IS profiteert van sociaal netwerk Diaspora

Nu Twitter en YouTube actief propagandaberichten van de Islamitische Staat (IS) verwijderen, gaan de extremisten op zoek naar alternatieve sociale netwerken om hun boodschap te verspreiden. Een van de populairste alternatieven blijkt Diaspora te zijn, een netwerk dat draait op opensourcesoftware.

Beeld uit een propagandafilmpje van IS. Foto AFP PHOTO / HO / ISIL

Dat schrijft de Britse krant The Guardian. In tegenstelling tot Facebook of Twitter draait Diaspora op een open en gedecentraliseerde database en op zelfstandige servers. Dat houdt in dat het sociale netwerk geen officiële eigenaar heeft. Het voordeel is dat gegevens van gebruikers op die manier niet kunnen worden doorverkocht aan derden, zoals adverteerders. Maar er zijn ook nadelen, en die worden deze dagen maar al te duidelijk.

Want dankzij diezelfde decentralisatie kunnen aanhangers van IS er ongestoord hun gang gaan. Omdat er geen centrale server is, kunnen de beheerders geen berichten verwijderen of aanpassen en zijn ze in feite dus compleet machteloos. Daar komt nog bij dat Diaspora, in tegenstelling tot Facebook en Google+, het plaatsen van berichten onder een pseudoniem of nickname toestaat.

Podmins
Vier studenten van de Universiteit van New York begonnen in 2010 met het sociale netwerk omdat ze een alternatief voor Facebook wilden maken waarbij de privacy van gebruikers beter bewaard bleef. Inmiddels heeft hun netwerk naar schatting wereldwijd ongeveer 1 miljoen gebruikers. Diaspora is afhankelijk van donaties en fondsenwerving.

De bijdragen van gebruikers worden op een zelfstandige server, een zogenoemde 'pod', gepubliceerd. De afzonderlijke pods werken met elkaar samen en vormen zo het sociale netwerk. Beheerders van pods worden 'podmins' genoemd. Net als bij Facebook en Twitter zien gebruikers alleen berichten van mensen die ze volgen.

Via de pods van Diaspora worden nu propagandistische video's, afbeeldingen en teksten gepubliceerd. De oprichters, die ooit 'een betere toekomst voor ons allen' beloofden, zijn nu bang dat het propagandistische materiaal kan leiden tot juridische problemen voor andere Diaspora-gebruikers. Ze proberen gebruikers zoveel mogelijk op het hart te drukken geen IS-materiaal te delen. Verbieden kunnen ze het niet. Om technische redenen dus, maar ook omdat het niet strookt met de idealistische insteek van het sociale netwerk.

Arbitraire regels
In een blogpost uit 2011 schrijven de oprichters dat hun opzet ervoor zorgt dat geen enkel groot bedrijf ooit de controle kan hebben over Diaspora. 'Diaspora zal nooit je sociale leven aan adverteerders verkopen, en je zult je nooit hoeven te conformeren aan de arbitraire regels van een ander of over je schouders hoeven kijken wanneer je spreekt.' Het bericht is inmiddels verwijderd.

Twitter maakte gisteren bekend dat gebruikers die expliciete beelden van de onthoofding van de Amerikaanse journalist James Foley door IS plaatsen een tijdelijke ban krijgen. YouTube heeft video's van de onthoofding van zijn netwerk verwijderd.

Sociaalmedia-professor Bernie Hogan van het Oxford Internet Instituut vat het probleem van Diaspora tegenover The Guardian kernachtig samen. 'De gedecentraliseerde opzet heeft een groot voordeel en een groot nadeel. Het voordeel is dat er geen bemoeienis is van autoriteiten. Het nadeel is dat er geen bemoeienis is van autoriteiten.'

James Foley Foto ap