Is Nederland verkrampt?

In het debat over de toekomst van het multi-etnisch samenleven in Nederland zijn de diverse deelnemers het maar op één punt met elkaar eens: dat ze het grondig en hartstochtelijk met elkaar oneens zijn....

Is Nederland ‘in een kramp’ terechtgekomen, zoals oud-premier Ruud Lubbers betoogt in het zojuist verschenen Hutspot Holland? Is het stigmatiseren en discrimineren van vooral islamitische nieuwkomers zo uit de hand gelopen, dat die groep daardoor in hoog tempo van de Nederlandse samenleving aan het vervreemden is?

Of gaat het op iets langere termijn eigenlijk best aardig met de integratie (hoogleraar Han Entzinger in hetzelfde boek)? Of gaat het helemaal niet zo goed en spelen de Nederlanders met vuur door hun slordige manier van omgaan met de scheiding tussen kerk en staat (Sylvain Ephimenco in Gedwongen tot weerbaarheid)? Heerst er misschien zelfs anarchie in Nederland doordat de overheid niet meer in staat is de burgers tegen terreur van islamistische herkomst te beschermen (de filosoof Paul Cliteur in Hutspot Holland)?

Zo zouden we nog wel even kunnen doorgaan met alleen al het in kaart brengen van de scherpe tegenstellingen in het multiculti-debat. En dan hebben we het nog niet gehad over de persoonlijke woede en gekwetstheid die de voortgaande polemiek bij sommigen heeft veroorzaakt.

De woede van de Rotterdamse ex-wethouder Marco Pastors, die vindt dat hij zijn argwaan tegenover moslims moet kunnen uiten zolang in die kring de criminaliteitscijfers te hoog zijn en men het er moeilijk heeft met gelijke behandeling van vrouwen en homo’s. De gekwetstheid van Trouw-columnist Ephimenco, die zijn bundel Gedwongen tot weerbaarheid heeft genoemd, bij wijze van antwoord op Geert Maks Gedoemd tot kwetsbaarheid.

Ephimenco acht het onverteerbaar dat hij door Mak en anderen in de hoek van de ‘handelaren in angst’ is neergezet. Dat hij daardoor beledigd is, valt te begrijpen. Want de van oorsprong Franse Ephimenco zweert bij het seculiere karakter van het publieke domein (de laïcité), maar toont zich verder een tamelijk genuanceerd beschouwer.

De arme Mak op zijn beurt ziet zich door Paul Cliteur voor geldwolf uitgemaakt. Hij heeft daarop, in gesprek met Guido Derksen, de samensteller van Hutspot Holland, een overtuigend en ook enigszins onthutsend antwoord. ‘Dat pamflet van mij, Gedoemd tot kwetsbaarheid, daar heb ik nooit een cent aan willen verdienen. (. . .) De afgelopen maanden ben ik op zoek gegaan naar goede bestemmingen. Ik dacht: die organisaties van allochtone vrouwen die tegen eerwraak strijden (. . .), daar zal het wel goed mee zitten met deze regering, met al die ferme taal. Wat blijkt? Ze hebben nauwelijks een cent! (. . .) Ik ben oprecht geschokt door de afstand tussen de woorden en de daden van dit kabinet.’

Bij zo hoogoplopende meningsverschillen en zulke hevige emoties doet het weldadig aan wanneer iemand een balans probeert te zoeken. Twee boeken springen er dan uit: In godsnaam van Jutta Chorus en Ahmet Olgun en het al genoemde Hutspot Holland. Chorus en Olgun houden zich nauwelijks onledig met het formuleren van opinies, maar schetsen in hun reconstructie van de moord op Theo van Gogh een even spannend als fijnzinnig beeld van de hoofdrolspelers in dat drama: de gedreven, maar politiek onervaren Hirsi Ali, de onbekookte ‘dorpsgek’ Van Gogh en de in een sekteachtige context tot in het waanzinnige doorgeradicaliseerde Mohammed B.

Het bewonderenswaardige aan Hutspot Holland is vooral dat samensteller Derksen erin slaagt om structuur in de chaos te brengen door systematisch dezelfde thema’s te bespreken met zijn gesprekspartners, die van zeer diverse pluimage zijn. Dat op zichzelf is al een welkome doorbreking van het oer-Hollandse hokjesdenken dat het multiculti-debat dreigt te verlammen. In de trant van: ‘ben je voor vrouwenrechten en dus tegen de islam?’ Of: ‘ben je voor godsdienstvrijheid en dus soft ten aanzien van terrorisme?’ Het debat is al lastig genoeg zonder zulke verstarde posities.

Hutspot Holland onthult, interessant genoeg, dat er ondanks de polarisatie in het debat op een paar concrete punten vrij brede overeenstemming bestaat. Bijvoorbeeld dat het nuttig is als mensen die zich hier willen vestigen, de Nederlandse taal leren. Ook de stelling dat iedereen die zich in Nederland bevindt, zich aan de wet dient te houden en dat haat zaaien of oproepen tot geweld niet te tolereren is, ondervindt nauwelijks tegenspraak.

De enige die zich buiten de consensus plaatst waar het gaat om het belang van de liberale rechtsstaat, is Paul Cliteur. In zijn alarmistische benadering van islam en terreurdreiging vindt hij het legitiem als de overheid desnoods over grondrechten heen stapt. ‘Ik zei al: de staat is primair, de rechtsstaat secundair (. . .) het recht op leven is het meest basale recht. Alleen dát kan ik niet opgeven. (. . .) Dus grondrechten zijn nooit absoluut.’ Cliteur formuleert hier een voor Nederlandse verhoudingen nog vrijwel uniek standpunt, dat elders dient ter legitimatie van bijvoorbeeld de verhoortechnieken in Guantanamo Bay.

Het belangrijkste discussiepunt dat in Hutspot Holland wordt geëxploreerd, heeft betrekking op het karakter van de gewenste integratie. Hier zijn twee posities duidelijk te onderscheiden. Ten eerste: integratie als aanpassing van allochtonen aan de westerse cultuur, normen en gebruiken, waarbij soms nog de subvraag wordt gesteld of de islam überhaupt wel geïntegreerd kan worden in de moderne, westerse samenleving. De aanhangers van dit integratiebegrip zien vooral obstakels op religieus en cultureel terrein (eerwraak, vrouwenbesnijdenis, et cetera) en zijn van de school van het duidelijk ‘benoemen van problemen’.

Daartegenover staat een integratieconcept dat uitgaat van deelname aan de samenleving – via onderwijs en werk –, waarbij er voor iedereen ruimte hoort te zijn zichzelf te ontplooien. In dit model is er plaats voor culturele en religieuze diversiteit binnen het kader van de democratische rechtsstaat, die noch discriminatie op grond van kleur of godsdienst, noch het mishandelen van vrouwen, noch terroristische dreigingen tolereert.

Als pleitbezorgers van dit ruimhartige integratiemodel manifesteren zich uiteenlopende figuren als Ruud Lubbers, Han Entzinger, Femke Halsema, Job Cohen, Anil Ramdas, Geert Mak, Sadik Harchaoui en Ian Buruma. De laatste, samen met Avishai Margalit auteur van het spraakmakende boek Occidentalisme (over de bronnen van het islamistische terrorisme), pleit vurig voor het Amerikaanse model: culturele diversiteit binnen een homogeen democratisch politiek kader.

Zonder ook maar een ogenblik het risico van nieuwe uitingen van door een extreme opvatting van de islam geïnspireerd terrorisme te bagatelliseren, waarschuwt Buruma tegen discriminatie en tegen druk om cultureel te assimileren. Je moet ervoor zorgen ‘dat het veel makkelijker is voor mensen om aan het werk te gaan of om zelf iets te beginnen. (. . .) Tot wie ze zich richten als ze bidden, dat doet er dan in feite niet meer toe.’

Guido Derksen: Hutspot Holland. Atlas; 477 pagina’s; ¿ 24,90. ISBN 90 450 1465 3.

Jutta Chorus & Ahmet Olgun: In godsnaam – Het jaar van Theo van Gogh. Contact; 256 pagina’s; ¿ 19,90. ISBN 90 254 2785 5.

Sylvain Ephimenco: Gedwongen tot weerbaarheid – Islamkronieken. Houtekiet; 191 pagina’s; ¿ 16,50. ISBN 90 5240 853 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden