'Is er geen buzz, dan is je bandje niet goed genoeg'

De ouderwets riffende gitaarrock van het Engelse duo Royal Blood is zeldzaam explosief en ongelooflijk goed. Mike Kerr en Ben Thatcher over hoe je met een karig instrumentarium een liedje schrijft dat staat als een huis.

Mike Kerr (links) en Ben Thatcher: 'Op plaat willen we het livegevoel en de soms angstaanjagende chemie tussen ons vastpinnen.' Beeld Daniel Cohen

Er lijkt iets niet in de haak, met die jongens van Royal Blood. Ze komen op de afgesproken tijd een meditatieruimte binnen, een stille kamer in het Londense kantoor van hun platenmaatschappij Warner. Stellen zich beleefd en zelfs wat timide voor. En dan staren we met z'n drieën uit het raam, ergens op verdieping zes van dit glimmende kantoorgebouw in Kensington.

'Kijk, daar zie je de toren van St. Luke's Church, in Chelsea.' Prachtig uitzicht, inderdaad. Pom-tie-dom. 'Hier gaan zitten?' Ja, hier gaan zitten. Samen op een driezitter, gezellig. Ah, daar is de koffie.

Zijn dit 'de redders van de Britse rock', zoals ze in Groot-Brittannië steevast worden aangekondigd? Zijn dit echt bassist Mike Kerr en drummer Ben Thatcher van het explosiefste, hardst rockende duo van onze tijd? Deze twee jongens met een oxazepam-aura van rust en vrede, welbespraakt en zelfs voor Engelsen bijna overdreven gedistingeerd?

Geen zorgen, zegt Kerr. Deze staat van innerlijke kalmte is tijdelijk. En het heeft Royal Blood sowieso maanden gekost om ook maar enigszins rustig te worden. Er waren net geen mannen in witte jassen voor nodig.

'Toen we vorig jaar eindelijk stopten met optreden, moesten we drie maanden bijkomen. Even terugblikken op wat er nu precies gebeurd was', zegt Kerr. Thatcher knikt, ernstige blik. Het was niet niks.

Waar gaat het over?

Royal Blood schrijft rockende popliedjes met teksten die vooral gaan over het alledaagse liefdesleven van de hoofdpersonen. Mike Kerr: 'Omdat we daar nu eenmaal expert in zijn. We maken ons ook zorgen over de wereld, over Trump en de Brexit en wat dan ook, maar ik voel me niet deskundig genoeg en dus bevoegd daar liedjes over te schrijven. Bovendien lijkt het me erg over tien jaar naar mijn oude liedjes te luisteren, die dan blijken te gaan over de Brexit. Volgens mij krimp je dan in elkaar van schaamte: o mijn God, wat een pretenties, waar hád ik het in godsnaam over?'

In 2013 werd Royal Blood uit Brighton ontdekt, zoals een bandje alleen in Groot-Brittannië kan worden ontdekt. Ze werden bijna letterlijk uit de kroeg getrokken waar ze stonden te beuken op niet meer dan een bas en een drumstel. Met dat extreem karige instrumentarium hadden Kerr en Thatcher goud in handen, dat kon iedereen horen die maar één hersencel verstand van popmuziek heeft.

Royal Blood maakte toen, en naar straks zal blijken nu nog steeds, moddervette, riffende gitaarrock met - heel gek - toch ook vederlichte en juichende poprefreintjes, waaruit zelfs een beetje sixties- en garagerock valt te peuteren. Muziek die elke platenmaatschappij, en destijds ook het grote Warner Music, direct wil enteren en binnenhalen als belofte voor de Britse gitaarmuziek.

Een belofte bleef Royal Blood niet lang. De debuutplaat uit 2014 werd onthaald als Gods woord uit de gitaarhemel. Gitarist Jimmy Page van Led Zeppelin hoorde een blinkende nieuwe tweemansversie van dat oude riffbandje van hem, en zei dat het goed was. De Arctic Monkeys en de Foo Fighters wilden goede sier maken met Royal Blood en sleepten het duo mee op hun concertreeksen. En daarna begon de zegetocht van de heren zelf: bijna drie jaar lang op tournee, als een van de geliefdste, want blijmoedig scheurende bandjes uit het club- en festivalcircuit.

Daar zitten ze nu dus van bij te komen. 'Aan de ene kant is het natuurlijk verschrikkelijk, zo lang toeren', zegt Kerr. 'Want je kunt wel zeggen dat je het niet gaat doen, maar het gebeurt toch: je leeft ruim tweeënhalf jaar op een dieet van tequila en chicken wings. Een desastreuze levensstijl. Maar tegelijk is het de ervaring van je leven: bij ons vooral door de manier waarop onze vriendschap zich ontwikkelde en steeds intenser werd. We hadden echt het idee dat we een oorlog ingegaan waren. Je weet wel: of je komt niet thuis - dan ben je dus dood - of je keert terug van het front als kameraden.'

En toen echt de allerlaatste show was gegeven, midden 2016, kwamen de ontwenningsverschijnselen. Kerr: 'Fysieke verschijnselen, echt. Elke avond om negen uur kreeg ik een stoot adrenaline te verwerken en voelde ik een gloeiende rush door mijn hoofd schieten. Omdat mijn lichaam gewend was op dat moment te ontploffen op een podium. Het zat nu te wachten op de gig die niet kwam. 'Thatcher: 'Dan gingen we maar weer de hond uitlaten.'

Ja, en dan die tweede plaat. Dat geval waar elke band die op oud-Engelse wijze is ontdekt en gehypet als een berg tegenop ziet. Maar die toch echt, écht moet komen en het liefst een beetje snel. Kerr: 'Ja, het duurde even. We hadden bijna drie jaar constant opgetreden, weet je nog? Het was niet zo dat we getroffen door een soort writersblock lagen te kreunen in de studio.'

Heel belangrijk bij het maken van de nu verschenen plaat How Did We Get So Dark?: Royal Blood wilde reflecteren, daarna experimenteren, erg rare dingen doen en dan komen met iets heel nieuws dat vervolgens toch weer moest klinken als het oude Royal Blood. Voor een niet-ingewijde misschien volslagen wartaal, maar Kerr en Thatcher denken dat ze het kunnen uitleggen. 'Jij nog koffie?'

Allereerst iets over die riffs, die meeslepende opeenvolgingen van drie of vier noten op de (bas)gitaar die in ieder effectief rocklied, van de Stones tot Black Sabbath tot The White Stripes, de euforie moeten aanjagen. Magische dingen. 'Maar', zegt Kerr, 'je moet er wel wat leuks mee weten te doen. Soms hoor je in een rocksong een riff, een heel lékkere riff, maar daar blijft het dan bij. Er gebeurt verder niet zo veel.' Zo werkt dat niet, voor Royal Blood. 'Als een riff niet in een popliedje past, dan is hij niets waard. Wij willen de riff cultiveren en inzetten voor iets groters.'

Thatcher: 'De gitaarriff voor I Only Lie When I Love You (een van de nieuwe singles) bedachten we in vijf minuten, samen in de studio. Een topriff, daar wilden we wel iets mee.' Kerr: 'En we gingen puzzelen, arrangeren. Dat duurde maanden en we kwamen er niet uit.' Thatcher: 'Die song werd voller en voller, er kwamen steeds meer lagen bij, maar er klopte iets niet. En dan doen we wat we vaker doen: het ding vergeten. Gewoon een paar maanden laten rusten. Er dan met frisse oren naar luisteren en ja hoor, je weet gelijk wat er mis is. In een paar minuten zet je alles in de goede volgorde. Je neemt een tweede stem op, bij het lekker hoog gezongen refrein. Je laat hier en daar een stilte vallen, schrijft een strak bruggetje en bam. Liedje is klaar.'

En wat voor een liedje. Een van de opwindendste, hypercompacte en popachtige liedjes uit het oeuvre van de band. En wie na de uitleg van het duo hierboven nog niet begrijpt hoe het werkt: u hoeft de track alleen maar te beluisteren. Gedaan? Nou, op die manier dus. I Only Lie When I Love You is een minihoorcollege voor beginnende bandjes. Hoe maak je van een lekkere riff een perfect, tweeënhalf minuten durend poprockliedje.

Een andere prangende kwestie voor Royal Blood: zouden ze zich bij plaat twee houden aan de bandprincipes die ze voor plaat één hadden bedacht? Hun debuutplaat speelden Kerr en Thatcher live in, zonder overdubs of naderhand toegevoegde versierselen of wat dan ook. Kerr: 'Dat was echt een heilige regel. Wij zijn een duo dat graag live speelt en op plaat willen we dat livegevoel en die soms angstaanjagende chemie tussen ons vastpinnen. Je hoort dus vocalen en drums en mijn bewerkte basgitaar, waar ik allerlei effecten op kan loslaten. Rechtstreeks opgenomen.'

Op de vervolgplaat horen we nu toch ook wat decoraties, kleine extra's die live met zijn tweeën niet reproduceerbaar zijn maar op plaat wel fijn klinken. Een keyboard, wat extra percussie en een gilletje hier en daar. Kerr: 'We dachten: hé, muziek heeft helemaal geen regels, toch? En bovendien: wij hebben zelf die regels bedacht, dus mogen we ze nu ook zelf overtreden. We wilden voor onze nieuwe plaat nog net iets geliktere poptunes maken, en als dat kan met wat minimale extra studiomiddelen, waarom dan niet?'

De overtollige cosmetica werd uiteindelijk weer weggepoetst door Kerrs experimenten met zijn wonderbas, die op de nieuwe plaat nog basaler en zuigender klinkt dan op het debuutalbum. 'Dat was voor mij nog het mooiste aan het hele opnameproces. Ik sloeg vele zijwegen in en experimenteerde me wild met het basgeluid, om daarna terug te komen op het oude spoor: de kale bas, maar nu nóg kaler. Ik plugde hem soms rechtstreeks in de geluidstafel, dus zonder versterker. Om een nog puurder en volgens ons dus vetter gitaargeluid te krijgen: een smerige, groovende punkbas.'

Thatcher: 'Ik denk dat dat typisch Royal Blood is. Toen onze songs allemaal bijna klaar waren, gingen we alle extra's weer weghalen. Had Mike ergens een solo ingespeeld op de hoge noten van zijn bas, dan gooiden we dat solootje uiteindelijk gewoon weer weg. We kwamen erachter dat we door gekke dingen als gitaarsolo's juist steeds normaler gingen klinken. Weg ermee.'

De plaat van Royal Blood kan nu schitteren als een van die zeldzame nieuwe Britse gitaarplaten waarop je in de rockdisco ook nog wat zou kunnen dansen - als de rockdisco nog zou bestaan. Kerr: 'Daar doen we het voor. Gitaarmuziek moet volgens ons ook geschikt zijn om op te dansen. Onze nieuwe liedjes zijn gemaakt met dat idee in het achterhoofd: aanstekelijke melodieën, nog springeriger dan op onze eerste plaat. Kom op mensen, dansen en meezingen maar.'

Daarmee lijkt Royal Blood wel tegen de stroom in te zwemmen, want de laatste jaren vliegen de rockende en catchy Britse gitaarbands ons niet bepaald om de oren. Een Britse rockgolf van vijf jaar geleden, met Royal Blood en leuke nieuwe bandjes als Marmozets en nog heel veel meer lijkt nu gereduceerd tot minirockgolf, bestaande uit alleen nog Royal Blood. In het bandjesuniversum wordt dan al snel geklaagd over de macht en kwade krachten van de muziekindustrie.

Royal Blood. Beeld EPA

Kerr: 'Ja, het is grime, hiphop, r&b en dance wat de klok slaat, ook in Groot-Brittannië. Maar de schuld daarvoor ligt bij de bandjes zelf, niet bij de muziekindustrie of de radio die geen rock meer wil draaien. Als je een écht goede rockband bent en je speelt in een kleine club of in een kroeg, dan kom je bovendrijven. Word je niet opgepikt dan moet je betere liedjes schrijven, zo simpel is het. Er zit echt niemand met een geheime agenda in een kantoor van een platenmaatschappij alle leuke Britse rockbandjes tegen te werken.'

Thatcher: 'Bij de platenmaatschappijen, de kleintjes en de groten, werken mensen die maar één taak hebben: bands waar een buzz omheen hangt oppikken en groot maken. Geloof me: als om jouw band een buzz hangt, dan word je opgemerkt. Is er geen buzz, dan is je bandje niet goed genoeg. En trouwens, je kunt tegenwoordig gewoon zelf je muziek opnemen en naar buiten brengen. Is er geen podium waar je kunt optreden, dan speel je een concert in je oefenruimte, camera erbij, en je zendt het uit op Facebook Live. Het is nog nooit zo makkelijk geweest om je eigen muziek groot te maken.'

Kerr: 'En sowieso, maak je niet zo druk. Wij zijn nu toch terug?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden