J. Kessels: the novel

O goudgele glorietijd van de frituur

Thuisblijven is het verstandigst, dat weet iedereen, maar soms moet je er tussenuit om daar weer achter te komen.

Aangestoken door films, boeken en zachtjes jankende country-muziek heeft de schrijver P.F. Thomése (1958) met zijn Tilburgse vriend J. Kessels (stoere jongens dragen slechts initialen) in een ver verleden reizen gemaakt naar het Wilde Westen en Beieren, om bier drinkend en rokend in verlopen uitspanningen de droom achterna te jagen, terwijl ze er bij elke kilometer verder van huis achter kwamen wat ze allang wisten, dat het volle leven nergens gevonden kan worden.

Greatest hits (laatste editie 2004) heet de verzameling met stukken die daarvan kwamen, en waarin de Hollandse cowboys onderweg naar nergens nog een eind kwamen. Ze maakten nauwelijks iets mee, maar dat hoefde ook niet; zolang ze maar met zijn tweeën in hun aftandse wagen zaten, konden ze zich warmen aan de illusie dat ze los waren geraakt van hun ankers.

En hoe droeviger de ervaringen, hoe mooier het was. Gedeelde vergeefsheid wordt immers weer iets om te koesteren. Bij een jukebox zitten in een stoffig motel, en neuriën met deuntjes over verloren liefdes, dat geeft ook beschutting. Daden, doelen en carrières, dat is iets voor de anderen, die zich bij daglicht in het zweet werken om zich brave burgers te wanen. Als vrije jongen lach je daar een beetje om.

Maar hoe gaat zoiets als je een oudere jongen bent geworden? Thomése vertelt in J. Kessels : The novel dat hij wordt gebeld door een gozer van lang geleden, Bertje de Braaij, hij weet wel, wiens vader de cafetaria Van Vroeger dreef, waar P.F. ooit als jongeling zat te snacken, en te snakken, broeierig loerend naar de heupbewegingen van Bertjes zus Birgit, die zo verleidelijk kon staan flipperen?

Zilveren kogels bijsturen op hun zinloze traject, begeleid door piepjes en flitsjes. O 'goudgele glorietijd van de frituur, toen we niet op een klodder mayonaise meer of minder hoefden te kijken, toen alles er in overvloed was en dus nog rustig verknoeid kon worden'. Toen je nog iets te dromen had, ga je later denken, tegen beter weten in - maar beter weten is iets voor de anderen. Bertje heeft de boeken van Thomése gelezen, en vraagt hem om een gunst: er is een kerel zoek, Perry Boone, een zakenman, tevens de Bredase voorzitter van de Hollandse supportersvereniging die nauwe banden onderhoudt met de Duitse voetbalclub Sankt Pauli in Hamburg. Boones vrouw verdenkt hem van overspel, vrouwenhandel misschien wel, het zaakje stinkt, kan Thomése daar niet iets mee? Die vrouw van Boone, dat is trouwens Birgit, dezelfde ja, die van vroeger. Het onbereikbare meisje met de hypnotiserend bewegende billen, in de cafetaria die blauw stond van de frikadellendampen en zweterige jongensverlangens.

Natuurlijk nooit doen, teruggaan naar vroeger, denken dat er nog iets binnengevist kan worden van wat ook destijds al onhaalbaar was - maar het is tevens een buitenkans. Thomése belt J. Kessels , die heeft er oren naar, en met Bertje op de achterbank van de Toyota Kamikaze tuffen ze even later zowaar naar Hamburg, niet omdat ze werkelijk verwachten dat ze dit smoezelige klusje zullen klaren, want het doel is onbelangrijk, al laten ze dat de fanatiekeling op de achterbank niet met zoveel woorden weten.

Waar het om gaat, is weer eens onvindbaar zijn, on the road, met de muziek uit Kessels ' collectie op volle sterkte, rookwaar binnen handbereik, en in alle vroegte genieten van koteletten met koffie in een godvergeten Raststätte langs de authentiek ongezellige Autobahn. Geen gezeur onderweg over een strategie, we zien wel waar we stranden.

Er zijn namelijk twee soorten zinloosheid: de grauwe die immer voorhanden is, en waar je naar kunt zitten staren in je eigen huis waar je alles stomvervelend piekfijn op orde hebt; en de magische. Dat is die van de omtrekkende beweging: je gaat er op uit, en je vindt niks - weet je tevoren ook wel- maar samen kun je er nog iets van máken. Die

Autobahn is, met een beetje goede wil, zoiets als de highway, het Ruhrgebied is net Detroit, Thomése denkt aan Bruno Ganz en Dennis Hopper in de Hamburgse filmklassieker Der amerikanische Freund. En de hologige nachtvlinders die je een parkeergarage in lokken om je tot ongehoorde vunzigheden te verleiden, in zwoel Duits, dat is nou niet direct de vervulling van een jarenlang sluimerende wens. Alleen heb je wél iets om over te praten, straks, als je weer samen in de brik terug toert, naar de gare zompigheid die werkelijkheid heet.

Een schrijver wordt uit zijn werkkamer getrokken, blaast de verwaaide cafetaria-genoegens weer aan, vindt met zijn kornuit in het stadion van Sankt Pauli de vermiste zakenman, en ze nemen de gast mee terug - maar hola, wat ligt daar in de kofferbak te stinken, wie heeft die behaarde Turk in wie geen sprankje leven meer zit, achter in de Toyota Kamikaze gedropt?

Een lijk, dat rijdt een tikkie minder luchtig terug. De schrijver zit ineens in een Krimi die om actie vraagt, iets wat Kessels en hij altijd zo vakkundig konden omzeilen. Het zootje rijdt boerend en windend naar Breda, om meneer Boone af te leveren bij Birgit, maar hoe dit karweitje zodanig af te handelen dat er een verhaal van kan worden gebakken, de soundtrack van de weldadige droefenis, walmend van verwachtingen en verlangens tot die zo gegaard zijn als de frikadellen van weleer?

BB, Birgit de Braaij, ze is er nog, en er staat zelfs een jukebox in haar Bredase rijtjeshuis. Dat is erg, al is het ergste niet dat ze ouder is geworden, zoiets houd je toch niet tegen. Maar ze heeft haar menneke Thomése gemist, ze wil zijn boeken door hem laten signaleren, terwijl ze de frituur in haar keuken laat spetteren, en ze heeft ook een dochter, Priscilla, en díe heeft haar strakke kont geërfd.

Hoogst verwarrend. Toen Birgit onbereikbaar was, kon P.F. het op een dromen zetten. Maar nu ze bij hem op schoot kruipt, weet hij niet waar hij moet kijken. By the way, waar laten ze die pooier die in de kofferbak ligt, het morsdode bewijs dat je het verleden alleen in de beschutting van de herinnering kunt laten ontbotten tot bittere nostalgie, en dat je dat nooit in je ouwe auto achterna moet karren?

Texas zoeken in Hamburg, begin er niet aan. Maar het is veel te laat. Het heeft al tot een oliedom, kansloos en insmerig avontuur geleid. Maar het verháál jongen, J. Kessels : The novel, dat wordt een evergreen, de bonus-track bij de Greatest Hits. Schrijver en titelheld verdienen een landelijke signaleersessie, waarbij ze onderweg de cafetaria Van Vroeger gaan terugzoeken. Altijd onderweg. Want er zijn twee soorten zinloosheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden