Reportage

Istanbul vol wereldverbeterende kunstwerken

De bezoeker van de biënnale in Istanbul maakt een tocht door en om de stad, op zoek naar subtiele, maar wereldverbeterende kunstwerken.

Another letter to the reader, Walid RaadBeeld Getty Images

Het is een hij of een zij, kies maar. Hoe dan ook; hier in Istanbul is hij er altijd, onverstoorbaar wachtend. Als je een hoek omslaat, een raam opendoet, uit het metrostation opduikt of van je schermpje opkijkt. Soms niet meer dan een blauwe suggestie in de verte, dan weer breeduit schitterend. Het vaakst achteloos, in een verticaal kader alsof zich een deur opent, aan het einde van een smalle straat die steil omlaag loopt langs een van de zeven heuvels waarop de stad gegroeid is.

'De zee in Istanbul is een betrouwbare oude vriend. Ik twijfel er nooit aan. Ik zie hem elke dag. Als ik te lang zonder moet, voel ik mij bestolen', noteerde Istanbul-in-eigen-persoon, schrijver Orhan Pamuk.

De titel Saltwater voor de 14de Biënnale van Istanbul lag zo voor de hand dat niemand het eerder zag: de nabijheid van zo ontzettend veel zout water rondom heeft het ontstaan van de stad bepaald, haar groei, wat gegeten wordt, wat gedacht wordt, wie aankomt, wie weggaat. Maar er was de lichtelijk warhoofdige, poëtisch ingestelde Amerikaanse curator Carolyn Christov-Bakargiev (57) voor nodig om dit dagelijks gegeven als uitgangspunt te nemen voor een wijdlopig kunstevenement, dat in en door de hele stad uitstrekt - en verder.

Werken van Adrián Villar-Rojas voor de Biënnale, The most beautiful of all mothersBeeld Kubra Karacizmeli

Sociopolitieke deun

Volgens de cijfers van twee jaar geleden bewegen zich straks 350 duizend bezoekers naar de zee van Marmara, langs de Bosporus en tot aan de Zwarte Zee. Wie alles wil zien, heeft niet alleen veel meer dan de aanbevolen drie dagen nodig, hij of zij moet zich ook via bruggen en met ferry's over zee verplaatsen. Of in een duikpak, om het afgezonken werk van Pierre Huyghe te zien (zie inzet). Aan het zoute water valt niet te ontkomen.

Tot zover het goede nieuws: chapeau voor de mooie, zij het wat vage (want waar gáát het over, zout water?) insteek. Het is weer eens wat anders dan al die biënnaleslogans die suggereren dat de wereldorde via de kunst aangepakt wordt. Optimism in the Age of Global War (Istanbul 2007), What keeps Mankind alive (2009) of ludieker: Mom, Am I a Barbarian? (2013) is maar een greep uit de namen van een decennium Istanbul Biënnale. De manifestatie, net als collega-kunstmanifestaties, zong een sociopolitieke deun mee.

Daarin is niet veel veranderd. Curator Carolyn Christov-Bakargiev (die na 'haar' Documenta van 2012 zich had voorgenomen dit soort megaprojecten even te laten) wil óók de wereld veranderen. Zó graag dat ze op de persconferentie vorige week geregeld tot tranen toe was geroerd. Ze heeft niet voor de politiek gekozen maar voor kunst, omdat zij denkt dat verandering uit een andere hoek komt. Uit twijfel in plaats van uit zekerheid. Uit die van het kleine, in plaats van het grote gebaar. 'Small pleasures must correct great tragedies. Therefore of gardens in the midst of war I boldly tell' haalt zij schrijfster Vita Sackville-West aan. En hoewel dat 'small pleasures' vrijblijvend klinkt, blijkt het op de toer langs de dertig locaties een bruikbare leidraad. Soms is het gebaar zo klein dat een loep of lamp nodig is, maar dat maakt het nog niet futiel.

Verdronken kunstwerk
De Istanbul Biënnale kruipt dit jaar, meer nog dan voorheen, in de haarvaten van de stad. Er zijn ruim dertig locaties en behalve op de vier groepsexposities is daar steeds één kunstwerk te zien: in een garage, oud pakhuis, vuurtoren, een hotelkelder of vervallen paleisje; op de pier, in een boot, een winkel of verlaten scholen - de rondgang is ook op te vatten als alternatieve toeristische trip, waardoor de bezoeker de geschiedenis van Istanbul bij de kunstwerken krijgt meegeleverd. Bijzonder is het nu totaal vervallen Yanaros Huis op het eiland Büyükada, waar Leon Trotski begin jaren dertig in ballingschap leefde. Of de neoklassieke Galata Greek Primary School in Beyoglu, eind 19de eeuw opgericht voor de ooit grote Griekse gemeenschap in Istanbul. De recente geschiedenis is het tastbaarst in het kantoor van de Armeense krant Agos, in de wijk Sisli. Hier werd in 2007 de Turks-Armeense journalist en activist Hrant Dink op de stoep doodgeschoten, wat leidde tot een massaal en eensgezind 'Wij zijn allemaal Hrant Dink'-protest van Armeniers, Turken en Koerden - nu onvoorstelbaar. Zijn kantoor is te bezichtigen en kunstenaars Ayreen Anastas en Rene Gabri gebruikten zijn archief voor een ontroerende ode.

Curator Carolyn Christov-Bakargiev was tijdens de persconferentie geregeld tot tranen toe geroerd.Beeld ANP

'Small pleasure'

In museum Istanbul Modern buig ik me over de tekeningen van Asli Çavusoglu (33). Een spiralende zon, gebladerte, kleine insecten die over de pagina lopen, grafische patronen. Fijntjes, geconcentreerd. En van een prachtige kleur kersenrood, soms wat verbleekt. De kunstenares achterhaalde een vrijwel verdwenen, eeuwenoud Armeens procedé, waarbij rode kleurstof (karmir of kirmiz) uit de Ararat-kever gewonnen wordt. Die kleur wordt in de tekeningen afgezet tegen de fellere, bestendiger Turkse kleur rood - het is een manier om de 'Armeense kwestie', die hete aardappel in de keel van president Erdogan, via de kunst aan te kaarten, zoals op deze biënnale veelvuldig gebeurt. Je kunt het zien, het hoeft niet.

(Dat zoute water? Ja, dat komt zo) Zo moet je op deze biënnale geregeld priegelhandschriften lezen, rijen piepkleine fotootjes tot je nemen, minuscule plaatjes bekijken - bijvoorbeeld de serie van duizend abstracte, elkaar als filmbeeldjes opvolgende tekeningen van Christine Taylor Patten (75). Ze bracht eigenhandig het aantal kunstwerken in deze biënnale van 500 naar 1.500. In haar Klee-achtige pentekeningetjes van 1 vierkante inch per stuk, waarin zich een heelal op zakformaat ontvouwt, telt het detail. Lichtballen, zwarte gaten, komeetstaarten, of alleen de suggestie; de tijd raakt zoek bij het bekijken ervan.

En dat zijn maar twee van de vele keren dat ik naar de leesbril of de bijgeleverde loep greep - het detail, de 'small pleasure', is vaak letterlijk klein, en het verhaal achter een kunstwerk vaak bescheiden. Er is een vogelfluitjesconcert, dat Francis Alÿs in een nieuw filmwerk naar de ruïnes van de al eeuwen geleden verdwenen Armeense stad Ani bracht. Of een subtiel krakend, knisperend geluidswerk in een verder gestripte garage, een werk van Cevdet Erek (41). Het is even zoeken, tot je beseft dat juist de leegte en de kale ruimte, deze lege klankkast midden in die overvolle, zoemend drukke metropool, het onderwerp is.

Zout water

En voor wie daar allemaal niét voor kwam, voor die subtiliteit (zout water, coming up) zijn er de household names van het internationale kunstcircuit. Ed Atkins met een nieuwe hallucinante video-animatie, gepresenteerd in drie verdiepingen van een vervallen villa. William Kentridge, die zich een beetje routinematig heeft gewijd aan een werk over Leon Trotski, ooit balling op een eilandje bij Istanbul. Of Walid Raad, die een installatie maakte waarin 'verboden motieven' zogenaamd uit hun opbergkratten zijn gebroken - er is scherper werk van Raad geweest, maar het doet het goed op de foto. Net als dé selfiespot hier, van Adrián Villar-Rojas, als je eenmaal de steile afdaling door de tuin van Trotski's ballingsoord (zie inzet) hebt gemaakt: een ark-van-Noach-achtige parade van kunststoffen giraffen, olifant en buffels, die je vanaf podia in het water aanstaren.

Andere uiterste: Janet Cardiff en Georges Bures Miller maakten een (klein, weer klein) poppentheater op bureauformaat, met een treurig pianistje en een strompelend ballerinaatje in de kelder van het Vault Karaköy Hotel. Elke bezoeker zinkt weg in de bank en in dromerij bij deze melancholieke miniatuur. De realiteit van in parkjes bivakkerende Syrische vluchtelingen en van dranghekken en politietroepen op het Taksim-plein even verderop is weg. Tot je het pand verlaat en het contrast weer zo beschamend groot is. Alleen al daarom werkt deze biënnale anders dan in, bijvoorbeeld, de Documenta in het keurige Kassel.

Dat zoute water dan. Het is meer dan de zee. Het zit in ons lichaam, in de lucht, het houdt in leven en het corrodeert, het zoute water geeft zout en neemt levens, over het zoute water verhuizen volkeren. Curator Christov-Bakargiev zou er uren over kunnen doorgaan en doet dat soms ook. De woorden waves and knots komen ook steeds terug. In haar universum is alles met alles verbonden en daarom is dit containerbegrip Saltwater voor haar zo bruikbaar. Het had ook 'Lucht', of 'Bloed' kunnen heten, of een kleur kunnen hebben. In museum Istanbul Modern heeft Christov-Bakargiev, net zoals ze op de Documenta deed, een ruimte ingericht waarin een concentraat van haar inspiratiebronnen te zien is. Toen heette dat 'het brein', nu 'het kanaal'. Daarin niet alleen kunstwerken, maar ook archeologische vondsten of aanschouwelijke wetenschap - bijvoorbeeld de eerste fotografische pogingen het noorderlicht vast te leggen. Of een laat-19de-eeuws onderzoek naar knopen leggen. Ja, het zoute water is een dun lijntje in deze, maar vooral laat het zien dat kunst hier in een groter verband wordt gezien. Niet per se in een sociopolitiek verband of als maatschappelijk geweten - het bekende liedje op dit soort evenementen - maar in verband met de rest van de wereld.

Asli ÇavusogluBeeld Sahir Ugur Eren

Toename van snelheid, afname van druk

Waar het immers zo'n bende is. Waar zoveel twijfel is. Waar je in het algemeen van niets zeker bent, maar je misschien maar in één ding kunt verdiepen om toch veel te begrijpen - zoals Newton ook de gedachtesprong maakte van het vallen van een appel naar het bewegen van de hemellichamen. Dat klinkt vaag en dat ís het ook, maar het is best fijn dat het nu pontificaal wordt uitgespeeld. Vage verbanden, vermoedens, associaties en freischweberei zijn juist het gebied waarin kunst zo sterk kan zijn en van waaruit - denk aan Mondriaan - zoveel concreets kan voortkomen. Klein of groot.

Op de buitenmuur, Bosporuszijde, van museum Istanbul Modern heeft kunstenaar Liam Gillick in grote cijfers en letters een 63 meter lange vergelijking uit de hydrodynamica laten zetten, de wet van Bernoulli. Die omschrijft hoe een toename in de snelheid (van vloeistof of gas) gepaard gaat met een verlaging van de druk. Dankzij deze kunstenaar, op dit moment op deze plaats, gezien vanaf een boot, zie je een verband dat Bernoulli nooit kon vermoeden. Als elders in Europa, aan de Oostenrijkse en Duitse grens de poorten worden opengezet - toename van snelheid, afname van druk.

Als een groot kunstevenement (voorbij de namen, vips, sponsors, agenda en belangen) af en toe zo een deur in het hoofd kan openzetten, zo terloops als ook de straten van de stad soms het uitzicht op zee openen - dan is dat klein, maar ook groots.

14de Istanbul Biënnale Saltwater. T/m 1/11. 36 locaties, start museum Istanbul Modern.

Liam Gillick, Hydrodynamica Applied, op de muur van het Istanbul Modern Museum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden