poels, de Springsteen van de Peel, over zijn vijf belangrijkste platen

Jack PoelsBeeld Daniel Cohen

Jack Poels debuteert na 35 jaar Rowwen Hèze eindelijk als soloartiest met het album Blauwe vear. Hij vertelt welke vijf albums hem hebben beïnvloed als songschrijver.

Hoe is het mogelijk dat Jack Poels pas nu, op zijn 62ste, zijn officiële solodebuut maakt? In liedjes voor zijn band Rowwen Hèze toonde hij zich al zo vaak de Springsteen van de Peel, een songschrijver met oog voor mensen en detail, geworteld in de Noord-Limburgse grond, schilderend in de kleuren van de eigen taal.

Blieve loepe (1990), De Peel in brand (1991), De Zwarte Plak (1993) of, recenter, Vastenoavend is vurbeej (2019); de bandcatalogus telt zo veel mooie liedjes die op een soloalbum hadden gepast. Het wordt hem ook al decennia gevraagd: Jack, waarom nooit eens solo?

Pas nu, na 35 jaar en 23 albums met Rowwen Hèze, is er eindelijk Blauwe vear: een collectie tedere liedjes met Jack Poels als afzender. Op de albumhoes staat zijn naam naast staat zijn portret, en profile: de kraaienpootjes en de zilveren baard van een man die dit misschien eerder had moeten doen.

Beeld cover

‘Ik heb al vaak pogingen ondernomen’, zegt hij vanuit zijn huis in America, ‘maar altijd deed Rowwen Hèze een beroep op me. Dan gingen de liedjes weer naar de band. Zo is het zeker vijf, zes keer gegaan. De band ging altijd voor. Met liefde, overigens. Het was altijd mijn eigen keuze.’

In de nazomer van 2019 liep het anders. Na het recentste Rowwen Hèze-album Voorwaartsch (2019) bleven er wat liedjes over. De rust trad in, de agenda raakte leeg, de tijd was rijp, zeker toen zoon Jan in augustus 2019 voor vijf maanden naar Zuid-Korea vertrok. Pa Jack had het er moeilijk mee. De volgende dag vond hij tijdens een boswandeling een veer van een Vlaamse gaai, KLM-blauw als het vliegtuig waarin zijn zoon op dat moment zat.

‘Toen gingen de sluizen open’, zegt hij. ‘De liedjes, de beelden, de woorden, ze stroomden uit me. Zo heb ik het echt zelden meegemaakt.’

Zo’n veertje kan bij Jack Poels een liedje, een album én een schilderij opleveren. Het schilderij Blauwe vear keert terug in het artwork bij het album: op de binnenhoes en in het cd-boekje.

Het album kreeg in september en oktober gestalte in samenwerking met zijn muziekkameraad Bart-Jan ‘BJ’ Baartmans, die het album produceerde en poëtische klankaccenten plaatste zoals hij dat kan, op mandoline, piano, mondharmonica en wat al niet.

Van een coronacrisis was tijdens die sessies nog geen sprake, maar het even ontroerende als opbeurende Blauwe vear is door zijn eenheid van plaats toch een geschikte ‘lockdownplaat’ geworden. De liedjes hebben een actieradius die niet veel groter is dan Poels’ achtertuin: ze gaan vrijwel allemaal over wat hij kan zien vanuit het tuinhuis waarin hij zich terugtrekt om te schrijven en te schilderen.

Dat begint bij de prachtige opener In de achtertuin, waarin Poels zich tot zijn zoon richt: ga maar, jongen. ‘Geej wilt door nar onbekende plekke/ Dat motte geej doen, gat d’r moar hin/ Als ge zukt, als ’t neet lukt, kom terug nar de achtertuin (...) Wat d’r ook speult, zomer, winter, lat mar wiete en ik bin d’r.

Daarna gaat het van de dorpskerk die hij vanuit de tuin kan zien (Elf oaver elf), via de aanblik van zuidwaarts vliegende ganzen (Verder, verder) en hier en daar een jeugdherinnering (Chaufeur), naar de blauwe veer en een overpeinzing bij de ontluikende kersenbloesem.

‘Ik zou op tournee gaan met BJ Baartmans en Jan Hendrix van Doe Maar’, zegt Poels. ‘Drie muzikanten en de liedjes. Dat moet nu even wachten, maar het uitstel heeft ook zo zijn voordelen: de liedjes blijven komen. Van verveling is geen sprake, ik schrijf haast elke dag.’

Poels pakt door. Zo kan het gebeuren dat sinds de verschijning van Blauwe vear alweer een nieuwe, losse single is uitgekomen: Zing

Werkt hij in het tuinhuis? Nee, daar even niet. Jan, terug uit Zuid-Korea, heeft er nu zijn intrek genomen. Terug in de achtertuin, want ‘heer stadde noeit vur ’n dichte deur’.

‘Ik ben verdreven’, lacht Poels. ‘Ik werk in huis, maar ik klaag niet. Het gaat fijn, geweldig zelfs. Ik gedij eerlijk gezegd wel goed bij zo’n quarantaine.’

Nog een voordeel van aan huis gekluisterd zijn: tijd om te vertellen over vijf albums die hem als songschrijver beslissend hebben beïnvloed is snel gevonden.

Jack PoelsBeeld Daniel Cohen

1. The Lonesome Jubilee (1987) van John Cougar Mellencamp

Beeld cover

Op Scarecrow (1985) vond Mellencamp naar eigen zeggen de alternative country uit. The Lonesome Jubilee is zijn standaardwerk: rauwe country en folk, elektrisch en akoestisch.

‘Rowwen Hèze was aanvankelijk een hardrockband uit de hoek van Thin Lizzy, Status Quo en ZZ Top. Daar kwam gaandeweg folk bij, precies in de tijd dat John Mellencamp The Lonesome Jubilee uitbracht. Die plaat, waarop een accordeon en een fiddle hun intrede deden in zijn werk, hadden we vaak op staan in de bus.

‘Hij paste heel goed bij de cocktail die bij ons aan het ontstaan was: Tren van Enckevort bracht hardrock en carnaval, ik bracht folk, ‘Smidje’ Haegens een snufje fanfare. The Lonesome Jubilee was zo’n plaat waarop we elkaar in die tijd ontmoetten, als het ware.’

2. If I Should Fall From Grace With God (1988) van The Pogues

Het derde, succesvolste en compleetste album van de Ierse folkpunklegende rond Shane MacGowan was ook hun meest eclectische, met snufjes folk uit Spanje en Turkije.

‘The Pogues hebben me ontzettend beïnvloed. Hun mix van rock, punk en folk sprak me aan. En wat een songschrijver, die Shane MacGowan. Hem ben ik met de jaren alleen maar beter gaan vinden. Veel mooier dan Fairytale of New York gaat het niet worden. Mijn Ierse setter heet trouwens MacGowan.

‘Ik vond het heel inspirerend dat The Pogues zich niet schaamden om er evergreens bij te halen, bijvoorbeeld van The Dubliners. Dat was goed nieuws voor ons, want zo stonden wij er ook in.’

3. De Vrijbuiters (1980) van De Vrijbuiters met zang van Ben Verdellen

Begonnen als coverorkest besloten De Vrijbuiters uit Blerick voor hun ‘witte elpee’ uit 1980 zélf liedjes te schrijven met teksten in het Limburgs. Ze speelden in elk dorp. In musketierstenue.

‘Ik had lang haar, speelde in een rockband en werkte in Venlo. Op een dag liep ik de Markt op, waar toevallig De Vrijbuiters speelden. Ik viel er middenin. Limburgse volksmuziek, heel braaf allemaal.

‘Het paste op dat moment niet in mijn denken, maar het Limburgse in klank en taal deed me toch iets: de eenvoud ervan, het kleine. Later ben ik sommige van de liedjes ook echt mooi gaan vinden.

‘De Limburgse Vrijbuiters stopten er rond 1985 mee. Verwar ze niet met de Hollandse Vrijbuiters die daarna kwamen.’

4. Train a Comin’ (1995) van Steve Earle

Nadat hij zijn drugsverslaving had overwonnen, keerde Steve Earle in 1995 terug met een rauw klinkend soloalbum als country- en bluegrass singer-songwriter.

‘Ik kende Steve Earle eigenlijk nog niet zo goed toen ik Train a Comin’  hoorde. Hij was zwaar verslaafd geweest, kwam volgens mij zelfs net uit de petoet. Die periode leverde rauwe songs op, die hij voor het album ook heel basaal opnam: alleen het hoognodige, een beetje mandoline of fiddle, maar verder helemaal gestript, alle ruimte voor de kale essentie van de liedjes. Het is nog altijd een van mijn favoriete platen.

‘Nog iets belangrijks dat Steve Earle me heeft geleerd: durf te praten tijdens optredens – en durf dat onvoorbereid te doen.’

5. ...And a Time to Dance (1983) van Los Lobos

Beeld cover

Doorbraak-EP van de chicanorockers uit East Los Angeles met muziek van een onweerstaanbaar vuilnisbakkenras: rock, folk, tex-mex en een waaier aan latinstijlen.

‘Het klinkt misschien gek, maar dit had echt Limburgs kunnen zijn. Limburgse emigranten, via Duitsland naar Amerika, polka, blazers, accordeon, een bak tex-mex eroverheen en dan komt het na die hele wereldreis zó terug.

‘Los Lobos is eigenlijk gewoon een kermisduo. Hun Anselma werd ons Bestel mar, maar ook zonder dat feit waren ze muzikale bloedbroeders van Rowwen Hèze geweest, in veel opzichten.

Bestel mar was onze doorbraaksingle, maar is ook voor mij als songschrijver belangrijk geweest. Waarom zing je niet gewoon over de kroeg op de hoek? Kan ook een kerktoren of een blauw veertje zijn. Dat uitgangspunt zal ik altijd bij me dragen.’

Jack Poels: Blauwe Vear. Snowstar.

Snowstar

Opvallend: Blauwe Vear verschijnt via het vanuit Utrecht operererende indielabel Snowstar, waarop singer-songwriters als I Am Oak, Kim Janssen en Broeder Dieleman hun veelal ingetogen werk uitbrengen. De samenwerking is een Limburgs ééntweetje: Snowstar-labelbaas Cedric Muyres is Limburger en bewonderaar van Poels’ werk.

INZET: PLAYLIST: Poels’ mooiste voor Rowwen Hèze

Twieje wurd (1991)

Niks zonder ow (2019)

Blieve loepe (1990)

Zilverstroat (2010)

November (2000)

De Peel in brand (1991)

Auto, vleegtuug (1999)

De neus umhoeg (1995)

Treurig liedje (2012)

De Zwarte Plak (1993)

Vlinder (2003)

Goud (1995)

Werme regen (1993)

Heilige Anthonius (1997)

Vastenoavend is vuurbeej (2019)

(Samenstelling: Johan Gijsen, Cedric Muyres, Leon Verdonschot, Menno Pot)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden