Achtergrond Toneelbewerking boek Astrid Holleeder

Is de waargebeurde Amsterdamse misdaadsaga Judas op toneel net zo spannend?

Rechtbanktekening gebaseerd op een scene van de voorstelling Judas. Beeld Aloys Oosterwijk

Hoe realistisch is de toneelbewerking van Astrid Holleeders boek Judas over haar criminele broer Willem? De Volkskrant vroeg het rechtbankverslaggevers die het Holleeder-proces van dichtbij volgen.

Het Holleeder-proces is een vorm van theater, dat weet iedereen die de zaak een beetje volgt. Maar dezer dagen wordt de Holleeder-historie ook echt toneel, in de voorstelling Judas, naar de autobiografische bestseller van Astrid Holleeder. Hoe wordt van deze waargebeurde Amsterdamse misdaadsaga theater gemaakt? En kan toneel nieuw licht werpen op een zaak waarover krantenpagina’s vol worden geschreven? Hoe beleven ingewijden in het Holleeder-dossier deze voorstelling?

We bezoeken een try-out van Judas in Theater De Kom in Nieuwegein met rechtbankverslaggevers Elsbeth Stoker (de Volkskrant) en Saskia Belleman (De Telegraaf) die dagelijks de zaak tegen Holleeder volgen. Na afloop sluit ook Sophie Kassies aan, die het boek voor toneel bewerkte. Journalisten Harry Lensink (Vrij Nederland, Follow the Money) en Eric Panhuis (ANP), die veel over Holleeder en de zaak berichten, zien de voorstelling later op eigen gelegenheid.

Wat de bezoekers meteen opvalt: Willem Holleeder ontbreekt. Zijn naam valt niet; er staat geen acteur op toneel die hem vertolkt. Ook de andere mannelijke hoofdrolspelers in de Nederlandse criminele dynastie komen in de voorstelling niet voor. Wel op toneel: vier vrouwen. Moeder Stien Holleeder (gespeeld door Trudy de Jong), de zussen Astrid (Renée Fokker) en Sonja (Margo Dames), en Astrids dochter, hier een fictief personage met de naam Sam (gespeeld door Eva van de Wijdeven). Het stuk speelt zich af in het voorjaar van 2013, als bij de zussen langzaam de overtuiging groeit dat ze zullen moeten gaan getuigen tegen hun broer.

Hoewel we Willem op toneel dus niet te zien krijgen, is hij het die – aanvankelijk nog  de touwtjes in handen heeft. Continu ervaren de zussen zijn dreigende woede en controledrang. De personages hebben een angstige verhouding met hun telefoons. Want ‘hij’ – zoals hij hier is gaan heten – kan elk moment bellen.

Saskia Belleman (59) werkte bij De Zaanlander, de Zwolse Courant en het ANP. In 2001 stapte ze over naar De Telegraaf, waar ze chef nieuwsdienst werd. Sinds 2010 is ze rechtbankverslaggever. Beeld Aloys Oosterwijk

Elsbeth Stoker: ‘Willem belde Astrid en Sonja continu. Op toneel zie je hoe Astrid elk serieus gesprek met haar dochter moet onderbreken als haar telefoon weer gaat. Want o wee als je niet op tijd opnam.’

Saskia Belleman: ‘Hij wilde altijd weten waar ze uithingen; hij hield iedereen in de gaten. Astrid zegt in de voorstelling dat ze bewust om zes uur opstaat, omdat hij vaak om zeven uur al voor de deur stond. Dat vertelde ze in de rechtszaak ook.’

Eric Panhuis: ‘Haar beklemming en onmacht, zoals we die kennen uit het boek en de zitting worden heel goed invoelbaar gemaakt. Haar hele leven draaide om zijn grillen en geheimen.’

Astrid en haar dilemma staan centraal in Judas. Ze lijdt onder hem, hij terroriseert de familie, ze wil van hem af. Maar hij blijft haar grote broer. Ze hebben altijd een bijzondere band gehad, en ze lijken meer op elkaar dan zij zou willen. Harry Lensink: ‘Astrid zegt op toneel: we zijn een tweeling met zeven jaar verschil ertussen.’

Belleman: ‘Dat is in die hele zaak misschien wel het prangendst: het is een familiedrama – een broer en een zus staan tegenover elkaar. Dat vond ik herkenbaar in de voorstelling, hoe de hoofdpersonen heen en weer schieten tussen liefde en haat. Wij horen dat vaak letterlijk gebeuren in de rechtszaal.’

Stoker: ‘Het ene moment scheldt Astrid hem uit en het volgende moment wordt ze emotioneel en zegt ze dat ze altijd van hem zal houden.’

Ook Willem gaat af en toe verschrikkelijk tekeer, zegt Belleman. ‘Ze zijn snoeihard tegen elkaar. Het is een krachtmeting van gelijken, een duel. Maar je hoort bij beiden dat het ze aangrijpt, dat het óók een familieruzie is, met alle kwetsuren die daarbij horen.’

Bestseller in veertien landen

Het autobiografische Judas van Astrid Holleeder werd onder ­geheimhouding geschreven en ­verscheen in 2016 bij uitgeverij ­Lebowski, in een ­oplage van 80 duizend exemplaren. ­Inmiddels zijn er 550 duizend exemplaren ­verkocht. Judas is vertaald in veertien landen. Een Nederlandse tv-­serie is in de maak. In de Verenigde Staten zijn de rechten verkocht aan het productiebedrijf Amblin Television van Steven Spielberg, die er ook een serie van wil maken.  

Op toneel zijn we getuige van Astrids twijfel en wroeging. Doet ze er goed aan de gesprekken met haar broer stiekem op te nemen, en hem uit te leveren aan het Openbaar Ministerie? Stoker: ‘Het pijnlijke is, die tweestrijd en wroeging zijn er nog steeds.’ Belleman: ‘Ze heeft tijdens de zitting een keer gezegd: het liefst zou ik hem gewoon weer mee naar huis nemen.’

De nadruk op de familie, midden in een crimineel milieu, dat vindt ook Harry Lensink sterk aan de voorstelling. ‘Aan de ene kant heb je die bizarre wereld van de georganiseerde misdaad, en aan de andere kant het kneuterige van zo’n Jordanees gezin, driehoog-achter in Amsterdam. Die tegenstelling maakt dit verhaal heel erg geschikt voor drama.’

Moeder Stien is een ambivalente figuur in de familietragedie, vindt Lensink. ‘Haar perspectief zien we in de zaak nooit zo naar voren komen, maar haar worsteling is natuurlijk wel interessant. Willem is een misdadiger en misschien een moordenaar. Maar het is wel haar zoon. Dat is toch ijzingwekkend: om als moeder te moeten accepteren dat je zoon gevaarlijk is? Om ervoor te moeten kiezen hem nooit mee te zien? Dat is een onmogelijke opgave.’

Panhuis: ‘Ik vond dat Trudy de Jong heel overtuigend laat zien hoe Stien gevangen zit tussen emotie en ratio. Ze zegt: ‘Het is een valse hond, maar ook van een valse hond kan je houden.’ Tot ze aan het einde van de rit uiteindelijk durft te zeggen: basta, genoeg is genoeg.’

Holleeder mag dan een topcrimineel zijn, in de voorstelling komt hij gewoon nog zijn wasgoed bij moeder Stien brengen - iets waar zijn zussen zich dan weer enorm aan ergeren. Ze noemen hem ‘hun verwende broertje’. Zo laveert de voorstelling tussen grote thema’s als dood, verraad en verlies, en familiegekibbel zoals iedereen dat wel kent. Dat maakt het gezin herkenbaar, en ergens ook ontroerend; familie is belangrijk. Ook voor Willem.

Belleman: ‘Ik herinner me uit het boek dat hij graag wilde dat Sonja bij hem kwam zitten als hij op de wc zat. Dan zaten ze gewoon te kletsen.’ Maar het volgende moment, zo zien we in de voorstelling, stuurt hij haar een appje: ‘dikke zoen van je broertje’, gevolgd door twee kuikentjes. Die kuikentjes stellen de kinderen van Sonja voor, en de impliciete boodschap is: die gaan eraan.

‘Is dat een echt bericht?’, wil Stoker weten van Sophie Kassies. Nee, dat heeft ze verzonnen. Belleman: ‘Maar de zussen hebben verklaard dat hij die kinderen wel degelijk heeft bedreigd.’

Natuurlijk moest Kassies zichzelf enige vrijheden toestaan, vertelt ze. Het viel de toeschouwers meteen op dat dochter Sam is verzonnen – Astrid heeft wel een dochter, maar die heet anders. Ook haar verhaallijn in de voorstelling is fictief. Sam is in de voorstelling zwanger van haar eerste kind, wat Astrid sterkt in haar voornemen de familie voor eens en voor altijd van Willem te verlossen. Eric Panhuis: ‘Sam fungeert hier duidelijk als wake-upcall voor Astrid, als katalysator.

Eric Panhuis (53) werkte onder meer bij het Noord-hollands Dagblad en is inmiddels ruim 25 jaar actief als rechtbankverslaggever. Hij volgt het Holleeder-proces voor het ANP. Beeld Aloys Oosterwijk

Kassies: ‘Die verhaallijn is zo ver bezijden de werkelijkheid dat het beter voelde om de dochter een andere naam te geven.’

Stoker: ‘Had Astrid daar moeite mee?’

Kassies: ‘Nee, ik kreeg alle ruimte.’

Was Astrid het eens met de bewerking?,  willen Stoker en Belleman weten. Kassies heeft er een paar keer met haar over gesproken, vertelt ze. ‘Ik moest worden goedgekeurd. Maar het klikte meteen. Toen heb ik haar ronduit gezegd: ik ga een ravage aanrichten in jouw werk. Onvermijdelijk. Dat begreep ze. Ze heeft een synopsis gelezen, en een eerste versie. Op die versie kreeg ik een ontzettend lief mailtje, en alle vertrouwen.’

‘De Holleeders zijn goed in soundbites’, schreef Volkskrant-columnist Bert Wagendorp aan het begin van het proces, nadat Sonja Willem tijdens de zitting voor ‘vieze hond’ had uitgemaakt. Die typische taal, een keur aan kleurrijke krachttermen, gekruid met plat-Amsterdams accent, komt nadrukkelijk terug in de voorstelling. Stoker: ‘Astrid en Willem schelden elkaar ook in de rechtszaal de huid vol. Daar zijn ze beiden voor berispt.’ Het kenmerkende vloeken, tieren en schelden van de Holleeders kende Sophie Kassies van de paar opnamen die openbaar zijn gemaakt. ‘En van de straat. Ik dacht: het zal dit vocabulaire wel ongeveer zijn.’

Harry Lensink: ‘Ik vond dat goed getroffen, dat Jordanese. Geloofwaardig maar niet te opdringerig.’ Trudy de Jong als Stien en Margo Dames als Sonja praten in de voorstelling echt Jordanees, en Renée Fokker schiet als Astrid heen en weer tussen de straattaal van haar jeugd, en beschaafder taalgebruik.

Zo is het in het echt ook, zegt Stoker. ‘Astrid was advocaat, ze heeft zichzelf dat echt vette Jordanese afgeleerd. Tot ze boos of emotioneel wordt, dan hoor je het meteen weer.’

Je kleurt je taal altijd naar je gesprekspartner, zegt Kassies. ‘Dus dat was het eerste wat ik Astrid vroeg: of ze anders klinkt als ze met hem praat. Dat bevestigde ze meteen. Daar heb ik in de bewerking rekening mee gehouden.’

Elsbeth Stoker (38) werkt sinds 2005 bij de Volkskrant. De laatste jaren schrijft ze vooral over politie en Justitie. Samen met haar collega Wil Thijssen volgt ze het Holleeder-proces. Beeld Aloys Oosterwijk

In de taal is de voorstelling zeer precies en bijna documentair realistisch. Dat wordt nog versterkt door de jeugdfoto’s die levensgroot worden geprojecteerd: de kinderen op een rijtje tussen Stien en Willem sr. op de bank, Astrid vrolijk op de schouders van Willem. Lieve, haast onschuldige kiekjes zijn het, de tragische afloop is hier nog onvoorstelbaar.

Wat kan fictie toevoegen aan een verhaal dat van zichzelf al bizar is? Elsbeth Stoker merkt op dat nadrukkelijk het perspectief van de vier vrouwen is gekozen. ‘Willem klaagt in de rechtszaal wel dat het toneelstuk de beeldvorming beïnvloedt, maar het is zo duidelijk hún verhaal.’

Eric Panhuis vindt de voorstelling daardoor wel wat eenzijdig: ‘Het is Astrids visie, haar kijk op de werkelijkheid. Die van Willem is anders, maar die horen we hier niet.’ Is dat bezwaarlijk? ‘Ik snap Willems bezwaren over de beeldvorming wel. Maar ik vind dat de makers voldoende duidelijk maken dat het háár verhaal is. Zolang toeschouwers zich van die kanttekening bewust zijn, is het geen probleem.’

Door de vier vrouwen centraal te stellen, van grootmoeder Stien tot kleindochter Sam, wordt Judas verrassend genoeg ook een verhaal over emancipatie, constateert Harry Lensink. ‘Het gaat over vrouwen die zich bevrijden van de mannen die hen het leven zuur maken. Dat is voor moeder Stien nog heel moeilijk, maar kleindochter Sam is al veel sterker en onafhankelijker.’

Het verhaal van de Holleeders valt samen met een eeuw vrouwenemancipatie, bevestigt Kassies. ‘Stien en Willem sr. ontmoetten elkaar in 1956. Pas een jaar later werd in Nederland de handelingsonbekwaamheid van een getrouwde vrouw afgeschaft. Dat is allemaal in één mensenleven gigantisch veranderd: de dochter van Astrid ging naar het gymnasium in Oud-Zuid. Die sociale mobiliteit vond ik mooi om te laten zien, ook in de taal.’ Het is een periode die haar aanspreekt, zegt Kassies. ‘Ik ben twee weken ouder dan Willem.’

Harry Lensink (50) was misdaadverslaggever bij Vrij Nederland en schrijft nu voor Follow the Money. Met Marian Husken schreef hij een boek over Holleeder. Samen maken ze ook een Holleeder-podcast. Beeld Aloys Oosterwijk

Die Willem, de grote afwezige, zien we aan het slot van de voorstelling uiteindelijk dan toch: op een meer dan levensgrote foto, waarop hij met een harde, priemende blik dreigend de zaal in kijkt. Dat was een element waar Lensink moeite mee heeft: ‘Ik vond het goed dat zijn naam niet valt en dat details uit de criminele geschiedenis ontbreken. Daarmee komt het los van de werkelijkheid en wordt het een universeel verhaal. Dan is het heel gek om opeens te laten zien: hij dus hè? We hebben het over hém.’ Panhuis: ‘Ja, dat vond ik wel een beetje effectbejag.’

Misplaatst ook, vindt Lensink, omdat de zaak nog loopt. ‘Met zo’n foto geef je toch het signaal: dit is een gevaarlijke gek, een psychopaat. Dat beeld zal het publiek bijblijven, terwijl hij zich er niet tegen kan verweren. Nu wordt Willem in de schouwburg als het ware al veroordeeld. Terwijl dat aan de rechter is.’ Panhuis: ‘Is hij een levensgevaarlijke moordenaar? Dat moet nog bewezen worden.’

Ook Belleman snapt Holleeders klacht over manipulatie van de beeldvorming. ‘Maar hij is daar zelf natuurlijk ook een meester in, de ‘knuffelcrimineel’, met zijn optreden in College Tour en zijn column in Nieuwe Revu. Zij bestrijdt hem met zijn eigen wapens.’

Zij en Stoker vinden het slotbeeld wél goed gekozen. In het boek beschrijft Astrid haar angst voor zijn duistere, dreigende blik. Belleman: ‘Ik vond het mooi dat Renée Fokker er met haar rug naartoe staat. Dat deed denken aan de rechtszaal, waar Astrid afgezonderd in een hokje zit én er nog een extra scherm tussen hen is geplaatst. Zo bang is zij dat hij haar op  met zijn blik zal manipuleren of intimideren.’

Judas gaat 20/9 in première in Theater De Meervaart in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.