Ishiguro is meester in gebruik van onbetrouwbare verteller

Kazuo Ishiguro is een meester in het gebruik van de zogeheten 'onbetrouwbare verteller'. In diverse van zijn boeken wordt de lezer geconfronteerd met een ik-figuur die aanvankelijk de oprechtheid zelve lijkt, maar aan wiens woorden en waarnemingen je gaandeweg steeds meer begint te twijfelen. Klopt het wel wat hij zegt? Is hier niet sprake van iemand die zichzelf - en daarmee ons - een rad voor ogen draait?

Schrijver Kazuo Ishiguro. Beeld ap

Het beroemdste voorbeeld is butler Stevens uit The Remains of the Day (1989), een man die door zijn opvoeding en achtergrond een dermate rigide denkkader heeft, dat het hem onmogelijk is sommige onderwerpen te verwoorden, ja zelfs om eraan te dénken. Even subtiel als soeverein laat Ishiguro zijn hoofdpersoon echter desondanks een hoop informatie verstrekken waarmee de lezer gaandeweg een vollediger versie van de werkelijkheid kan construeren.

Dit principe van 'indirect schrijven' komen we in al Ishiguro's boeken tegen. Daarbij past hij het uitgangspunt van het onverwerkte, onbegrepen verleden toe; er is veelal sprake van een verteller die uit deels vervormde herinneringen tot een reconstructie van zijn of haar leven probeert te komen.

Kostschool

In A Pale View of Hills (1982) blikt de in Engeland wonende Japanse weduwe Etsuko terug op het naoorlogse Nagasaki. Haar herinneringen aan die periode moeten haar helpen recente gebeurtenissen te duiden. Ook in An Artist of the Floating World (1986) kijkt de ik-figuur, de schilder Ono, terug en tracht hij in kaart te brengen wat er is misgegaan in zijn leven.

Met The Unconsoled (1995) laat Ishiguro het ingrediënt van het moeilijk ontwarbare verleden tijdelijk links liggen en plaatst hij zijn hoofdpersoon in een bijna kafkaësk on(be)grijpbare omgeving, die net zo moeilijk te interpreteren valt als een wirwar aan gekleurde herinneringen. In When We Were Orphans (2000) keert het motief van het onverwerkte verleden terug, als hoofdpersoon Banks (politieman? privé-detective?) de zaak van zijn verdwenen ouders wil gaan oplossen.

Wanneer we in Ishiguro's zesde roman, Never Let Me Go (Laat me nooit alleen), kennismaken met de 31-jarige Kathy H., al meer dan elf jaar 'verzorgster' van 'donors', waarvan sommigen klaarblijkelijk wel vier 'donaties' verstrekken en daardoor soms danig 'van streek' raken, ontstaat al vrij snel het beeld dat hier opnieuw sprake is van een onbetrouwbare verteller. Wat doneren die donors precies? Waarom maakt hun dat van streek en waaruit bestaat eigenlijk die verzorging?

Ook Kathy blikt veelvuldig terug. Dit naar aanleiding van Ruth en Tommy, twee donors die ze onlangs heeft verzorgd. Ruth en Tommy zijn voormalige medeleerlingen van haar: ze zaten gedrieën op Hailsham, een kostschool-achtig instituut ergens op het Engelse platteland.

Aanvankelijk passen Kathy's beschrijvingen van Hailsham goed in het beeld van een klassieke Britse kostschool, met z'n strikte regels, z'n afzondering van de buitenwereld, z'n onderlinge ruzies en pesterijen, strenge leerkrachten, intieme vriendschappen.

Maar waarom worden de leerlingen van Hailsham bijna wekelijks medisch gekeurd? Waarom rust er op roken zo'n groot taboe dat zelfs de boeken over Sherlock Holmes uit de schoolbibliotheek zijn verwijderd, vanwege de rijke hoeveelheden nicotine waarmee ze zijn doordrenkt? Waarom hebben de leerlingen alleen een initiaal als achternaam, en wordt er over ouders niet gesproken?

Afschrikwekkende toekomstvisie

Door al deze merkwaardige details, alsook door de gedachteflarden die Kathy aan het heden wijdt, komt langzaam maar zeker een beeld naar voren dat op ongeveer eenderde van het boek wordt verwoord door een van de leerkrachten - die hiermee de schoolregels overtreedt. Geen van hun toekomstdromen, houdt zij de dan vijftienjarige leerlingen voor, zal uitkomen. Het is slechts hun taak om, na volwassenwording, hun organen te doneren en daarna te sterven. Daar zijn ze speciaal voor gekloond.

Op het eerste gezicht lijkt Never Let Me Go een dystopia, een afschrikwekkende 'toekomstvisie', met dien verstande dat het boek zich niet zozeer in de toekomst afspeelt, als wel in een soort parallel heden. Het echte thema van dit boek is echter niet de ethiek van klonen en orgaandonatie, of het menselijk streven zijn bestaan zo lang mogelijk te rekken. Ishiguro's brave new world is geen waarschuwing, maar een metafoor, waarin 'Hailsham' staat voor de jeugd, en het 'doneren' voor het onvermijdelijke verval en sterven.

De vraag die hij stelt is: in welke mate moet en kun je kinderen beschermen tegen de werkelijkheid van het 'echte' of 'volwassen' leven? Doe je er als volwassene goed aan de kinderen 'de waarheid' te vertellen of is het je plicht een kind slechts te confronteren met wat het aankan? En wat is dat dan?

Op Hailsham heerst de opvatting dat je kinderen een kans moet gunnen op een gelukkige jeugd, door hen af te schermen voor de harde werkelijkheid van het volwassen bestaan. Zoals een onderwijzeres het later formuleert: 'Ja, in veel opzichten hebben we jullie voor de gek gehouden. (. . .) Maar we hebben jullie gedurende die jaren beschermd, en we hebben jullie jullie jeugd gegeven.'

Hoe je er ook over kunt denken: wat Kathy betreft is de leiding van Hailsham daarin geslaagd. Zij bewaart warme herinneringen aan haar schooltijd, haar vriendschappen met Ruth en Tommy. Haar ultieme geluksmoment beleeft ze wanneer ze een kussen in haar armen heeft geklemd en naar het cassettebandje met haar favoriete liedje luistert: 'Never Let Me Go'. Stiekem verbeeldt ze zich dat het gaat over een vrouw die dacht dat ze geen kind kon krijgen, maar uiteindelijk toch moeder wordt en terwijl ze de baby in haar armen neemt zingt: 'Laat me nooit alleen'. Het is het enige moment van moederliefde (in gevende of ontvangende zin) dat Kathy heeft gekend.

Ishiguro heeft zich al eerder met dit thema beziggehouden, maar het toen benaderd vanuit de tegenovergestelde richting. In A Pale View of Hills is het vijfjarige meisje Mariko in het naoorlogse Nagasaki volkomen getraumatiseerd doordat ze heeft gezien hoe een wanhopige vrouw haar baby in de rivier verdronk. Mariko's moeder neemt de emoties van haar dochter niet serieus. Sterker, ze verdrinkt niet lang daarna Mariko's jonge poesjes, omdat die maar onhandig zijn als ze straks haar nieuwe Amerikaanse echtgenoot zal nareizen. Niet zeuren, gewoon de feiten onder ogen zien. Toch?

Zowel naar vorm als inhoud is Ishiguro in Never Let Me Go op zijn zuiverst. Als er zoiets als een fluwelen mokerslag bestaat, is hij de uitvinder ervan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden