‘JA, IK BEN EEN NATIONALIST’

Shorland is het eerste album van Felix Maginn met zijn ‘Hollandse britpopband’ Moke. En tevens de eerste cd waarop hij uitgebreid verslag doet van zijn jeugd in het katholieke deel van Belfast....

Van alle ‘f***ing smashing tunes’ (woorden van de bevriende zanger/muzikant Paul Weller) op het debuutalbum Shorland van de Amsterdamse britpopband Moke is Here Comes The Summer misschien wel het meest ‘smashing’. Heerlijk nummer. Melodie, hooks en sfeer zijn zo pakkend dat je geneigd bent weinig aandacht aan de tekst te schenken, geschreven door Moke-frontman en ‘Belfast kid’ Felix Maginn (1970).

They’re so close you can hear them say:

‘No surrender, we will not be moved

We were born red, white and blue

No Pope here, watch the Fenians run

Down the barrel of a loaded gun’

Feel the fear

Well, here they come

Here comes the summer

Hier wordt een benarde situatie geschetst, zoveel is wel duidelijk, maar verderop in het lied blijken hulptroepen al onderweg: ‘Stand aside, don’t be afraid/ Here come the boys of the Old Brigade.’

Een behoorlijk stekelige tekst, die een even actuele als historische lading heeft gekregen nu de gezworen vijanden uit de Noord-Ierse burgeroorlog, vertegenwoordigd door dominee Ian Paisley van de protestantse DUP en Martin McGuinness van het katholieke Sinn Féin, de vrede hebben bekrachtigd met een historisch akkoord om samen te regeren.

Voor wie niet thuis is in de terminologie: een ‘Fenian’ is een Ierse, doorgaans katholieke nationalist die geen Britse bemoeienis duldt. De albumtitel Shorland verwijst naar de militaire pantserjeeps waarmee de Britten patrouilleerden in de meest vijandige buurten van Belfast, en die tevens konden dienen als shovel om barricaden op te ruimen. De ‘Old Brigade’, ten slotte, noemen we hier gewoon IRA.

Toen Moke eerder dit jaar in Londen optrad, op uitnodiging van Paul Weller zelf, nam geen Engelsman aanstoot aan de teksten van de band. ‘Nederlanders letten meestal niet erg goed op Engelse teksten’, zegt Maginn aan de vooravond van Moke’s uitgebreide clubtournee in een hotelbar aan het Amsterdamse Leidseplein. ‘Maar voor de meeste Engelsen geldt precies hetzelfde.’

Je moet maar net weten dat The Long Way letterlijk over een omweg gaat die Maginn als tiener moest maken om veilig thuis te komen, met een boog om een protestantse wijk heen. Emigration Song gaat over zijn onvermijdelijke vertrek uit Belfast, in 1987 en aanvankelijk met bestemming Londen, het walhalla voor elke jongen die ervan droomt om zijn geld te verdienen met muziek maken. In Londen ervoer Maginn hoe het voelt om te wonen in een antikraakpand vol Ieren dat dagenlang door de politie geobserveerd wordt vanuit een geblindeerd busje. Hij werd een keer op verdenking van terroristische sympathieën in de cel gesmeten.

Beangstigend, ja, maar meestal was de manier waarop hij in Engeland behandeld werd gewoon hinderlijk. Maginn: ‘De hele avond door alle pubs geweigerd worden, zodra de portier je hoort praten. Op straat vijf keer paspoortcontrole, compleet met fouilleren. Dat soort dingen. In die tijd voelde je je in Londen echt een paria, als Ier.’

Het Conflict zit diep in het systeem van elke Ier, maar vijftien jaren in de vredige Hollandse stadjes Weesp en Muiderberg hebben Felix Maginn wel geleerd dat de gemiddelde Nederlander een verklarende begrippenlijst nodig heeft om een vertelling als Here Comes The Summer te kunnen duiden. ‘Die weet niet wat een Fenian is, nee’, zegt hij. Zou Maginn zichzelf zo noemen?

‘Ja. Ik ben nationalist. En patriot.’

Na drie platen met zijn vorige band Supersub (‘een goede band, dat vind ik nog steeds, maar helaas vielen we bij niemand in de smaak’) is Shorland het vierde album dat Maginn in Nederland uitbrengt, maar het eerste met Moke en tevens het eerste waarop hij uitgebreid verslag doet van zijn jeugd in het katholieke deel van Belfast, de verscheurde stad waar elk kind opgroeit in de macabere slagschaduw van een keihard uitgevochten grotemensenruzie.

Eén van de naar schatting 3500 slachtoffers die het geweld in The North eiste sinds Maginn werd geboren, was zijn jongere broertje: doodgeschoten door de politie, zestien jaar oud, net nadat Felix Maginn in 1992 van Londen naar Nederland was verhuisd. Op de platen van Supersub, zijn eerste ‘Nederlandse’ band en tevens de eerste waarin hij zanger was, verwees hij een enkele keer terloops naar Ierland, zoals in het nummer Fine (2002). Het viel eigenlijk geen Nederlander op.

Dat hij nu wél zingt over zijn land en zijn verleden, kwam min of meer toevallig zo uit. Maginn legde alle songs die hij had geschreven voor aan de vier Nederlanders die Moke completeren: gitarist Phil Tilli, bassist Marcin Felis, toetsenist Eddy Steeneken en drummer Rob Klerkx. Zonder het in de gaten te hebben, pikten ze alle songs over Ierland eruit. ‘Kennelijk hebben die een bepaalde kracht, een bepaalde sfeer. Plotseling hadden we een album met een heus thema. Dat was niet het plan, maar je moet er ook niet voor terugdeinzen als je iets te beweren hebt.’

Shorland is vooralsnog alleen in Nederland en Vlaanderen te koop, waar het publiek maar matig op de hoogte is van het Ierse conflict met de eeuwenoude wortels. ‘Te gecompliceerd’, denkt Maginn. ‘Je kunt de lijn tussen zwart en wit, of goed en fout, niet meer trekken.’

Het verhaal in Here Comes The Summer is overigens waar gebeurd, eind jaren zeventig. De voorbereidingen op de jaarlijkse Oranjemarsen van de protestanten waren in volle gang en de kleine Felix Maginn speelde op straat, toen een protestantse knokploeg plotseling opdook via een nabijgelegen fabrieksterrein en het vuur opende. Maginn ziet zichzelf nog liggen, weggekropen onder een geparkeerde auto. Miraculeus genoeg werd niemand geraakt.

‘De IRA kwam de wijk verdedigen. Bij ons thuis stond er ook één op de uitkijk: in de erker van de voorkamer, waar een wandbordje hing met de tekst ‘Wij vechten voor onze vrijheid’. Ik mocht dan niet in de voorkamer komen, en dat was balen, want daar stond de platenspeler. Mijn ouders waren altijd bang dat ons huis in brand zou worden gestoken. Dat gebeurde toen regelmatig, en Ian Paisley liep voorop. In zulke tijden is het voor een klein jongetje heel eenvoudig: de IRA waren onze helden, onze beschermers, en de protestanten waren de vijand. Dat is je realiteit.’

In Maginns tienerjaren zorgde de popmuziek voor een kentering in zijn denken: in de bandjesscene bleken mensen wél aardig voor elkaar te zijn, ongeacht hun geloof of politieke kleur. En dat terwijl hij in Belfast had geleerd altijd op zijn hoede te zijn, want de scheidslijn die als een loopgraaf tussen de ‘blauwe’ en ‘groene’ wijken van Belfast loopt, is zo scherp dat katholieken feilloos door kwaadwillende protestanten kunnen worden herkend aan bepaalde Ierse voor- en achternamen en zelfs een afwijkende tongval. Maginn: ‘Wij spreken de h net even anders uit. Dat herken je meteen.’

Begaf je je in een vijandige buurt, dan zweeg je zo veel mogelijk en nam je een neutrale schuilnaam aan. Maginn: ‘Als we met ons bandje in protestantse steden of dorpen moesten spelen en we hun vlaggen zagen hangen, zeiden we in de bus tegen elkaar: shit, vanaf nu schuilnamen, anders zijn we de lul. Maar in de muziekwereld bleek je achtergrond er niet toe te doen. Het ging om de muziek.’

Zo is meteen verklaard waarom Maginn geen bezwaar maakt wanneer je Moke een ‘britpopband’ noemt. Op de website van de band staat zelfs dat Moke muziek maakt zoals je die normaliter alleen in ‘Cool Brittannia’ hoort. De vriendelijkheid van de popscene, en daarna de Hollandse redelijkheid, zetten Maginn aan het denken. Zijn opvattingen verloren hun scherpste randjes, maar wat Shorland zo pikant maakt, is het feit dat de plaat geen mantra van verdraagzaamheid is en de afzender geen Ierse vredesduif. Het woord Fenian mag door de meeste Britten dan als een scheldwoord worden uitgesproken, en soms haast als equivalent voor ‘roomse terrorist’; Felix Maginn ís een Fenian en komt daar rond voor uit.

Noord-Ierland? ‘Dat land bestaat voor mij niet. Ik ben geen Noord-Ier, maar Ier. Ik heb een Iers paspoort. Mijn Nederlandse vrienden zeggen vaak: het is maar een land. Maar voor mij is het belangrijk. Stel nou dat de Amerikanen in 1944 een verdrag met Hitler hadden gesloten: als jij de zelfstandigheid van Frankrijk en België erkent, mag je Nederland houden. Dan voel je je in de steek gelaten en wordt je nationale identiteit iets heel wezenlijks.’

Hekel aan protestanten? ‘Nee. Dat is een misvatting. De Ierse kwestie is in de kern geen religieus conflict. Als Iers patriot ben ik voor een verenigde, zelfstandige Ierse republiek voor katholieke én protestantse Ieren. Twee van mijn grootste Ierse helden zijn protestant: George Best en Van Morrison.’

Een hekel aan de Britse onderdrukker dan wellicht? ‘Gehad, ja. Ik heb ze gehaat.’

En hoe denkt hij over de IRA?

Hij denkt even na. ‘De sabotageacties van de IRA in Ierland zélf waren ingecalculeerde verliezen voor de Britten. Op die manier zouden nooit onderhandelingen zijn afgedwongen. Daarom zijn ze zich op Londen gaan richten. Ik vind geweld vreselijk, ik keur het af, van beide kanten. Maar aan de andere kant: de mijlpaal die nu bereikt is, zou waarschijnlijk nooit zijn bereikt als de IRA nooit Britse burgerslachtoffers had gemaakt. Soms is er nu eenmaal geen mooie oplossing voorhanden, maar alleen een lelijke.’

Niet voor niets stond hij zelf als tiener ‘voor het loket’ bij Sinn Féin, om zich aan te melden als IRA-strijder. Maginn: ‘Mijn moeder heeft het me op het laatste moment verboden. Ze eiste dat ik eerst mijn school zou afmaken. Gelukkig maar, achteraf.’

Ach ja, het waren andere tijden. Felix Maginn kwam in 1992 naar Nederland, op de bonnefooi, maar hij besloot ‘even te blijven’ omdat hij een baantje aangeboden kreeg. Maginn: ‘Maar je kent Nederland hè: voor dat baantje had ik een bankrekening nodig, en voor die bankrekening een sofinummer, en voor dat sofinummer een verblijfsvergunning. Voor je het weet zit je in drie aanvraagprocedures tegelijk en heb je een la vol Nederlands papier, en kom je hier nooit meer weg.’

Maginn raadt ons aan om maar gewoon blij zijn met hoe ons landje in elkaar zit, met het poldermodel en de overlegstructuur enzo. ‘Soms kan ik wel trots zijn op de onverzettelijkheid van de Ieren. Maar hoe Nederlanders met conflicten omgaan, is beter.’

Felix Maginn is een polder-Fenian geworden, die zich in Moke overigens wel omringt weet door vier Nederlanders uit roomse nesten. ‘Maar dat is toeval. Echt waar.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden