Ivo van Hove’s film zit bomvol clichés

Ivo van Hove vergelijkt zich in zijn director’s statement met Visconti en Wong Kar-wai. Maar Amsterdam is slechts in enkele flarden wat het zou kunnen zijn.

Direct na de regie van de zes uur durende toneelmarathon Romeinse Tragedies stortte Toneelgroep Amsterdam-voorman Ivo van Hove zich op een volgende uitdaging: zijn eerste speelfilm Amsterdam. In de zomer van 2007 werd de film opgenomen in Amsterdam en Marokko, in de loop van 2008 werd hij in de bioscoop verwacht. Maar distributeur BFD zag geen brood in Van Hove’s eersteling, en was voornemens Amsterdam alleen op dvd uit te brengen.

Maar zie, afgelopen zondag werd Amsterdam dan toch vertoond. Niet in de bioscoop, maar in de Amsterdamse Schouwburg, de thuisbasis van Toneelgroep Amsterdam. Voorafgaand bedankte producent Martin Lagestee de subsidiënten (het Filmfonds stopte 8 ton in de film, ook de NPS deed mee), Van Hove bedankte ‘op zijn Amerikaans’ zijn moeder, die hem toestond de film te maken ‘op het moeilijkste moment van haar leven’.

In de caleidoscopische grotestadsfilm Amsterdam droomt een illegale Marokkaan (Mimoun Oaïssa) van een eigen fastfoodketen. Het geld probeert hij bijeen te krijgen door middel van straatroven en overvallen. Zijn partners in crime zijn twee psychopathische jongens uit Amsterdam-Zuid; met hun mooie zusje (Katja Herbers in opwaaiende zomerjurkjes) hoopt hij te trouwen zodat hij een verblijfsvergunning krijgt. Hun moeder (Renée Fokker) is een inerte kakmadam, die geen idee heeft wat haar koters allemaal uitvoeren.

Het mooie zusje belandt in bed met een aalgladde Amerikaan, die met zijn verveelde, steenrijke vrouw (gespeeld door Hollywood-actrice Marisa Tomei) naar Amsterdam is gekomen om hun 5-jarig huwelijk te vieren. En dan zijn er ook nog twee Franse homoseksuelen, die jaar na jaar op de camping neerstrijken in het moderne, multiculturele Sodom en Gomorra, en een Duits arbeidersgezinnetje (gespeeld door Belgen), ook op de camping. Een ongeluk met hun caravan zal de levens van alle personages voor altijd veranderen.

In zijn director’s statement vergelijkt Ivo van Hove, die zelf een rolletje speelt als louche autohandelaar, zichzelf met regisseurs als Luchino Visconti, Ingmar Bergman, Rainer Werner Fassbinder, Mike Nichols en Patrice Chéreau, die eerder met succes de overstap van theater naar film maakten. Wong Kar-wai wordt aangehaald als inspiratiebron voor de interieurscènes, waarin realisme en surrealisme botsen.

Het zijn niet die namen die bij het zien van Amsterdam in gedachten komen. Het scenario van Jeroen Planting en Gerardjan Rijnders is een aaneenschakeling van clichés over migratie, arm en rijk en xenofobie, de personages zijn eendimensionaal, de dialogen tenenkrommend (‘Fok! Fok jou!’) en er wordt vaak allerbelabberdst geacteerd. Het resultaat is een kruising tussen Spetters en Snuf en Snuitje. Slechts bij vlagen is een flard zichtbaar van de film die Amsterdam ook had kunnen zijn.

Na afloop werd er in de Koninklijke Foyer een hapje en een drankje geserveerd; Hadewych Minis, begeleid door een combootje, acteerde dat ze een zangeres was. De acteurs, regisseurs en hotemetoten klapzoenden en deelden elkaar complimentjes uit. Van Hove zei het zelf al: zijn werk roept altijd admiratie én wrevel op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden