J.J.P. OUD Een eigen stijl in het nieuwe bouwen

Geboren: 9 februari 1890 in Purmerend. Uitspraak: 'Een huis is meer dan een woonmachine.' Typering: 'Het geweten van de architectuur.' Gedachte achter het monument op de Dam: '(....

HIJ was medeoprichter van De Stijl en een van de grondleggers van het Nieuwe Bouwen in Europa. J.J.P. Oud stond op één lijn in de voorhoede van de vernieuwing met Gropius, Mies van der Rohe en Le Corbusier. En hij bediende zich in die jaren, in woord en geschrift, van een mooie manifestentaal: 'Niet meer kleine kunstwerken voor de enkeling, niet meer precieuze landhuizen met mooi handwerk en luxueuze versiering, maar massaproduktie en normalisering met het doel goede woningen voor velen te maken.'

Hij tekende zijn eerste huis, op zijn 16de, voor een tante in Purmerend. Hij zou in die stad meer huizen en een bioscoop bouwen en een, verder nooit uitgevoerde, fabriek ontwerpen - de eerste vertaling van Mondriaans visioen van het neoplasticisme in de architectuur. Alleen op tekening is te zien wat Oud voor ogen had: een compositie van elkaar snijdende horizontale en verticale vlakken en ruimten, een abstract architectonisch plastiek.

Als jongen had hij schilder willen worden, maar hij verkoos na protest van zijn vader een grotere zekerheid in de architectuur. Hij volgde een opleiding aan de Kunstnijverheidsschool en de Rijksnormaalschool voor Tekenonderwijs in Amsterdam, en later wat hoorcolleges aan de TH Delft. Hij ging de praktijk in bij architectenbureaus in Amsterdam en München, tot hij op voorspraak van Berlage, die hij mateloos bewonderde, in 1918 als architect werd aangesteld bij de gemeentelijke woningdienst in Rotterdam. Hij was 28 jaar, Berlage moet een groot vertrouwen in hem hebben gehad.

Twee jaar ervoor had Oud - een jonge architect op kamers in Leiden, die voorzichtig aan de opbouw van een eigen praktijk begon - de schilder Theo van Doesburg ontmoet. Het werd een keerpunt in zijn leven. 'Er voltrekt zich in de moderne schilderkunst een evolutie', schreef hij in 1916, een week na die eerste ontmoeting, 'die nu in een stadium gekomen is waarin zij grote geestelijke verwantschap vertoont met de architectuur en waarin een nauwere aanraking van beide kunsten aanstaande lijkt.'

Hij stond aan de wieg van De Stijl, deelde de vernieuwingsvisioenen van Mondriaan en Van Doesburg, werkte met hen samen aan de opbouw van een nieuwe wereld - met nieuwe materialen en in een krachtige, heldere, moderne lijn. 'Baksteen is de dood voor alles', zei hij in die dagen, 'en verpest mij ieder uur van de dag. Ik zag hier één wit huis tussen bakstenen huizen en alles werd goor en vies daartegen.' En: 'Gaat men niet tot bepleistering over, dan zijn in baksteen een strakke zuivere lijn, noch een zuiver homogeen vlak te construeren.'

Oud had een visioen gezien, maar raakte tegelijk langzaam van De Stijl verwijderd. De ideeën van Mondriaan en Van Doesburg gingen hem te ver. Hij zag in de architectuur behalve een technische, ook een maatschappelijke opgave en verweet de schilders dat zij dat niet zagen maar alleen de vrije opvattingen van de schilderkunst uitdroegen. Zij verweten hem weer dat hij zich, met zijn compromis, schuldig maakte aan 'expressionistische ontucht'. Oud ging zijn eigen weg en bleef die zijn hele verder leven volgen. Hij had voor eeuwig genoeg van teamwork.

De uitdaging van de architectuur lag in die jaren in het woonblok, in de verbetering van het leven. Rotterdam, waar hij net was aangesteld, was in nog geen anderhalve eeuw uitgegroeid van een stadje van 50 duizend inwoners tot een van haven- en industriestad van 500 duizend en schreeuwde om nieuwe en betere woonvoorzieningen. Oud ontwierp er - met een aantal aanzetten als de wijken Spangen, Tussendijken en het Witte Dorp - een revolutionair nieuwe architectuur, die zijn hoogtepunt vond in een straat arbeiderswoningen in Hoek van Holland en het woningcomplex De Kiefhoek in Rotterdam.

Hij had in het Nieuwe Bouwen zijn eigen stijl gevonden - een plastische vorm van heldere horizontale en verticale vlakken, met schitterend afgeronde hoeken. Hij schiep een heel nieuwe, heldere en lichte woonomgeving. 'Het was geloof ik op dát moment', zei hij later over zijn project in Hoek van Holland, 'dat mijn zakelijk functionalisme overging in mijn poëtisch functionalisme.' Het werd onmiddellijk als groot voorbeeld herkend. De internationale architectuurtijdschriften schreven over zijn ontwerpen, hij werd uitgenodigd voor lezingentournees door Duitsland. Oud deed mee - met Mies van der Rohe, Gropius en Le Corbusier - aan wat de schatkamer van de voortrekkers van het Nieuwe Bouwen zou worden, de Weissenhofsiedlung in Stuttgart.

Om allerlei redenen raakte hij later het contact met zijn voorhoede kwijt. Tussen 1928 en 1937 bouwde hij helemaal niet meer. Ziekte, de crisis van de jaren dertig en de oorlog isoleerden hem. Hij werd gekweld door zware depressies, die hem het werk deden neerleggen. Midden in de crisistijd werd hij door de gemeente Rotterdam op wachtgeld gezet. Hoogleraarschappen die hem werden aangeboden, in Düsseldorf en Harvard, sloeg hij wegens zijn ziekte af. Door het opkomend nazisme werden de banden met zijn medestrijders in Duitsland afgesneden. Bauhaus, waar hij nauw contact mee had, werd door Hitler gesloten. Gropius en Mies van der Rohe gingen in Amerika in ballingschap.

Pas in 1937 begon hij weer te werken. Eerst met interieurontwerpen voor het nieuwe vlaggenschip van de Holland Amerika Lijn, de Nieuw Amsterdam; later een kantoorgebouw voor de Bataafsche Import Maatschappij in Den Haag, waarin hij voor de buitenwereld radicaal met die vroegere moderne, heldere lijn brak. Hij ontwierp het gebouw in 1938, in een traditionalistische stijl, het werd pas na de oorlog voltooid. Het Nieuwe Bouwen, dat in Amerika inmiddels een nieuwe vlucht had genomen, reageerde geschokt. Oud werd met zijn traditionalisme niet meer begrepen, zelfs van verraad van zijn oude idealen beticht.

De wederopbouw van Rotterdam ging tot zijn diepe teleurstelling aan hem voorbij. Hij werd wel de bouwmeester van de twee Nationale Monumenten die de oorlog en de bezetting herdenken: op de Dam in Amsterdam en op de Grebbeberg. Hij vervolgde die traditionalistische weg van het Haagse BIM-gebouw nog een aantal jaren, tot hij midden in de jaren vijftig met vooral het Bio Vakantieoord in Arnhem terugkeerde naar die heldere lijn van vroeger.

Bij Ouds 70ste verjaardag schreef 's lands prins der dichters, A. Roland Holst, een kwatrijn: 'Oud blijft, wat hij ook bouwt,/ zichzelf: hij blijft dus Oud/ door steeds, naar geest en lijve,/ oud zijnde, jong te blijven.' Zijn Rotterdamse en Hoek van Hollandse ontwerpen hebben die eeuwige jeugd behouden. Het zijn niet zomaar woonblokken, maar monumentale voorboden van een nieuwe tijd.

Willem Ellenbroek

Dit is de 31ste aflevering van een serie over honderd belangrijke Nederlanders van deze eeuw. De volgorde is chronologisch (op basis van geboortedatum).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden