Reportage

Jacht op heksen en losbandige vrouwen

Kunstenaars als Bruegel veranderden karakterloze vrouwtjes uit getijdenboeken in wezens met een punthoed. Een kostelijke tentoonstelling laat zien hoe.

David Teniers II, Vertrek naar de sabbat. (1640-¿50).Beeld Catharijneconvent

Neem nou zo'n vrouw als Eucalypta. Neus van hier tot Tokio, wratten op haar kin. Zag je haar rondvliegen in Paulus de Boskabouter dan wist je direct wat voor vlees je in de kuip had; Eucalypta, dat zag zelfs de meest flegmatieke kleuter, was een heks. En dus leek ze op de heksen zoals kunstenaars die al sinds mensenheugenis hadden voorgesteld. Of, preciezer: sinds de 16de eeuw. Toen tekende niemand anders dan Pieter Bruegel de Oude de heks in haar moderne hoedanigheid. Een kostelijke tentoonstelling in het Catharijneconvent toont hoe dat zit.

Ze is geënt op een proefschrift van de Belgische kunsthistorica Renilde Vervoort en gaat naast de reële heksenvervolgingen over de verwording van de heks als cultuur-historisch fenomeen. Een frappant geheel. Er zijn curiosa uit de tijd van de heksenjacht: verluchte gebedenboeken, demonologische traktaten, goochelaars parafernalia, een 19de-eeuws rattenfluitje en ook een luguber martelwerktuig, de schandhuik; daarnaast zijn er zeer goeie prenten en schilderijen van onder anderen Bruegel, Teniers, Cornelis Saftleven. De tentoonstelling gaat van feit naar fictie; eerst de geschiedenis, dan het entertainment.

Die geschiedenis was niet onschuldig. Van de 15de tot de 18de eeuw belandden hier ruim twaalfhonderd vrouwen op de brandstapel. Dat gebeurde vaker in de Zuidelijke dan in de Noordelijke Nederlanden, en werd gevoed door een cocktail van ketter-vervolging en misogynie, en ook ter bezwering van ''s levens felheid', wellicht. De angst voor de heks, lijkt het, was ook de angst voor ziekte, misoogsten, vrouwelijke losbandigheid. Achter al dat gedoe rond nachtelijke toversessies en bovennatuurlijke krachten kun je een wezenlijker schrikbeeld ontwaren: dat van de vrouw die rondneukt. Het vergt weinig verbeeldingskracht om een verband te zien tussen de jacht op toovenerssen in de christelijke wereld en het stenigen van vermeend overspelige vrouwen in de huidige streng-Islamitische.

Die eersten werd het bepaald makkelijk gemaakt. In demonologische traktaten, zoals de beruchte Heksenhamer, werd fijntjes uitgelegd waaraan heksen zich schuldig maakten. Wij noteren: het maken van slecht weer, een vintage heksen-streek, maar ook het verstoppen van penissen in bomen, wat de vervolgvraag oproept dat áls je dan zo nodig iemands penis moet stelen, waarom je hem dan in vredesnaam in een boom zou verstoppen en niet op een handzamer plek, zoals onder je heksenmantel of achter de kookpot?

Punthoed

De kunstenaar die zulks wilde weergeven kampte met een probleem: het waren verzinsels. En dus waren de eerste heksenvoorstellingen precies dat: illustraties van verzinsels, afbeeldingen waaraan kunstenaars gaandeweg de 16de eeuw zelf elementen toevoegden. Toen veranderden de karakterloze vrouwtjes uit de getijdenboeken en traktaten in de archetypische toverkollen met punthoed zoals we die nog kennen uit bijvoorbeeld de Donald Duck.

Eén kunstenaar speelde in die transformatie een doorslaggevende rol: Pieter Bruegel de Oude. Die maakte in opdracht van de Antwerpse uitgever Hieronymus Cock twee prenten over Sint Jacob en de tovenaar die door zijn eigen 'duvelen' werd verscheurd, en op die prenten zien we, naast die heilige en die tovenaar en de kop van een olifant en talloze vreemde duiveltjes met knuppels en eendenbekken, óók heksen op bezems in schoorstenen verdwijnen.

Bruegel maakte er school mee. Andere kunstenaars, die Cocks prenten wellicht hadden gezien, gebruikten zijn airborne-heksen als middelpunt voor voorstellingen die allengs een fantastischer karakter kregen. Ook de heksen op David Teniers II's Vertrek naar de Sabbat (1640-50) bijvoorbeeld, een heerlijk macaber tafereel met levende vogelschedels en fluitspelende kikkers, verkozen bezem boven paard en de schoorsteen boven de voordeur. Net als Eucalypta. Alleen hield die haar kleren aan.

De Heksen van Bruegel: Hekserijvoorstellingen in de Lage Landen tussen 1450 en 1700. Catharijneconvent Utrecht. T/m 31/1. Catalogus 19,95 euro.

De prent, uit 1565, is gemaakt naar Sint Jacob bij de tovenaar van Pieter Bruegel de Oude.Beeld Catharijneconvent
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden