J.K. ROWLING

Ze kreeg het bepaald niet in haar opvoeding mee, maar J.K. ROWLING (42) is gelovig. Het leidde behalve tot haar acceptatie van sterfelijkheid, tot zeven megabestsellers....

Bij de Britse boekhandels van Waterstone’s liggen wanhopige foldertjes met de tekst ‘Wat te lezen ná Harry Potter?’ Maar Joanne Rowling zelf ziet er allerminst wanhopig uit. Met het haar in een nieuwe, witblonde coupe en gekleed in een spijkerbroek met zwart fluwelen jasje, schenkt ze koffie in een hotelkamer in haar woonplaats Edinburgh. ‘Ik ben elke dag weer opgelucht dat het erop zit. Wat hierna komt, weet ik nog niet precies. Ik werk aan een nieuw kinderboek en aan een boek voor volwassenen. Een van de twee zal vast ergens toe leiden; zo ging dat ook toen ik aan Harry begon. Maar voorlopig geniet ik van de rust. En van mijn gezin.’

Hier in het hotel kwam net een man voorbij in een Schotse rok. Draagt jouw echtgenoot die dingen ook? ‘Hij heeft een paar kilts, jazeker. En die draagt hij zo nu en dan, bij speciale gelegenheden.’

En heeft hij dan daaronder niks aan? ‘Helemaal niks. Daarom zijn die Schotse rokken ook zo leuk, ha.’

Ik heb twee cadeautjes bij me. Een is van Ien van Laanen, die in Nederland de covers van je boeken heeft getekend; ze geeft je de originelen. ‘Wat ontzettend aardig!

De Nederlandse uitgaven vind ik het mooist, samen met de Amerikaanse.’

Het tweede is van je Nederlandse uitgever, Jaco Groot. ‘Jaco stuurt me wel vaker interessante dingen toe, hij* ach, een steen! Wel een heel speciale.’

Tien jaar geleden gaf je het tot dusver enige vraaggesprek met een Nederlandse journalist. Ook in Engeland doe je er zo min mogelijk. Haat je interviews? ‘Nee hoor. Dat ik ze weinig geef, is omdat ik denk dat ik eigenlijk niet zoveel te zeggen heb.’

Heb je zelf ooit overwogen journalist te worden? Je hield altijd veel van schrijven. ‘Ik heb er weleens over gedacht. Maar ik denk dat ik verstandig genoeg was om te beseffen dat ik daar niet het juiste temperament voor heb.’

Temperament? ‘Ja, dat denk ik wel. Je werkt met een voortdurende deadline, je moet steeds produceren. Bij een schrijver gaat het allemaal om tijd, en eenzaamheid, en nóg meer tijd en eenzaamheid. Journalisten zijn een veel gezelliger mensensoort dan schrijvers. Een paar van mijn beste vrienden zijn journalist.’

In je boeken komt de soort er niet zo goed van af. Rita Pulpers is erg naar. ‘Mijn vrienden zijn normaal. Een van mijn ex-vriendjes is muziekjournalist, de andere schrijven ook over serieuze zaken. Rita Pulpers is een typisch Brits product, we hebben er hier moerassen vol van. Ze hebben veel onzin over me geschreven.’

In het eerste deel van de serie vernietigt Perkamentus de Steen der Wijzen, de mythische steen die de eigenaar het eeuwige leven geeft. In het laatste deel doet Harry iets soortgelijks met de Steen van Wederkeer, een steen die de doden kan laten terugkeren. Hij laat hem vallen in het bos. ‘Ik gebruik de symboliek van de steen om te laten zien dat Perkamentus zijn sterfelijkheid accepteert. Wanneer hij beseft dat het juist de sterfelijkheid is die het leven zin geeft, is hij niet langer geïnteresseerd in de Steen der Wijzen. Harry gaat nog verder. Hij ziet niet af van één, maar van twee van zijn machtige wapens. Van de drie relieken die hij in deel zeven in zijn bezit krijgt, houdt hij alleen de Onzichtbaarheidsmantel. Dat zegt alles over hem want, zoals Perkamentus Harry vertelt: de ware magie van die mantel is dat hij niet alleen de eigenaar, maar ook anderen beschermt. De onoverwinnelijke toverstok hoeft Harry niet, hij is nooit op macht uit geweest. En hij gooit de Steen van Wederkeer weg; net als Perkamentus heeft Harry zich uiteindelijk verzoend met de dood.’

En jij? ‘Ik denk dat ik streef naar dezelfde wijsheid als Perkamentus en uiteindelijk ook Harry, wat inhoudt dat we onze sterfelijkheid moeten accepteren. Hoeveel zaken er in het katholieke geloof ook zijn waar ik het níét mee eens ben, dat idee van ‘memento mori’ is volgens mij wel wezenlijk. Elke dag waarop je je bewust bent dat je ooit zult sterven, leef je beter; beter voor jezelf en beter voor anderen.’

Zie je de dood als het einde van alles? ‘Nee. Ik heb een intens spiritueel leven, en hoewel ik er geen vreselijk vastomlijnde ideeën over heb, geloof ik in elk geval dat je na de dood op de een of andere manier blijft voortbestaan. Ik geloof in zoiets als de onvergankelijke ziel. Maar voor dat onderwerp zouden we een uur of zes moeten uittrekken; het is iets waarmee ik erg worstel.’

Aan het slot van deel zeven heeft Harry een lang gesprek met Perkamentus. Die weliswaar dood is, maar er beter en gelukkiger uitziet dan ooit, in een prachtige, lichte ruimte die Harry wel een beetje op King’s Cross Station vindt lijken. ‘Je kunt dat gesprek op twee manieren interpreteren. Ofwel Harry is bewusteloos geraakt – álles wat Perkamentus hem vertelt, wist hij diep van binnen al. In die staat van bewusteloosheid gaat zijn geest verder. Perkamentus is in dat geval Harry’s personificatie van wijsheid; hij haalt Perkamentus in zijn hoofd om tot bepaalde inzichten te komen.

‘Ofwel Harry is naar een plek tussen leven en dood gegaan, vanwaar Perkamentus en hij straks in tegengestelde richting zullen vertrekken. Harry ziet daar ook wat er van Voldemort zal worden. Hij weet niet precies wat dat hoopje is dat hij daar kermend op de grond ziet liggen, maar hij wil het niet aanraken; hij voelt dat het om een fundamenteel kwaad en pervers schepsel gaat. Het is de enige keer dat Harry, de held van de kwetsbaren, in de buurt is van iemand die gewond is, en niet meteen te hulp schiet.’

Tijdens hun zoektocht praten Ron, Hermelien en Harry soms over Perkamentus alsof hij God is. Ze dachten dat achter al zijn woorden en daden een groot plan zat; ze zijn gedesillusioneerd wanneer dat niet het geval blijkt. ‘Hij is een complex personage. Ik zie hem niet als God. Ik wilde wel dat de lezer zich in het laatste deel vragen zou stellen over Perkamentus’ rol in het hele verhaal. We geloofden allemaal de hele tijd dat hij een goedaardige vaderfiguur was, en tot op zekere hoogte is hij dat ook. Maar tegelijk is hij iemand die mensen behandelt als marionetten; die een schaamtevol geheim uit zijn verleden met zich meedraagt en die Harry niet de hele waarheid heeft verteld. Ik hoop dat de lezer uiteindelijk weer van hem gaat houden. Maar dat hij dan van hem houdt zoals hij is, inclusief zijn fouten. Is Perkamentus goddelijk? Nee. Hij heeft wel een paar goddelijke kwaliteiten. Hij is barmhartig, en uit eindelijk is hij rechtvaardig.’

Maar Harry is wel een soort Jezus. Hij moet sterven om de mensheid te redden van het kwaad. Je hebt een messias van hem gemaakt. ‘Ja, hij heeft messias-trekjes. Daar heb ik bewust voor gekozen. Hij is die ene man in een miljoen – ik zeg bewust ‘man’ omdat het bij vrouwen anders ligt – die in staat is op te staan tegen de macht, en het bezit van macht af te wijzen. Dat maakt hem de meest wijze van allemaal.’

Hoe kan hij zo zijn? ‘Hij is de held, hè. Harry is gewoon goed. Perkamentus zegt het ook met zoveel woorden tegen hem: ‘Jij bent een beter mens dan ik.’ Hij zal ook als hij ouder is, een groot mens blijven. Juist omdat hij heeft geleerd nederig te zijn.’

Ben je zelf eigenlijk religieus opgevoed? ‘Ik ben officieel grootgebracht in de Church of England, maar in feite was ik een beetje een freak in mijn familie. Over het geloof werd thuis niet gesproken. Mijn vader geloofde helemaal nergens in, mijn zusje ook niet. Mijn moeder ging incidenteel wel naar de kerk, maar toch vooral met Kerstmis. En ik was enorm nieuwsgierig. Vanaf dat ik een jaar of 13, 14 was ging ik in mijn eentje naar de kerk. Ik vond het heel interessant wat daar allemaal werd gezegd, en ik geloofde er ook in. ‘Toen ik naar de universiteit ging, werd ik kritischer. Ik ging me steeds meer ergeren aan de zelfgenoegzaamheid van gelovigen en ik ging steeds minder naar de kerk. Inmiddels ben ik weer terug op het punt waar ik begon: ja, ik geloof. En ja, ik ga naar de kerk. Een protestantse kerk, hier in Edinburgh. Mijn man is ook protestant opgevoed, maar hij komt van een nogal heftige Schotse richting, eentje waar ze niet mogen zingen en praten.’

Dat je zelf naar de kerk gaat, maakt de felle kritiek van godsdienstfanatici op je werk alleen maar merkwaardiger. ‘De afgelopen tien jaar zijn er altijd fundamentalisten geweest die problemen met mijn boeken hadden. Het feit dat er tovenarij en hekserij in voorkomen is al genoeg – ze zijn er als de dood voor. Ik moet niets van fundamentalisme hebben, op welk terrein ook; ik vind het doodeng. De christen-fundamentalisten roeren zich vooral in de Verenigde Staten. Ik heb één keer oog in oog met zo iemand gestaan. Ik was in een speelgoedwinkel met mijn kinderen en werd herkend door een meisje dat daar nogal opgewonden over deed. Vervolgens kwam er een man naar me toe die zei: ‘Jij bent toch dat Pottermens?’ Daarna bracht hij zijn gezicht dicht naar me toe en zei heel agressief: ‘Ik bid elke avond voor je.’ Ik had natuurlijk moeten antwoorden dat hij beter voor zichzelf kon bidden, maar ik was te perplex. Het was beangstigend.’

Je boeken gaan over de strijd tussen goed en kwaad. Harry is goed. Maar is Voldemort wel het pure kwaad? Hij is ook een slachtoffer. ‘Hij is een slachtoffer, inderdaad. Hij is een slachtoffer, én hij heeft keuzes gemaakt. Hij is verwekt onder dwang en in een verdwaasde bevlieging, terwijl Harry in liefde is verwekt; ik denk dat de omstandigheden waaronder je geboren bent, een belangrijk fundament vormen onder je bestaan. Maar Voldemort kóós voor het kwade, dat probeer ik in de boeken te benadrukken; ook hem zijn keuzes voorgelegd.’

Daar draait het steeds om: gaan de dingen zoals ze zijn voorbestemd, of maak je zelf je keuzes? ‘Ik geloof in de vrije wil. Van diegenen die, zoals wij, in een bevoorrechte situatie verkeren althans. Voor jou, voor mij; mensen die in de westerse maatschappij leven, mensen die niet onderdrukt worden, vrij zijn. Wij kunnen kiezen. De dingen gaan voor een groot deel zoals je wilt dat ze gaan. Je hebt je leven in eigen hand. Je eigen wil is ongeloofl ijk krachtig. De manier waarop ik over professor Zwamdrift schrijf, de bijzonder onbekwame docent Waarzeggerij, zegt veel over hoe ik denk over zaken als lotsbestemming. Ik heb me voor de invulling van haar personage grondig in de astrologie verdiept en ik vond het ontzettend grappig, maar ik geloof er niet in.’

Je werkte een tijdje voor Amnesty. Heeft dat je ideeën over goed en kwaad gevormd? ‘Het is eerder andersom. Ik had daar opvattingen over, en daarom ben ik voor Amnesty gaan werken. Ik was onderzoeksassistent en werkte vooral voor Afrika. Tot ik zo stom was mijn baan op te zeggen om een vriendje achterna te reizen. ‘Voldemort is natuurlijk een soort Hitler. Als je boeken leest over megalomane types als Hitler, Napoleon en Stalin, is het interessant te zien hoe bijgelovig die mensen zijn, met al hun macht. Het maakt deel uit van hun paranoia, van hun verlangen zichzelf groter te maken dan ze zijn; ze halen er dolgraag dingen als lotsbestemming en predestinatie bij. Ik wilde Voldemort ook die paranoïde trekjes geven. Maar dat de profetie uit deel vijf uiteindelijk uitkomt, is uitsluitend omdat Voldemort en Harry ervoor kíézen haar te laten uitkomen. Niet omdat het zo is voorbestemd. Het Macbeth-idee: de heksen vertellen Macbeth wat er zal gebeuren, en vervolgens zorgt hij er zelf voor dat het inderdaad gebeurt.’

Wanneer besloot je de parallel met het nazisme te trekken? Met Voldemort, die de heerschappij van mensen van ‘zuiver bloed’ nastreeft, en met Draco Malfidus als een jonge soldaat die ook maar wordt gestuurd... ‘Meteen al, geloof ik. Ik weet het niet meer precies. Ik denk dat de Tweede Wereldoorlog in het bewustzijn van ons allemaal verankerd zit, toch? Draco Malfidus staat inderdaad voor dat type jongens. Hij zou Perkamentus nooit gedood hebben – hij kon het niet. Zolang de dingen imaginair zijn, oké, maar als het eenmaal realiteit wordt, ligt het allemaal een stuk lastiger. Nee, dat ik hem die lichtblonde haren heb gegeven, is niet zozeer om er een enge nazi van te maken. Je geeft je personages het uiterlijk dat je zelf aantrekkelijk vindt; daarom gaf ik mijn held donker haar, groene ogen en een brilletje. Ik ben ook met een man getrouwd die er zo uitziet.’

Je film-Harry, Daniel Radcliffe, heeft blauwe ogen. ‘Ze konden hem groene contactlenzen indoen, wat heel onplezierig is voor zo’n jong ventje, zijn ogen digitaal veranderen, of hem laten zoals hij was. Ik ben blij dat ze voor dat laatste hebben gekozen.’

Je schetst in je boeken het ideale gezin, namelijk dat van de familie Wemel. Lijkt dat op het gezin waarin je bent grootgebracht? ‘Nee, nee. Daar was het helemaal niet zo. Ik denk dat ik er mijn hele leven naar verlangd heb, dat ik altijd zo’n soort familie wilde. Nu heb ik er eindelijk een, zij het met minder kinderen. Ik vind de dynamiek van een grote familie bijzonder, ik was dol op boeken over de Kennedy’s en dat soort dynastieën. Ik weet wel dat de werkelijkheid minder romantisch is dan je denkt. Een van mijn beste vrienden is de oudste van twaalf kinderen.’

Je moeder is op haar 45ste overleden aan MS. Je vader leeft nog; zie je hem veel? ‘Nee, ik zie hem niet vaak. Mijn zus zie ik veel meer, al is ze nog steeds kwaad op me omdat ik Dobby heb laten sterven. Ze heeft altijd gezegd dat ze het me nooit zou vergeven als ik Hagrid of Dobby zou doden. Maar Hagrid is nooit in gevaar geweest. Ik wist al voor ik met schrijven begon dat hij zou overleven. Omdat ik altijd dat beeld in mijn hoofd heb gehad van die enorme, reusachtige Hagrid die huilend door het bos loopt met Harry in zijn armen. ‘De vader van Ron zou in deel vijf eigenlijk sterven. Ik heb het niet gedaan, omdat ik voelde dat Arthur Wemels dood de rest van het boek totaal zou overschaduwen. Maar vooral omdat Arthur Wemel echt de geweldigste vaderfiguur uit het hele boek is. Ik kon Arthur niet laten sterven, ik kreeg het gewoon niet voor elkaar. Hij is de vader die iedereen zich zou wensen. Ja, ik ook.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden