InterviewGeorge Tobal

Is de term ‘papadag’ functioneel of juist niet? Dilemma’s voor Papadag-acteur George Tobal

Gouden Kalf-winnaar George Tobal ( 34 ) is te zien in de serie Papadag – een term die hij thuis nooit gebruikt – en hoopt na zijn nieuwe toneelstuk ook eens voor film en tv te kunnen schrijven. ‘Schrijf je dat op?’

Beeld Frank Ruiter

De lockdown: een rampzalige of prettige periode?

‘Voor mijn werk? Rampzalig. Ik speelde de voorstelling Hoe ik talent voor het leven kreeg, naar het boek van Rodaan Al Galidi, met acteurs, musici, dansers en vijftig statushouders op toneel. We waren een soort reizend dorpje geworden met z’n allen. We zouden nog 26 keer spelen, bijna alle avonden uitverkocht. En toen: niets. Wandelde ik opeens in m’n eentje in een compleet uitgestorven Haarlem over straat.

‘Maar privé was het een heel bijzondere periode, want op 4 april is mijn zoon geboren, en nu kon ik fulltime voor hem zorgen. Voor mijn vriendin Lynn (Jansen, red.), ook actrice en zangeres, was dat de hemel op aarde. Ja, ik had opeens een eindeloze reeks ‘papadagen’ eigenlijk, haha.’

De term ‘papadag’: functioneel of flauwekul?

‘Wij zeggen dat thuis in elk geval nooit. Nee, zij werkt, en dan doe ik de kinderen, of andersom. We proberen het eerlijk te verdelen. Al ben ik ook weleens egoïstisch, dan wil ik gewoon even een serie kijken, of een stuk schrijven. Ik had eerst een goeie truc: als hij huilde, riep ik meteen: ‘Volgens mij moet hij eten.’ Maar daar trapt ze niet meer in. We zien er gelukkig meestal samen de humor wel van in. Dat komt ook doordat we voldoende slaap krijgen; mijn kinderen zijn echt slaapkoppen.’

Is Papadag een goede serie, of bezwijkt-ie onder goede bedoelingen?

‘Ja, dat stond in jullie recensie hè? Kritische recensies horen erbij, dat is prima. Maar ik had wel mijn bedenkingen bij de interpretatie van de recensent: zij dacht dat de schrijvers opzettelijk elk denkbaar standpunt over gender en identiteit aanhalen, om maar iedereen te behagen. Dat is niet het doel: wij willen juist laten zien hoe die vaders soms bijna bezwijken onder de maatschappelijke druk – onder alle opvattingen en verwachtingen. Je zoon mag vooral geen roze jurk aan, nee, dat moet hij júist wel! De serie wil laten zien hoe gek we elkaar daarmee soms maken. Dat vind ik goed gelukt. En verder is het natuurlijk gewoon een lieve, warmbloedige serie over het vaderschap en mannenvriendschap.

‘Maar ik kan er niet ontspannen naar kijken. Ik zit alleen maar op Lynn te letten: moet ze lachen? Waarom niet? Ik zie het meteen aan haar als zij een scène niet goed gelukt vindt. En daarna zegt ze me dat meestal ook.’

Net een baby en tegelijk een nieuw toneelstuk schrijven: onmogelijke opgave of prima te doen?

‘Mijn nieuwe stuk is net af, De brieven van Mia heet het, naar een boek van Astrid Sy. Het gaat over een Syrisch meisje uit een azc dat als vrijwilligersbaantje komt opruimen bij de hoogbejaarde Joodse meneer Cohen. Op zijn zolder vindt ze brieven van ene Mia, en dan gaat ze op zoek naar wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog met deze Mia gebeurd is.

‘Tijdens het schrijven komt alles rondom zo’n onderwerp keihard binnen. Die opmerking van Op1-presentatrice Fidan Ekiz, die Arie Boomsma beschuldigde van ‘NSB-gedrag’ – toen ik dat hoorde kon ik wel janken. NSB’ers verraadden Joden in ruil voor geld en die mensen werden vermoord in de gaskamers. Hoe kán je dat zomaar even roepen?

‘Ik heb nu vier stukken geschreven, en eerlijk: het schrijfproces is de hel. Ik word gewoon een wrak; zo labiel als maar kan. Maar als het werk eenmaal voltooid is, is de voldoening enorm.’

Schrijven of spelen?

‘Spelen is heerlijk, maar ik heb ontdekt dat ik ook iets te bieden heb als schrijver. Door de manier waarop ik schrijf, en de verhalen die ik vertel, waarbij mijn eigen migratieverleden en verblijf in het azc een belangrijke creatieve bron zijn.

‘Omdat ik zelf ook speel, realiseer ik me wat voor een acteur interessant is – hij of zij moet zich niet hoeven schamen. Ik probeer gelaagde personages te creëren, geen zetstukken die alleen maar functioneel zijn voor het verhaal.

‘Het lijkt me dan ook geweldig om een keer iets te schrijven voor film of tv, dat is de volgende stap. Hoe je daartussen komt – geen idee. Maar ik zou het dus heel leuk vinden, benadruk ik hier nog maar even. Schrijf je dat op?’

Schrijf je liever over mannelijke of vrouwelijke hoofdpersonen?

‘Mijn eerste toneelstuk, Woestijnjasmijntjes, schreef ik toen ik net een dochter had. Ik zag veel voorstellingen over vluchtelingen, maar dacht ook vaak: wat lelijk. Toen besloot ik daar niet over te zeiken en het gewoon zelf te doen.

‘Ik koos voor een vrouwelijk hoofdpersonage en dat doe ik sindsdien eigenlijk steeds, omdat ik behoefte heb aan stoere rolmodellen voor mijn dochter. Er zijn talloze vrouwen die iets bijzonders hebben gepresteerd, maar dat zie je veel te weinig terug op toneel.

‘Wat ik ook belangrijk vond: de hoofdpersoon, Nour, laat zich niet definiëren door alleen haar vluchtverhaal. Vluchten is een belangrijk onderwerp voor mij, maar de personages moeten niet bezwijken onder die thematiek. Ze zijn meer dan dat.’

Spelen in de schouwburg, of in het azc?

‘In de schouwburg! Zeker! Hallo, ik heb elf jaar in een azc geleefd, en dan zou ik weer terug moeten? Alsjeblieft niet. Maar ik doe het weleens, hoor, of we nodigen inwoners van het azc uit in het theater – dat is veel waardevoller voor hen, om er even uit te zijn. Dat weet ik nog goed van de tijd dat ik er zelf zat.

‘Als ik er weer ben, krijg ik het benauwd. Want dan zie ik die mensen en denk ik: ja, ze zijn er nog. De gezichten zijn veranderd, maar de situatie is hetzelfde: het wachten, de verveling, de frustratie. Dat vind ik onaangenaam om te zien.

‘Als iemand mij vroeger vroeg: waar kom je vandaan? Dan zei ik: uit het azc. Dus ik ben extreem opgelucht dat ik daar weg ben.’

Voel je je hier wel of niet thuis?

‘De binding met Syrië ben ik grotendeels verloren, omdat ik op mijn twaalfde hierheen kwam. In het azc heb ik elf jaar in een soort niemandsland geleefd. Elf jaar! Mijn hele puberteit en adolescentie. Ken je die film Boyhood? Toen ik die zag moest ik ontzettend huilen, omdat ik zoveel van die periode heb gemist.

‘We verhuisden van het ene azc naar het andere, dus je leert je aan niemand te hechten. Ik heb daar een vorm van bindingsangst aan over gehouden. En een enorme bewijsdrang: ik wil nog altijd laten zien dat ik dat paspoort waard ben.

‘Ik vind Nederland een geweldig land en ik ben dankbaar voor de kansen die ik heb gekregen. Maar er is ook iets in mij dat zegt: ik zal nooit een volwaardige Nederlander worden. En misschien is het als theatermaker en schrijver ook wel prettig om Nederland van een afstandje te kunnen beschouwen.

‘Maar dit is wel het land van mijn kinderen. Ik hoef zelf geen volledige Nederlander te worden, maar mijn kinderen zijn dat wel.’

Naar Rutger Bregman: deugen de meeste mensen wel of niet?

‘Ik heb het boek gekocht, maar moet het nog lezen. Maar als je het mij vraagt: zolang mensen elkaar ontmoeten deugen ze allemaal. Of nou ja, bijna allemaal. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste Nederlanders geen racisten zijn. Er is gewoon een klein groepje dat het verpest voor de rest. Grappig om die opmerking ook eens te kunnen gebruiken, ha ha. 

‘Toen ik in het azc in Wageningen zat, heeft een echtpaar dat we kenden van de kerk, Pieter en Anneke Rosa, mij onder hun hoede genomen. Ze hebben twee jaar lang mijn opleiding betaald, mijn reiskosten én zakgeld. Gewoon, uit de goedheid van hun hart. Er is nu veel debat over racisme in Nederland, maar een volk dat dit soort mensen voortbrengt kán niet racistisch zijn, volgens mij.

‘Kijk, etnisch profileren maakt mij kwaad, want dan is het beleid. Maar als het om individuen gaat, ligt het genuanceerder. Ik heb vaak discussies met voorstanders van Zwarte Piet, en dan zie ik vooral onwetendheid en angst. Daar kan ik best begrip voor opbrengen. Al gaat Zwarte Piet natuurlijk gewoon verdwijnen, geen twijfel aan.’

Een Gouden Kalf: de sleutel tot een droomcarrière, of leuk om in de kast te hebben?

‘Het was fantastisch om hem te krijgen, samen met Majd Mardo, voor de film Jungle. Maar het is niet zo dat ik nu de hele tijd gebeld word voor de mooie hoofdrollen. Eerlijk gezegd dreigt-ie soms een beetje te verstoffen in de kast. Af en toe haal ik hem eruit voor m’n dochter, dan spelen we dat de koe te eten krijgt.’

Van 12 t/m 23 augustus organiseert George Tobal met collega Eran Ben-Mchaël het George en Eran Zomerfestival in theater DeLaMar in Amsterdam. delamar.nl

Lees ook dit interview met George Tobal en Majd Mardo over Jungle:  ‘Van azc naar Gouden Kalf-nominatie’

CV George Tobal

1986 Geboren in Aleppo, Syrië

1998 Komt naar Nederland

2004-2007 Speelt bij jongerentheatergroep DOX

2011 Bekroonde solo Vertreksvergunning

2012 Studeert af aan de Amsterdamse Toneelschool, vormt samen met collega Eran Ben-Michaël George en Eran Producties

2015 Rol in tv-serie in Noord-Zuid

2017 Rol in film Jungle, ontvangt samen met medespeler Majd Mardo een Gouden Kalf. Rol in eerste seizoen tv-serie Papadag

2017 Woestijnjasmijntjes, nominatie Toneelschrijfprijs

2018 Schrijft Kinderen van Aleppo, maakt George en Eran worden racisten

2020 Hoofdrol in Hoe ik talent voor het leven kreeg. Te zien in tweede seizoen Papadag. George en Eran Zomerfestival in DeLaMar.

2021 Première De brieven van Mia, bij George en Eran Producties i.s.m. Rose Stories.

George Tobal woont met zijn vriendin en twee kinderen in Haarlem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden