LijstjesMan-Vrouwverhoudingen

Is lijstjes maken vooral een mannending?

Beeld Studio V

De aanname is dat het vooral mannen zijn die lijstjes aanleggen. Of het nu favoriete platen, films, gespotte zangvogels of vliegtuigen zijn. Maar klopt dit wel? En zo ja, valt daar evolutionair-technisch iets over te zeggen?

Vrouwen houden ‘gewoon’ van muziek, constateerde ‘popprofessor’ Leo Blokhuis eens in de Volkskrant, mannen zijn ‘freakeriger’: ‘Als mannen van een band houden, willen ze ook meteen alles van die groep hebben en weten.’ Waarom mannen zo zijn, vroeg de Volkskrant. ‘Tja, kennis werkt erotiserend’, dacht Blokhuis. Al voegde de sympathieke muziekvreter aan dit masculiene standpunt meteen een zachte factor toe: ‘Je bent toch eigenlijk je minderwaardigheidscomplex aan het wegspelen met je weetjes.’

Geen idee op welke wetenschappelijke bronnen de ‘popprofessor’ zich baseerde, maar de gedachte is wijdverspreid. Kennis als instrument om te imponeren, volgens de klassieke rolverdeling vooral van de mannetjes op de vrouwtjes. Het is maar een van de vele standaardverklaringen voor het raadsel van de lijstjesdrang, waar dit in wezen over gaat. Alles bijhouden, opschrijven en bewaren. Van de vijf beste wielrenners in de wereld of de drie meest exotische vakantiebestemmingen, tot de tien mooiste gitaarsolo’s of de acht beste liefdesscènes op film. Ze bestaan in alle soorten en maten, zoals ook uit dit katern blijkt. En het is een typisch mannelijke eigenschap, is steevast het uitgangspunt.

Die gedachte wordt niet alleen door mannen verkondigd. De Duitse journalist Constanze Kleis schoot in 2008 de bal vaardig in het open doel met de publicitaire voltreffer Vrouwen houden van mannen, mannen houden van voetbal. Het boek was een zoveelste variant op de man-vrouwklassieker Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus, de bestseller van de Amerikaanse therapeut John Gray, waarvan in de jaren negentig wereldwijd miljoenen exemplaren over de toonbank gingen.

Kleis richtte zich in haar boek op het voetbal en besprak daarbij ook het klassiek mannelijke fenomeen van de lijstjesdrang. ‘Alleen mannen kunnen zich interesseren voor volslagen nutteloze informatie, zoals de namen van de keepers die de meeste strafschoppen tegenhielden of de schoenmaten van de spelers van het Chileense nationale elftal’, schreef ze. Waarna ze inkopte met een andere gangbare verklaring: ‘Lijstjes zijn het ideale gereedschap voor de jager-verzamelaar en staan symbool voor het verlangen alles te beheersen en te controleren, tot en met de lijstjes zelf aan toe.’

Kleis dribbelde door: de mannelijke lijstjesdrang is volgens haar ‘een variant op het aloude ‘Wie heeft de langste?’ en misschien zijn vrouwen daarom verregaand immuun voor lijstjes, boodschappenlijstjes uitgezonderd.’

Of het waar is, valt te bezien, maar het zou kunnen. Het gaat er in elk geval in als koek.

Hele boekenplanken zijn te vullen met lijstenboeken. Ze dragen titels als ‘Het grote lijstenboek’, eventueel voor een gelegenheid omgewerkt tot ‘Het grote EK-lijstenboek’, of ‘De top-10 van alles’. Standaardwerk in dit verband is ‘De betovering van lijsten’ uit 2010, een imposante beschouwing en opsomming door Umberto Eco, verwoed lijstjesverzamelaar.

Allemaal mannen die de boeken schreven.

Er valt een lijstje te maken van de meest gehoorde verklaringen voor de lijstjeslust, al zeggen die niets over het verschil tussen man en vrouw. Ze komen grofweg op hetzelfde neer. Lijstjes bieden houvast. Overzicht, greep. Ze behoeden ons voor vergeten – vandaar die oeverloze jaaroverzichten en terugblikken in de decembermedia. Lijstjes geven inzicht. Ze bieden rust. Misschien dat ze harder nodig zijn dan ooit, sinds de chaos die het leven toch al was is vergroot door internet en (sociale) media. Lijstjes leiden tot imiteergedrag. Sommige althans: vroeger de Top 40 in de muziekindustrie (nu de ‘charts’ op Spotify of andere media), in de boekenwereld nog altijd de Bestseller Top 60 van de CPNB (of exclusievere toptiens in kranten als deze). De lijstjes moeten dienen ter inspiratie, identificatie of legitimatie: ‘Als dat (vul in: nummer/boek/Netflixserie) op 1 staat, moet ik het ook eens gaan bekijken’.

Misschien hebben mannen gewoon meer tijd voor belangrijke nutteloze zaken als lijstjes maken. De Nederlander heeft gemiddeld zo’n 43,8 uur per week aan vrije tijd, becijferde het Sociaal Cultureel Planbureau in het rapport De sociale staat van Nederland in 2019. Daar was al tien jaar geen verandering in opgetreden. Mannen waren daarover tevredener dan vrouwen. Logisch: zij hebben per week ruim tweeënhalf uur meer vrije tijd, zo bleek. Wat zij daarmee doen, is ook onderzocht (voornamelijk ‘ontspannen’ en media consumeren); helaas zwijgt de wetenschap over lijstjes bijhouden.

Het is psychologie van de koude grond, zoals alle zogenaamde verklaringen voor de lijstjesdrang dat evengoed zijn, maar het bijhouden van lijstjes wordt nogal eens gezien als het laatste restje van de oermens in de homo sapiens, waarnaar Constanze Kleis ook al verwees. De laatste, primaire overblijfselen van de jager-verzamelaar, oftewel onze voorlopers homo habilis en homo rudolfensis, die zo’n (wie weet het nog?) 2,4 miljoen jaar geleden leefden. Traditiegetrouw waren het de (sterkere) mannenwezens die de zware fysieke taken op zich namen, waar de vrouwen zich toelegden op klussen als koken en voor kinderen zorgen. Voor de primaire levensbehoeften hoeft de stoere jager alleen nog maar naar de lokale supermarkt. Voor de oeroude behoefte aan verzamelen resten hem enkel nog zijn lijstjes. Aldus de theorie.  

Dat was toen. Nog maar even geleden: het tijdperk van de jager-verzamelaar eindigde door verbeterde jacht- en verzameltechniek pas met de vestiging van de eerste landbouwgemeenschappen in de zogeheten neolithische revolutie. Dat was zo’n tienduizend jaar geleden. Eergisteren dus. Logisch dat we nog even nodig hebben om de laatste restjes oerdriften weg te werken.

Lijstjes bijhouden dateert al uit de oudste culturen. In het oude Egypte legden krijgers (louter mannen uiteraard) al lijsten aan van veroverde steden en gebieden, de verzamelde buit na een veldslag of de stand van de Nijl.

Internet maakte van de wereld een dorp, al is de overzichtelijkheid er niet bepaald groter op geworden. Hooguit voor Umberto Eco, die het wereldwijde web beschouwde als ‘de oermoeder aller lijstjes’. De oeroude neiging tot verzamelen kan wel sneller dan ooit worden bevredigd. Voor wie een beetje genetisch belast is met verzamelwoede ligt dan een dwangneurose op de loer. Waarmee de patiënt zich al snel bevindt in de zones van obsessief-compulsieve stoornissen uit de klassieke handboeken voor psychische aandoeningen van dit tijdperk.

Tot zover de clichés over mannen en hun lijstjesdrang. Als ze al kloppen, lijkt het tijd voor herziening. Je kunt met gemak beweren dat de klassieke scheidslijn op dit gebied aan het vervagen is.

Beeld Studio V

Een voorbeeld.

De tv-serie High Fidelity, naar het gelijknamige boek van de Engelse schrijver (en oud-leraar, -journalist en levenslange voetballiefhebber) Nick Hornby, draait om Rob, de eigenaar van een platenzaak. Hij en zijn ondergeschikten troeven elkaar de hele dag af met muziekweetjes. Rob heeft daarnaast een particuliere obsessie: het bijhouden van top-5-lijstjes over zijn persoonlijke voor- en afkeuren. Zijn recentste lijstje betreft de rangschikking van zijn exen.

Schreven we ‘hij’? Dat was in het oorspronkelijke boek van Hornby, uitgekomen in 1995. In de verfilming als tv-serie, februari dit jaar, is Rob een vrouw, het enigszins sexually fluid personage Robyn (‘Rob’ is haar aanspreeknaam), gespeeld door Zoë Kravitz. Met dus dezelfde lijstjesobsessie als de eenduidig mannelijke Rob uit het boek. Het zegt iets. In elk geval hoe de tijdgeest in 25 jaar is veranderd.

En wacht eens even: lijstjes, waar kennen we die nog meer van? Uit de media natuurlijk. Nu doet ‘iedereen’ het, ooit hoorde het lijstje tot het privédomein van de tijdschriftenwereld. In Nederland was het ‘bladendokter’ Rob van Vuure die zijn patiënten aan het lijstjesinfuus legde. Een beproefd recept, dat hij vele malen uitschreef wanneer een langzaam steeds kwakkelender magazine aan revitalisering toe was. Het resultaat was een facelift, met als enige bijverschijnsel dat de bladen er in de kiosk wat gelijkvormig van gingen uitzien.

In zijn boeken (veelzeggende titel: Honderd manieren om leuk ‘boerenkool’ te brengen) varieerde hij moeiteloos op hetzelfde thema: ‘De 17 lekkerste tweezitters’, ‘De 98 lekkerste Paasrecepten’. Tip: (bijna) nooit ronde getallen gebruiken, dat riekt naar een bedacht trucje. Zo suggereer je meer precisie.

Voor op het lijstje paradoxen: Van Vuure werkte lang voor tijdschriftengigant Sanoma, dat grossiert in tijdschriften voor man en vrouw, maar zijn lijstjesrecept werd vooral bekend door de vrouwenbladen, de glossy’s. In weerwil van de gangbare theorie of het clichébeeld zijn lezeressen dus ook kennelijk dol op het lijstjesgevoel en het prettige houvast dat lijstjes geven in het leven. En al lang ook.

Laat ik tot slot, wel zo gepast in deze weken, dicht bij eigen huis blijven: vogels kijken. Vogelaars zijn, net als andere natuurliefhebbers, vermaarde lijstjesmakers. Mijn teller van raamvogels (soorten die ik sinds een verhuizing vanuit het raam van mijn stadse werkkamer zag) staat inmiddels op 46. Toch mooi 29 soorten meer dan in de vorige woning, een wijkje verderop. Ook koester ik de papieren opsommingen van mijn vakantievogels, afgescheurde reepjes papier waarop ze allemaal langskomen. Zie ik ‘Hop’ staan, dan ben ik in gedachten weer terug bij die paar weken Portugal, zo’n vijf jaar geleden. Dat veld. Die boom. Die dag.

Geen doel, louter drang.

Op de website waarneming.nl delen meer dan 100 duizend natuurkijkers hun observaties, in een tomeloze lijstjesdrang (in een combinatie met sportelementen en eergevoel). In de vogelaarswereld bepalen de baardmannetjes het beeld. Een cliché, want vrouwtjes worden al lang en vaak waargenomen in het veld. Houden zij even fanatiek lijstjes bij als de mannenbroeders? ‘Lang was onze site een typische blankemannenspot’, zegt Timo Roeke van waarneming.nl. ‘Jaarlijsten, maandlijsten, fenologielijsten – het zijn eigenlijk alleen maar mannen die dat doen. Een soort jagers die op zoek zijn naar de volgende kill, iets heel primairs.’

Toch is er iets aan het verschuiven: er doen steeds meer vrouwen mee, blijkt uit de harde cijfers. Van de deelnemers die hun gegevens invulden is 42.967 man, tegenover 23.961 vrouwen. Een verhouding van bijna 2 op 1.

Nog even en lijstjes zijn echt iets voor vrouwen.

Televisieseries

De essaybundel TV (The Book) van Alan Sepinwall en Matt Zoller Seitz is een poging om een top-100 van de beste Amerikaanse televisieseries te maken. Ze geven beiden cijfers van 1 tot 10 in zes verschillende categorieën, doen een optelsom en komen tot een top-100. Hier de top 5.

1. The Simpsons (1989 - nu)

2. The Sopranos (1999 - 2007)

3. The Wire (2002 - 2008)

4. Cheers (1982 - 1993)

5 Breaking Bad (2008 - 2013)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden