Ivo van Hove: 'Een goede leider is niet iemand die alles zelf doet'

Lovende kritieken en volle zalen in Londen, New York, Avignon en Amsterdam. De afgelopen seizoenen waren de jaren van de Belgisch-Amsterdamse theatermaker Ivo van Hove. Hoe kijkt hij erop terug, wat zijn zijn plannen en hoe houdt hij het eigenlijk allemaal vol?

Ivo van Hove Beeld Jouk Oosterhof

Proloog

'Ja, die oude rammelkast, dat is mijn fiets. Twaalf jaar geleden gekregen als afscheidscadeau van het Holland Festival.' Op die rammelkast fietst Ivo van Hove vervolgens ongekend rap door de Amsterdamse binnenstad, van de artiesteningang van de Stadsschouwburg naar een restaurant op de Herengracht waar dit interview zal plaatsvinden. Ik fiets achter hem aan en volg zijn aanwijzingen: 'Bruggetje over links, bruggetje over rechts!' Bijna wordt de theatermaker omvergereden door een scooter; even later rijdt hij zelf een passerende fietser van de sokken. Eenmaal op de plaats van bestemming, helpt hij mij bij het zoeken van een geschikt fietsenrek. Van Hove blijkt een zorgzame man.

Eerder die middag heeft hij bij Toneelgroep Amsterdam een presentatie gegeven van zijn nieuwe productie: De dingen die voorbijgaan, de theaterbewerking van Couperus' roman Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan. De première daarvan is half september in de RuhrTriënnale, als tweede deel in het Couperusdrieluik van Toneelgroep Amsterdam. Vorig jaar werd De stille kracht opgevoerd, volgend jaar volgt deel drie: Kleine zielen.

Eerste bedrijf: Ivo, de theatermaker

Een tikkeltje gespannen heet Ivo van Hove eind van de middag zijn medewerkers, acteurs en bijzondere gasten welkom. Samen met zijn partner en vaste scenograaf Jan Versweyveld introduceert hij in een studio van Toneelgroep Amsterdam met lichtbeelden zijn nieuwe voorstelling De dingen die voorbijgaan. Over waarom Couperus nu nog van belang is, over de inspiratiebronnen, de vormgeving. 'Het is een vrij duister en treurig stuk, over sterven en niet willen sterven, niet kunnen sterven', zegt hij. En het gaat over knellende familiebanden en verboden seksualiteit. Typische Van Hove-thema's dus; bijna al zijn voorstellingen zijn ervan doortrokken.

Van Hove, later in het restaurant: 'Ik kende Couperus uiteraard omdat ik vroeger zijn boeken las. Door al die televisieseries van toen is het idee ontstaan dat Couperus alleen maar Haags kostuumdrama is, over een tijd die voorgoed voorbij is. Maar Bas Heijne (schrijver en NRC-columnist, red.) heeft mij de ogen geopend door dat mooie boekje van hem: Angst en schoonheid. Couperus is zó van deze tijd! De stille kracht gaat over een clash van culturen, waar we ook nu middenin zitten. De vertelstructuur van Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan is bijna avant-gardistisch. Het is een meerstemmig boek, een polyfonie, een grote koorzang van personages. Je krijgt een anti-wereld te zien: zo wil je niet zijn als mens, zo wil je niet leven, zo wil je je niet voelen. Zijn personages laten zich een lotsbestemming aanpraten, en daar wordt een mens eenzaam, ongelukkig, weemoedig en gefrustreerd van. Couperus stelt ook de functie van het instituut familie als steunpilaar van de samenleving ter discussie, zonder moreel oordeel overigens.

Louis Couperus.

'Mijn voorstellingen gaan inderdaad vaak over onderdrukte verlangens, maar daar gaat sowieso veel theater en literatuur over. En laten we niet om de hete brij heen draaien: dat heeft uiteraard ook te maken met wie ik ben, met mijn homoseksualiteit. Over waar ik vandaan kom, uit dat kleine dorpje in Belgisch Limburg waar ik me altijd een buitenstaander heb gevoeld. Niet eens zozeer vanwege mijn homoseksualiteit, maar omdat ik me niet welkom voelde en nergens bij hoorde.

'Tegen mijn homo-zijn heb ik nooit gevochten, maar ik liep er niet mee te koop. Ik heb nooit in de kast gezeten, ik ben eigenlijk altijd uit de kast geweest. In de jaren zeventig las ik in Vrij Nederland eens een groot interview met de filmmaker Rainer Werner Fassbinder, die toen mijn idool was. 'Ik ben niet honderd procent homoseksueel', was de kop. Ik begreep precies wat hij bedoelde, namelijk dat je als mens meer bent dan je seksualiteit alleen. In mijn werk is niet zozeer homoseksualiteit het thema, maar wel het onvermogen van de mens te zijn wie hij wil zijn, te voelen wat hij wil voelen. Mijn voorstellingen gaan vaak over mensen die zichzelf niet toestaan te beleven wat ze willen beleven. Als je zo moet leven is dat erg treurig. Het onderdrukken van gevoelens maakt mensen ziek, letterlijk ziek, zoals Lot in De dingen die voorbijgaan. Niemand wil doodgaan in dat boek, allemaal houden ze vast aan het leven, ook als ze allang geen leven meer hebben, omdat dat leven ze nog maar bar weinig te bieden heeft.'

Tweede bedrijf: Ivo, het prijsdier

De afgelopen anderhalf jaar zijn voor Van Hove in feite één grote zegetocht geworden. Prijzen, premières wereldwijd, onderscheidingen, jubelende kritieken, euforisch publiek, veel (internationaal) succes voor Toneelgroep Amsterdam én voor zichzelf. Van David Bowie via de Tony Awards (de Amerikaanse theaterprijzen) in een ruk door naar het Festival d'Avignon. Ivo was erbij, en oogstte.

'Ik ben intussen ook geridderd in België, dat wordt in november voltrokken. Ik word dan Commandeur in de Kroonorde, de op een na hoogste onderscheiding. Baron Van Hove zou nog mooier zijn, maar wat niet is, kan nog komen. In mijn geboortedorp Kwaadmechelen ben ik benoemd tot Ereburger, de eerste die ze daar hebben. Dat vond ik erg ontroerend.

'Kijk, die Tony Awards, dat was wel wat, hè. Als je in die zaal zit, wil je maar één ding: je naam horen. Je wilt winnen, dat is bijna iets dierlijks. Het was een heel bijzonder moment, maar in alle eerlijkheid: het afgelopen jaar was ik het meest emotioneel en totaal geraakt door Les Damnés in Avignon. Ik heb daar gewoon staan wenen, het was sterker dan ikzelf. Ongelooflijk, dat we met La Comédie-Française, dat gezelschap met dat oubollige, stoffige imago, een zo extreme voorstelling hebben kunnen maken. Voor meer dan tweeduizend man, elke avond weer, op die immense Cour d'honneur van het pauselijk paleis - ik heb dat nog niet eerder meegemaakt. Het was bijna een ritueel: acteurs en publiek vielen samen, we waren één grote gemeenschap.

'Het werken met David Bowie aan Lazarus, dat was voor mij hors catégorie. Ik heb echt tijd nodig om dat allemaal te verwerken, ik ben daar nog helemaal niet klaar mee. Bowie zit nog steeds op mijn schouder: als ik ergens een café binnenkom, klinkt zijn muziek, ik hoor hem elke dag. Ik moet natuurlijk niet overdrijven, hij was geen intieme vriend van mij, maar wij hebben samen wel het laatste hoofdstuk van zijn carrière geschreven. Het klinkt misschien bekakt, maar ik ben intens gelukkig dat ik hem heb leren kennen. Dat hij mij heeft uitgekozen samen Lazarus te maken is niet zomaar een mooi moment; het is een heel traject waar ik nog middenin zit.

'Het was een druk en bewogen jaar. Ik denk dat vorig seizoen alleen al in New York minstens 250 duizend mensen naar mijn voorstellingen zijn komen kijken. Bij Toneelgroep Amsterdam waren dat er voor mijn regies schat ik 50 tot 60 duizend. Ik vind die cijfers belangrijk. Met mijn team wil ik namelijk het meest avontuurlijke, innovatieve, exclusieve en persoonlijke theater voor een zo groot mogelijk publiek maken. Theater op het scherp van de snede, theater dat niet wil behagen, maar wil bekoren. Dat dat nu lukt, in al die steden en landen, daar ben ik fier op. Er is tot nu toe niemand anders die als Nederlands-Belgische theatermaker op Broadway heeft gestaan, toch? Of heb ik iets gemist?'

Derde bedrijf: Ivo, de directeur

Naast alle buitenlandse successen is Van Hove ook directeur van Toneelgroep Amsterdam. Al vijftien jaar en als het aan hem ligt, blijft hij het nog een tijdje. Sterker nog: Amsterdam ziet hij als zijn thuisbasis, zijn laboratorium. Hoe houdt iemand dat vol, al die reizen, regies, standplaatsen, premières, producties en dan ook nog leiding geven? En wat hierna? Welke sterren na Juliette Binoche en Jude Law lonken naar Van Hove: Cate Blanchett, Isabelle Huppert?

'Ik werk keihard, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat, ook als ik in het buitenland ben. Ik sta om half 7 op, om 7 uur zet ik Skype open en komen de mails binnen. Tot half 11 ben ik dan met Toneelgroep Amsterdam bezig. Daar ben ik iedere dag mee bezig, ook als ik niet in Amsterdam ben. En als er echt iets belangrijks aan de hand is, vlieg ik terug. Ik ben een heel bereikbaar en toegankelijk iemand. Als Halina zou sms'en 'Ivo, ik zit met iets', heeft ze binnen twee minuten een berichtje terug. Een goede leider is niet iemand die alles zelf doet. Dat is een dictator, ik ben meer een mentor. De kunst van leidinggeven is voor een groot deel ook verantwoordelijkheden geven aan je team. Het is mijn taak een visie te ontwikkelen over waar we met z'n allen naartoe willen. Ik ben niet bezig met de dag van vandaag of morgen, maar met die van overmorgen.

'Wat ook scheelt: ik heb geen hobby's. Ik ga niet biljarten of zeilen om te ontspannen. Het enige dat ik graag doe, is naar de film gaan. Ik zat van de zomer in een taxi in Avignon en de chauffeur vroeg of ik een toerist was. Ik zei hem dat ik een voorstelling in het festival regisseerde. Toen zei hij dat het een fantastisch gevoel moet geven dat je met je werk iets kunt terugdoen voor de samenleving. Ja, dacht ik, dat is de kern: ik kan iets terugdoen en met anderen delen. In mijn werk kan ik mij uitdrukken, laten zien hoe ik over de wereld denk. Dat geeft mij de ultieme voldoening.

'Toen ik 24 was en op de toneelschool zat, zei Dora van der Groen (actrice, regisseur en de toenmalige directeur, red.) tegen mij: 'Ivo, tussen jou en het theater is het een gelukkig huwelijk.' Dat heb ik altijd onthouden: je trouwt in voor- en tegenspoed. De voorspoed is heerlijk, maar tegenspoed maakt het voor mij niet kapot. Ik heb in de begintijd bij Toneelgroep Amsterdam de nodige problemen gekend, maar we hebben het gered. Als ik een slechte kritiek krijg, ga ik daar niet dood aan. Ik schuif het niet opzij, ik neem het ter harte, maar ik lijd er niet onder. Van mijn mislukte voorstellingen heb ik uiteindelijk het meest geleerd.

'Ik blijf bij Toneelgroep Amsterdam zolang ik er zelf honderd procent plezier aan beleef, zolang ik bezield en gedreven ben en zolang men het mij toelaat mijn leven als theatermaker te leiden zoals ik dat nu leid. Ik denk niet in termijnen of beleidsplannen, het gezelschap moet evolueren, ik moet evolueren. Ik had jaren geleden al kunnen gaan freelancen, maar nog steeds is daarvoor geen aanleiding. Ik heb structuur nodig, een thuis.

'Wat de toekomst betreft: komend seizoen werk ik naast Amsterdam vooral in Londen. Lazarus wordt hernomen met deels een nieuwe cast die ik moet inwerken. Daarna regisseer ik Hedda Gabler bij The National Theatre en komend voorjaar Obsession met Jude Law, een coproductie van Toneelgroep Amsterdam en het Barbican in Londen. Over wat er daarna komt, zijn er wel gesprekken maar daar kan ik nog niets concreets over zeggen. Ik kan zo met een beroemde naam aan de gang, de deuren gaan open, maar dat is niet mijn doel in het leven. Ik wil niet zomaar wat sterren aan elkaar rijgen. Heel veel beroemde acteurs kiezen een regisseur en doen dan vervolgens wat ze zelf willen. Een star vehicle maken, dat weiger ik per definitie.'

'Over de samenwerking met actrice Cate Blanchett weet ik nog niets. Maar het is bekend dat ik haar ken. Cate kwam dit voorjaar op Broadway naar The Crucible (het stuk van Arthur Miller dat Van Hove regisseerde, red.) kijken en na afloop gingen we wat eten. Toen ik om half 2 's nachts mijn creditcard aan de caissière gaf, zei ze: 'O, weet u dat ik u bewonder?' Tegen mij, hè, terwijl Cate Blanchett naast me stond. Ik fluisterde Cate toe: 'Zij heeft me de dag van mijn leven bezorgd.'

Beeld Jouk Oosterhof

Epiloog

Tijdens het interview nuttigt Van Hove een maaltijd. Halverwege kiepert hij de puntzak frites die naast het bord staat over zijn kabeljauw heen. Een voor zijn doen tamelijk frivole actie. Het gaat nog even over zijn wat afstandelijke, kille imago, en dat hij alles perfect onder controle lijkt te hebben, iets ongrijpbaars heeft, iets van mysterie. Hij reageert als door een wesp gestoken.

'Oud onderwerp, klopt niets van, is verzonnen en het heeft niets met de realiteit te maken. Kijk, als ik een open boek zou zijn, hoe kan ik dan al die voorstellingen maken? Als ik gewoon the boy next door zou zijn, zou het misschien leuk zijn een glas met mij te drinken, maar ik denk niet dat ik dan het beste theater van de wereld zou maken. Ik zal heus wel mijn kleine afwijkingen hebben, maar naarmate ik ouder word, kan ik er beter mee omgaan. Trouwens: dat iemand nog iets van een geheim heeft, vind ik een goede eigenschap.'

Agenda


De dingen die voorbijgaan
: première 16/9
RuhrTriënnale; Nederlandse première 8/12 Stadsschouwburg Amsterdam
Les Damnés: vanaf eind september, La Comédie-Française, Parijs
Lazarus: vanaf 25/10, King's Cross Theatre, Londen
Hedda Gabler: vanaf 13/12, National Theatre, Londen
Kings of War: 3 t/m 6/11, BAM, New York
Dagboek van een verdwenene: première 11/3/2017
Salomé: première 9/6/2017 tijdens Holland Festival

Zomaar de tgv nemen naar Parijs om chique uit eten te gaan en even zo dure kleren te kopen? Nee, daar heeft hij geen enkel gevoel bij. Luxe vakanties? Deze zomer waren zijn partner en hij een weekje in Californië, 'een heerlijk saaie, burgerlijke vakantie aan een zwembad'. Vroeg slapen, vroeg op, veel lezen en praten over de plannen voor de toekomst. Hij heeft wel het boek en script van Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan helemaal doorgenomen, tot in de vezels. Nee, dat belast hem niet, het lucht juist op. 'Zo zie je maar, ik ben eigenlijk heel gewoon. Ik draag gewone kleding, dezelfde shirts die jij draagt.' Een Missonishirt dus? 'Nee, veel goedkoper. Gewoon American Apparel of zoiets. Zo ben ik.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.