Theaterrecensie Nasrdin Dchar

JA is een geestig feelgoodverhaal, maar mist de maatschappelijke scherpte Nasrdin Dchars eerdere werk (vier sterren)

Geestig en hartroerend leidt Dchar langs vele misverstanden in en buiten zijn relatie. 

Nasrdin Dchar in 'JA' Beeld Raymond van Olphen

Het begint met een aandoenlijk schimmenspel. Acteur Nasrdin Dchar zit achter een laken en verbeeldt met kleine poppetjes de ontmoeting van zijn opa en oma in Marokko in 1933. Opa Achmed reed wat op zijn paard, zag Aisha aan de waterkant en wist meteen: zij is het. Het huwelijk wordt gezegend met zeven kinderen, onder wie Habiba. En háár sprookjeshuwelijk met Mohammed leidt vervolgens tot de geboorte van Nasrdin. Volgens eenzelfde procedé brengt Dchar de stamboom van zijn echtgenote Amy in beeld, beginnend in Nederlands-Indië in 1946. Al die legendarische liefdesverhalen samen leiden onvermijdelijk naar de Marina Bar in Steenbergen, anno 2004, waar Nasrdin halsoverkop valt voor Amy. Hij heeft altijd in de ware liefde geloofd, zegt Dchar met een verontschuldigend lachje en een lichte blos. Je gelooft hem.

In zijn nieuwe solo JA zijn wij, toeschouwers in de Amsterdamse Stadsschouwburg, gasten op Dchars langverwachte huwelijk. Het gewicht van dit moment, luttele seconden voor het ja-woord, brengt Dchar op het toneel tot kritische zelfreflectie. Want waarom moest het vijftien jaar duren alvorens hij de vrouw van zijn dromen trouwt? Via de raamvertelling van hun huwelijksfeest neemt Dchar ons mee in een reconstructie van de relatie, van de eerste verlegen kus in het park tot het aanzoek op een berg in Boedapest. Hij: een praktiserend moslim uit een traditioneel Marokkaans-Nederlands nest, zij een eigenzinnige Brabantse die wel houdt van een pilsje en een peuk. Jarenlang weten ze samen de echt heikele kwesties te ontwijken. Ze ‘doen het gewoon’, zegt Dchar: Kerst bij haar ouders, Suikerfeest bij die van hem. Maar de bom barst als voor het huwelijk uiteindelijk echte keuzes moeten worden gemaakt.

Beeld Raymond van Olphen

Op de van hem bekende, innemende verteltoon voert Dchar ons in een sober maar inventief toneelbeeld (Robin Vogel) langs de vele vooroordelen en misverstanden waar ze als stel mee te maken krijgen, zowel binnen de relatie als erbuiten. Centraal daarbij staat steeds Dchars schuldgevoel: hij wil zijn ouders geen verdriet doen, hen niet te schande maken, hij wil een goede moslim zijn – al zijn er wel grenzen (zoals: geen seks voor het huwelijk). Daartegenover staat zijn grote liefde voor Amy, en de wens om zonder gewetensbezwaren of halfbakken compromissen met haar samen te zijn. Hun relatie is altijd een vraagstuk, zegt hij, en dat frustreert.

Dchar speelt naast zichzelf ook andere betrokkenen, zoals zijn eigen vader, zijn beste vriend Mike (met Brabantse tongval) en zijn aanstaande, Amy. In de toneelversie van hun verhaal stelt Amy zich wel heel geduldig op. Op zeker moment word je die weifelende Dchar zelfs een beetje zat; hoe hij conflicten schuwt en iedereen tevreden wil houden, maar daardoor nooit écht verantwoordelijkheid neemt. Met als dieptepunt zijn voorstel om haar na de huwelijksvoltrekking een kusje op het voorhoofd te geven, omdat een echte zoen voor zijn ouders te ongemakkelijk zou zijn. Gelukkig wijst ze hem niet lang daarna de deur, met een welgemeend ‘Wat ben je toch een slappe zak’. Moedig, van Dchar, dat hij zichzelf zo te kijk zet.

Beeld Raymond van Olphen

Tot dat punt blijft de voorstelling wat aan de veilige kant, met grapjes, zelfspot en hartverwarmende anekdotes en ontboezemingen. Ook als performer is Dchar vooral sfeermaker en allemansvriend, waardoor de materie nergens echt schuurt. Bovendien mist dit verhaal veel van de maatschappelijke scherpte die zijn vorige solo DAD, over de groeiende kloof in de samenleving, wél had. Lang blijft JA een feelgoodverhaal: geestig, warmbloedig en onderhoudend, maar niet veel meer dan dat.

Totdat Dchar, na de breuk en een paar treurig stemmende scharrels, plotseling beseft hoe hij het wil doen. Op zíjn manier, met respect voor zijn prachtige cultuur, maar wel in dit land. Zijn land. Met haar. Met Amy. ‘Zij is het. Laat het maar moeilijk zijn.’ Het is een mooie, geëmotioneerde uitbarsting die plots niet alleen meer over een relatie gaat, maar over een hele samenleving. Over het accepteren – maar niet negeren – van verschillen, het uitspreken van verwachtingen en het aangeven van grenzen, het niet schuwen van ongemak of conflict. Zonder dat het letterlijk wordt benoemd, voel je daar opeens het vuur van Dchars maatschappelijke missie.

In een hartroerend slotritueel laat Dchar de toeschouwers in de zaal uiteindelijk óók een gelofte doen, aan elkaar, en aan de samenleving. Dat is mooi en nodig, want, zegt hij: negativiteit is besmettelijk. Maar positiviteit is dat ook. 

Nasrdin Dchar (40) maakte eerder twee succesvolle solo’s, Oumi, over zijn moeder, en DAD, over zijn vader. Hij speelde onder meer bij het Ro Theater en Het Toneel Speelt. Dchar had rollen in de series Shouf Shouf!, Deadline, Zwarte Tulp en Mocro Maffia, en was te zien in films als Rabat, Süskind, Wolf en Gek van Oranje. In 2011 kreeg hij een Gouden Kalf voor zijn rol in Rabat – waarop hij een geëmotioneerd en bevlogen dankwoord uitsprak, dat vliegensvlug ‘viral’ ging. Nasrdin Dchar was in 2016 mede-initiator van de diversiteitsmars Ieder1, een protestmars tegen polarisatie. Sinds 2017 is hij lid van de Akademie van Kunsten.          

JA van Nasrdin Dchar i.s.m Floris van Delft

Gezien 14/2, Internationaal Theater Amsterdam. T/m 2/6

Lees ook het interview met Nasrdin Dchar over JA: ‘We leven in een nee-klimaat’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden