Is deze bestseller uit 1922 het 'beslissende boek voor de 21ste eeuw'?

Boek (fictie) - Oswald Spengler

Met veel tamtam wordt Oswald Spenglers bestseller uit 1922 nu aangeprezen als 'het beslissende boek voor de 21ste eeuw'. Hans Achterhuis probeert door te dringen in de cultuurpessimistische klassieker.

Mag ik het begrip 'hype' gebruiken voor alle heisa rond het verschijnen van de Nederlandse vertaling van De ondergang van het Avondland van Oswald Spengler? Officieel niet, bij een hype gaat het om 'het op overdreven wijze aanprijzen van een nieuw product of een persoon, waarvan de kwaliteit of verdienste nog moet blijken'.

Nieuw is de grote studie van Spengler in elk geval niet. Het boek verscheen in 1922. Het was direct een bestseller, die in het Frans en het Engels vertaald werd, maar ook al snel in vergetelheid raakte. In de grote filosofische overzichtswerken en encyclopedieën zul je dan ook tevergeefs naar een verwijzing zoeken. Ook in de mede door Thierry Baudet geredigeerde bundel Conservatieve vooruitgang, waarin de belangrijkste conservatieve denkers uit de twintigste eeuw besproken worden, is geen eigen plaats voor Spengler ingeruimd. En passant wordt hij een paar keer kort vermeld als 'determinist', 'fatalist' en 'cultuurpessimist', bij wie volgens de wel besproken Johan Huizinga geen enkele hoop doorklinkt.

Oswald Spengler, De ondergang van het Avondland, Non-fictie, Uit het Duits vertaald door Mark Wildschut. Boom; 1.200 pagina’s; € 89,-.

Maar opeens is alles anders. Dinsdag wordt De ondergang van het Avondland groots in Paradiso gepresenteerd, een maand later worden tijdens een 24 uur durend filosofiefeest in Antwerpen, 'de gouden teksten' van Spengler becommentarieerd. Daarnaast is er een uitgebreide website ontwikkeld, waarop onder anderen Thierry Baudet en Denker des Vaderlands René ten Bos over Spenglers tekst discussiëren. En als klap op de vuurpijl kregen recensenten maanden voordat het boek verschijnen zou, een ongecorrigeerd exemplaar van de tekst, die je met 1.200 pagina's inderdaad niet in een weekend uitleest. Spin in het web bij al deze activiteiten is VU-filosoof Ad Verbrugge, die De ondergang van het Avondland aanprijst als 'het beslissende boek voor de 21ste eeuw'. Dat moet overigens een recente ontdekking van hem zijn; in zijn proefschrift over Heidegger, wiens denken op verschillende punten door Spengler is beïnvloed, wordt deze laatste nog nergens vermeld.

Bij zoveel publicitair geweld lijkt het nuttig kort iets over de goeddeels vergeten auteur te zeggen. Volgens de Amsterdamse historicus Frits Boterman, die een monografie over Spengler als 'cultuurpessimist en politiek activist' schreef, was deze een belangrijke woordvoerder van de zogeheten 'Conservatieve Revolutie' in het Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog. De democratische Weimarrepubliek werd fel door hem bestreden. Spengler begon overigens al in 1912 aan zijn boek te werken, maar we zien de invloed van de oorlog en de Duitse nederlaag terug in de uiteindelijke redactie. Volgens Boterman droeg hij met zijn stellingnames bij aan het politieke klimaat waarin het nazisme kon gedijen. Wel nam hij na een mislukt contact met propagandaminister Joseph Goebbels duidelijk afstand van het nazisme en het daarmee verbonden antisemitisme. Hij viel bij het regime in ongenade en stierf verbitterd en vergeten in 1936.

Tot zover de auteur, nu het boek.

Presentatie

De ondergang van het Avondland wordt op 10 oktober gepresenteerd in Paradiso, Amsterdam. Met onder anderen René ten Bos, Arnold Heumakers, Willem Schinkel, Afshin Ellian, Ad Verbrugge, Mark Wildschut, André Klukhuhn, Marli Huijer, Femke Kaulingfreks, Hugo Emmerzael, Arjan Witte, Ype de Boer, Emanuel Rutten, Chris Rutenfrans, Gabriëlle Schleijpen, Laurent de Sutter, Frits Boterman, Arne De Winde. Presentatie van het programma: Lette Vos en Hassnae Bouazza.

Omdat het zo volstrekt buiten de filosofische canon valt, had ik er nooit een letter van gelezen. Het kostte mij moeite in de tekst door te dringen. Wetenschapsfilosofisch gezien neemt Spengler namelijk een ongehoord, om niet te zeggen bizar standpunt in. Hij wil een vooral op intuïtie gebaseerde methode ontwikkelen om de hele wereldgeschiedenis - althans de hoge culturen - te bestuderen, 'waaruit een grandioze oplossing van het probleem van de geschiedenis kan ontspruiten'. Daarvoor moet hij allereerst afscheid nemen van het eurocentrisme dat volgens hem de bestudering van de wereldgeschiedenis kenmerkte.

Hoe sympathiek dit ook klinkt, het is vanuit de wetenschapsfilosofie uiterst naïef om te suggereren dat je al je vooroordelen en vooronderstellingen even simpel kan afleggen. Dat blijkt ook al direct in de inleiding het geval te zijn. De Duits-Pruisische waarden van strijd, macht en arbeidzaamheid kleuren de tekst op onmiskenbare wijze.

Na mijn aanvankelijke geworstel kreeg ik dankzij een vergelijking met een andere auteur meer greep op de tekst van Spengler. Met zijn methode deed hij mij sterk denken aan onze landgenoot Jan Hendrik van den Berg, met diens Metabletica. In deze leer van veranderingen ontdekt Van den Berg allerlei onverwachte overeenkomsten tussen historische verschijnselen, die hij als 'gelijktijdig' - een begrip dat ook bij Spengler centraal staat - beschrijft. In een bepaalde fase van de westerse geschiedenis, waartoe Van den Berg zich beperkt, krijgen enkele schijnbaar los van elkaar staande gebeurtenissen zo een noodzakelijkheid die ze met elkaar verbindt.

Maar waar onze landgenoot met een kleine Europese maat werkt, ontwikkelt Spengler zijn analyses op wereldschaal. Hij noemt het een 'morfologie van de wereldgeschiedenis'. Alle hoge culturen kenmerken zich door dezelfde fasen, waardoor historisch ver van elkaar liggende gebeurtenissen toch gelijktijdig kunnen heten. In grote schema's beschrijft hij deze gang van elke beschaving als 'lente, zomer, herfst en winter'. Wanneer hij de Indiase, Antieke, Arabische en westerse cultuur met elkaar vergelijkt, ziet hij in de lente de gelijktijdigheid van de Arische heldensagen, de teksten van Homerus, de evangeliën en het ridderepos. Dat de evangeliën onder de Arabische cultuur vallen doet weer sterk aan Van den Berg denken, die er ook soms zijn hand niet voor omdraait om de geschiedenis hardhandig in zijn schema's te passen.

Foto Oswald Spengler

Centraal in de morfologie van Spengler staat de tegenstelling tussen cultuur en civilisatie. Na de opbloei van de grote beschavingen, die hij met behulp van het begrip 'cultuur' omschrijft, volgt onherroepelijk de neergang, die hij 'civilisatie' noemt. Deze fase heeft de titel aan zijn boek gegeven. Onherroepelijk gaat de westerse beschaving die sinds het begin van de 19de eeuw in de fase van de civilisatie is beland, haar ondergang tegemoet. Hier ligt ons lot, we moeten niet proberen ons ertegen te verzetten, maar het aanvaarden, omarmen zelfs. De invloed van Nietzsche op het denken van Spengler wordt hier duidelijk zichtbaar.

Nadat ik, mede door de vergelijking met de methode van Van den Berg, toegang tot het systeem van De ondergang van het Avondland had gekregen, liet ik mij af en toe enthousiast door Spenglers brede beschouwingen meesleuren. Als westerse lezer ontdek je zo ineens hoe beperkt je blikveld en hoe verschillend de geschiedenis van andere wereldbeschavingen is. Bepaalde ideeën over tijd of geld blijken dan alleen maar binnen een afgebakende cultuur te kunnen bestaan en ontstaan. Ook al worden soms dezelfde woorden gebruikt, we moeten niet denken dat ze in een andere hoge cultuur hetzelfde betekenen.

Daar teken ik wel bij aan dat Spengler in overeenstemming met zijn tijd beschavingen als afgesloten organismen beschrijft, een visie die tegenwoordig niet meer houdbaar is. Aan Goethe ontleent hij het idee van de biologische oervorm, die hij van de natuur naar de geschiedenis overplaatst. Die vaste, gegeven oervorm moet steeds ontkiemen, bloeien, verwelken en afsterven. Ook hier verraadt de zelfbenoemde onpartijdige historische beschouwer weer zijn Duitse vooroordeel. Wij zien hier duidelijk de invloed van Johann Gottfried Herder die de volksgeest van Duisland benoemde en verheerlijkte.

Twee eeuwen na Herder en een eeuw na Spengler kunnen we alleen maar vaststellen dat deze visie op de afgeslotenheid van culturen met veel onderzoek weerlegd is. Het vaak genoemde wonder van de klassieke Griekse beschaving blijkt bijvoorbeeld veel wortels te hebben in Egypte en Klein-Azië. Het komt niet voort uit een afgezonderd oersymbool, maar eerder uit een vrolijke verwarring van culturen.

Nog storender vind ik dat Spengler al zijn historische beschouwingen onderbouwt met behulp van de begrippen ras, bloed en bodem. Hij hoedt zich er wel voor deze begrippen positivistisch te definiëren. Raskenmerken zijn niet simpel uiterlijk in de vorm van schedel of lichaamsbouw te onderkennen. Maar intuïtief ziet de goede beschouwer wel degelijk aan allerlei kenmerken en gedragingen tot welk ras iemand behoort. De bodem waarop een ras zich ontwikkeld heeft, is hierbij doorslaggevend. Die laat het bloed van de rasgenoten op dezelfde wijze stromen. Dat Spengler in de jaren dertig op de gevaren van de 'gekleurde rassen' wees, brengt hem hier wel weer in de nabijheid van het nazisme.

Vanuit de overtuiging dat hij het raadsel van de wereldgeschiedenis opgelost had, moeten we ook de toekomstvoorspellingen van Spengler begrijpen. Je hoeft op deterministische wijze de totale kennis van het historische verloop maar door te trekken om de toekomst zichtbaar te maken. Vooral op dit punt is Spengler door Popper als een vijand van 'de open samenleving' aangevallen. Popper noemt dit 'historicisme' en drijft uitbundig de spot met Spenglers 'Kunst van de Waarzeggerij' en 'de onweerlegbare Waarheid van zijn Profetieën'.

Op dit punt moet ik Popper volledig gelijk geven. Natuurlijk dekt Spengler zich in door te stellen dat de ondergang van onze beschaving nog wel eeuwen kan duren. Maar voorlopig kunnen we vaststellen dat zijn cultuurpessimistische visie op de gevaren van de grote stad en de noodlottige ontwikkeling van de techniek geen stand houdt.

Daarmee ontken ik niet dat bij veel tijdgenoten tegenwoordig van een ondergangsstemming sprake is. Juist daaruit is de aantrekkingskracht van alleen de titel al van Spenglers boek te verklaren. Maar het populisme, de Noord-Koreaanse atoomwapens, de klimaatcrisis en de wereldwijde vluchtelingenstromen, om maar wat elementen van het huidige cultuurpessimisme te noemen, hebben bitter weinig te maken met de manier waarop Spengler de civilisatiefase van het Avondland beschrijft. Ik wacht het graag af, maar ik vermoed dat de hype rond de publicatie van dit omineuze, oude boek toch voor een deel op een misverstand berust.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.