FilmrecensieJ’ai perdu mon corps

J’ai perdu mon corps zit vol grotestadsmelancholie en noodlotsgedachten ★★★★☆

Wat begint als een horrorfilm, ontpopt zich tot een gevoelig coming-of-ageverhaal.

J’ai perdu mon corps

Een hand kruipt uit de koelcel van een mortuarium. Naar buiten gaat hij, de stad in, op zoek naar het lichaam waar hij ooit aan vastzat. Het is een doelbewuste, maar ook wat onzekere hand. Op zijn tocht door Parijs leert hij van zich af te slaan door met ratten te vechten en te ontsnappen aan het razende verkeer.

Stukje bij beetje wordt in J’ai perdu mon corps duidelijk naar wie de hand op zoek is. Hij behoorde toe aan Naoufel, een 20-jarige jongen. Terwijl de hand wordt gevolgd op zijn gevaarlijke reis, komt in flashbacks de geschiedenis van Naoufel aan bod. Ooit woonde hij met zijn ouders in Marokko. Als jongetje wilde Naoufel astronaut en pianist worden; hij was gefascineerd door geluiden en nam met een bandrecorder alles op.

Terwijl de ene verhaallijn hand en lichaam steeds dichter bij elkaar brengt, werkt de andere toe naar het moment waarop ze van elkaar worden gescheiden. Daarmee creëert regisseur Jérémy Clapin vanzelf een spanningsboog. Het verschaft hem de vrijheid om in alle rust zijn verhaal te vertellen; een ingetogen verhaal over het lot, rouw en de hoop op liefde.

Vrijheid is een sleutelwoord in deze Franse animatiefilm voor volwassenen. Clapin, die animatie en illustratie studeerde, trekt zich in zijn eerste lange film niets aan van conventies. Wat begint als een horrorfilm, ontpopt zich tot een gevoelig coming-of-ageverhaal. Een ongeluk bracht Naoufel naar Parijs, waar hij bij zijn oom en neef woont, met wie hij niets gemeen heeft. Als pizzakoerier komt hij in contact met Gabrielle. Zij doorbreekt zijn eenzaamheid, al is ze zich daarvan niet bewust.

J’ai perdu mon corps is een vrije bewerking van de roman Happy Hand, geschreven door Guillaume Laurant, de vaste coscenarist van regisseur Jean-Pierre Jeunet (Le fabuleux destin d’Amélie Poulain, The Young and Prodigious T.S. Spivet). Wie daardoor een lichte, sprookjesachtige film verwacht, komt een beetje bedrogen uit. Clapin behield de surrealistische hoofdlijn van het boek, maar bracht veel eigen ideeën in. Zijn toon is serieuzer en tegelijk romantischer.

Doorsneeromantiek is het niet. De liefde in J’ai perdu mon corps is moeizaam. Naoufel is zo verlegen dat hij Gabrielle niet durft aan te spreken, maar haar begint te stalken. Geen goed begin voor een relatie. Toch blijf je hopen dat het goedkomt – zo knap kruipt de film in het warrige hoofd van Naoufel.

Voor de fraaie animatie combineerde Clapin verschillende technieken, waaronder het realistisch ogende rotoscoping, waarbij acteurs worden gefilmd en de beelden worden nagetekend. In combinatie met de elektronische muziek van Dan Levy geeft het een weemoedige sfeer, vol grotestadsmelancholie en noodlotsgedachten. Dat een verhaal over een wandelende hand zo ontroerend kan zijn, is een van de vele verrassingen in J’ai perdu mon corps.

J’ai perdu mon corps

Animatie/drama

★★★★☆

Regie: Jérémy Clapin

81 min., in 26 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden