Taalgebruik!Lezerspost

Is een dodelijk slachtoffer een gevaar voor zijn omgeving?

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht? Als het om dodelijke slachtoffers gaat niet.

De araneus noxeus taeter geldt, ondanks zijn bescheiden formaat, als een van de gevaarlijkste spinnen ter wereld. Het beestje heeft een dodelijke beet, wat heet: je botten smelten waar je bij staat, zodat van staan al snel geen sprake meer is. Jaarlijks is de kleine smeerlap, die alleen nog in Australië voorkomt, goed voor zeven à acht dodelijke slachtoffers.

Allemaal onzin, maar het brengt ons bij de vraag die lezers eens in de zoveel tijd stellen: kan een slachtoffer wel dodelijk zijn? Of eigenlijk stellen zij die vraag helemaal niet, ze vinden dat het niet kan: een ‘dodelijk slachtoffer’ zou geen correct Nederlands zijn. ‘Dodelijk veronderstelt enige actie’, schrijft een lezer. ‘Een dodelijk slachtoffer zou dan een gevaar voor zijn omgeving betekenen.’ En dat terwijl slachtoffers juist het slachtoffer zijn, legt een ander uit.

Als je kijkt welke betekenissen de Van Dale toekent aan ‘dodelijk’, kun je inderdaad concluderen dat geen van alle daarvan goed aansluit op ‘slachtoffer’: ‘de dood veroorzakend’ (dodelijk gif), ‘met de dood gepaard gaand’ (dodelijke afloop), ‘zeer hevig’ (dodelijk vermoeid), ‘als van de dood’ (dodelijke bleekheid).

En toch is een ‘dodelijk slachtoffer’ taalkundig ook mogelijk. De Taalunie weet het mooi uit te leggen: ‘Het bijvoeglijk naamwoord dodelijk wordt hier op een bijzondere manier, en wel metonymisch gebruikt. Het zegt niet – zoals gebruikelijk – iets over het bijbehorende zelfstandig naamwoord, maar deelt iets mee over iets anders; meestal gaat het daarbij om een levend wezen dat met dit bijvoeglijk naamwoord in verband kan worden gebracht.’

Het valt daarmee, aldus de Taalunie, in een rijtje met een ‘bijzondere betekenisverhouding tussen bijvoeglijk en zelfstandig naamwoord’, waarin we ook combinaties vinden als ‘lopend buffet’ en ‘luie stoel’ (dat buffet loopt natuurlijk zelf niet, en die stoel – nou ja, u begrijpt het wel).

Zo’n bijzondere combinatie van een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord noemen we een ‘hypallage’, weet Onze Taal te melden. Handen omhoog wie daar ooit van had gehoord. ‘In zo’n combinatie verschuift er iets in de relatie tussen deze woorden: het bijvoeglijk naamwoord staat weliswaar voor zijn kern, maar het verwijst naar iets of iemand anders, bijvoorbeeld de waarnemer.’

Zo ook bij het dodelijke slachtoffer: ‘dodelijk’ verwijst daarbij niet naar de persoon die het leven laat, maar naar (de afloop van) het ongeluk waarin hij verwikkeld is geraakt. Of naar de beet van de araneus noxeus taeter natuurlijk.

Vindt u ook iets van ons taalgebruik? taal@volkskrant.nl

Lees hier alle afleveringen van alle rubrieken van de pagina Taalgebruik! uit de Volkskrant.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden