Background

Is de kruistocht van Christiaan Braun terecht?

Musea moeten de schijn van belangenverstrengeling vermijden. Dat stelt kunstverzamelaar en miljonair Christiaan Braun in paginagrote advertenties in drie kranten. Heeft hij gelijk? En wie is Braun überhaupt?

null Beeld Hilde Harsha000
Beeld Hilde Harsha000

Hij eist transparantie, maar strijdt zelf met gesloten vizier. Deze week staat er voor de tweede keer een paginagrote advertentie in drie kranten (waaronder de Volkskrant) van Christiaan Braun, de kunstverzamelaar die museumbestuurders wil redden van (de schijn van) belangenverstrengeling.

Begin september was de eerste advertentie verschenen. Braun richtte daarin zijn pijlen op het Stedelijk Museum in Amsterdam, dat volgens hem met 'belangenconflicten' kampt. Belangrijk detail: Braun heeft de afgelopen jaren ruzie gehad met dat museum (zie kader: Wie is Christiaan Braun?). Afgelopen woensdag stond in deze krant deel twee afgedrukt, waarin hij 'vuistregels voor musea' geeft die misstanden moeten tegengaan.

undefined

Tienduizenden euro's

Naar aanleiding van deze advertenties heeft D66 gisteren de Amsterdamse wethouder van Cultuur (een partijgenoot) vragen gesteld. Zoals deze: wordt genoeg gedaan om belangenverstrengeling te voorkomen bij musea die door gemeenten worden gesubsidieerd?

De zes advertentiepagina's moeten Braun tienduizenden euro's hebben gekost, maar hij staat geen interview toe over zijn campagne. Hij opereert ook niet onder eigen naam, maar ondertekent de advertenties met Museum Overholland, zijn voormalige kunstuitstalling in Amsterdam. Dat is een opmerkelijke handelwijze voor iemand die anderen maant tot meer transparantie.

Toch is de kruistocht van Braun interessant. De Volkskrant constateerde eind vorig jaar dat steeds meer managers uit het bedrijfsleven deel uitmaken van de raden van toezicht van de grote kunstmusea, ten koste van vertegenwoordigers uit de culturele sector. Dat heeft te maken met de verzelfstandiging van musea tien jaar geleden. Doordat musea werden gedwongen meer op eigen benen te staan, gingen ze op zoek naar de commerciële kennis die ze ontbeerden. Die werd onder meer gevonden door grote namen uit het bedrijfsleven binnen te halen. Omdat zulke figuren niet zelden op hun waardevolle kunstverzameling zijn uitgezocht, bracht dat nieuwe integriteitsvraagstukken met zich mee.

De zware bezuinigingen van het kabinet Rutte I hebben musea daarnaast gedwongen om meer sponsorgeld en donaties van private partijen op te halen. Van museumdirecteuren wordt 'cultureel ondernemerschap' geëist, op straffe van nog grotere kortingen op de overheidsbijdrage.

Overal is te zien dat de banden met potentiële mecenassen en sponsoren worden aangehaald. Ook dat brengt risico's met zich mee. Zo toonde het Gemeentemuseum Den Haag vorig jaar een belangrijk deel van de collectie van verzamelaar Bert Kreuk. Een paar maanden later liet die veertien werken veilen die in het museum hadden gehangen en daardoor meer waard waren geworden. Een van Brauns vuistregels 'Het museum toont geen particuliere collectie tenzij deze wordt geschonken of anderszins verworven' is het overdenken waard.

Nu is het niet zo dat er in de kunstsector geen enkele gedragsregel bestaat. In 2003 is de Governance Code Cultuur opgesteld, naar voorbeeld van de Code Tabaksblat, de gedragscode voor beursgenoteerde bedrijven. Begin dit jaar zijn de regels voor goed cultureel bestuur en toezicht herschreven, omdat de oude versie te ingewikkeld werd gevonden. Bijna alle topmusea stellen zich aan de richtlijnen te houden, hoewel er geen wettelijke sancties zijn op overtreding daarvan.

Braun heeft in zijn aanvallen op de museumwereld alleen het Stedelijk genoemd. In het jaarverslag over 2013 van dat museum staat dat de raad van toezicht 'actief (is) geweest in toezien op het toepassen van de Governance Code Cultuur op de hele organisatie'. Maar is dat zo?

Alexander Ribbink is naast voorzitter van de raad van toezicht ook begunstiger van het betreffende museum (zo wordt netjes in het jaarverslag over 2013 gemeld, al worden geen bedragen genoemd). Dat geldt ook voor twee andere leden van die raad, Rob Defares en Cees de Bruijn. Moet een toezichthouder zich niet onthouden van financiële steun, al was het maar om de beschuldiging te voorkomen dat hij daarmee het bestuur beïnvloedt dat hij wordt geacht te controleren?

Defares kocht kortgeleden een schilderij van Marlene Dumas dat nu, op de overzichtstentoonstelling van de kunstenares in het Stedelijk, is te zien. De waarde van dit werk stijgt daardoor vrijwel zeker. Zijn de taken van een toezichthouder wel te verenigen met zijn belang als verzamelaar? Doet hij zijn eigen museum geen concurrentie aan?

Op de vingers getikt

Van een derde lid van de raad van toezicht, kunstenaar Willem de Rooij, is na zijn aantreden werk aangekocht door het museum. Kan een gewild maker van kunstinstallaties wel toezichthouder zijn van een museum dat werk van hem verzamelt? In 2006 werd de Tate Gallery door de Britse overheid op de vingers getikt. Het Londense museum had voor 800 duizend euro doeken aangekocht van kunstenaar Chris Ofili, die op dat moment ook lid was van de Board of Trustees van de Tate. Dat is het orgaan dat beslist over belangrijke aankopen, toezicht houdt op het bestuur en controleert of het museum zijn doelen heeft bereikt.

Nog een voorbeeld uit het Stedelijk: sinds deze zomer worden galeriehouders ingezet bij het bijeenbrengen van geld voor het museum, onder meer bestemd voor aankopen. Kan het Stedelijk nog wel bij die galeries kunst (blijven) kopen zonder de verdenking op zich te laden dat het een bedankje is?

Het Stedelijk is niet het enige museum dat iets heeft uit te leggen. Waarom is Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam, tevens bestuurslid bij de Vereniging Rembrandt? Die vereniging verschaft financiën voor kunstaankopen onder meer aan het Rijksmuseum. Is dat niet in strijd met de Governance Code Cultuur, die Pijbes als lid van het Comité van Aanbeveling toch van harte zal ondersteunen? Dezelfde vraag is ook te stellen aan Wim Weijland, die de scepter zwaait over het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ook hij zit in het bestuur van de Vereniging Rembrandt, ook zijn museum wordt door deze geldschieter gesteund bij verwervingen.

Opportuun

Het is niet verwonderlijk dat museumdirecteuren, die ook worden afgerekend op 'kijkcijfers' (bezoekersaantallen), hun netwerk maximaal uitbuiten. Zij hebben niet alleen te maken met bezuinigingen, maar ook met de crisis, waardoor veel sponsorgeld is opgedroogd. Wie ander geld het museum wil binnenbrengen, op zoek is naar aanvullende privécollecties en artistieke expertise, zal de contacten moeten aanhalen met verzamelaars, kunstenaars en ondernemers. Hoe verleidelijk is het niet om ze wellicht iets té nadrukkelijk bij het museum te betrekken?

Een openlijke discussie lijkt opportuun. Uiteindelijk zijn het Stedelijk, en elk ander museum, gebaat bij een bestuur en een toezichtorgaan dat de taken goed gescheiden heeft en integer handelt. Onlangs leek Beatrix Ruf, per 1 november de directeur van het Stedelijk, al een voorzet te doen.

Ruf is door Braun aangevallen, omdat ze straks als museumdirecteur voor de Zwitserse uitgever Michael Ringier en de verzekeraar Swiss Re blijft werken. Beide partijen hebben een kunstcollectie. Ruf adviseert als commissielid welke kunstenaars opdrachten krijgen. Publieke en private functies gaan niet samen, aldus Braun.

Christiaan Braun wil niet worden gefotografeerd. Wel is hij bereid om een portret te leveren dat de kunstenares Marlene Dumas in 1990 van hem maakte. Titel: De droevige man, Christiaan Braun. Beeld Marlene Dumas
Christiaan Braun wil niet worden gefotografeerd. Wel is hij bereid om een portret te leveren dat de kunstenares Marlene Dumas in 1990 van hem maakte. Titel: De droevige man, Christiaan Braun.Beeld Marlene Dumas

Ironisch

Ruf schreef een paar maanden geleden, voordat de eerste advertentie van Braun in de kranten stond, over de 'ontwikkeling van ethisch bepaalde protocollen' voor de omgang met alle 'actoren' die bij een museum betrokken zijn. Hoewel haar ingewikkelde taalgebruik duiding lastig maakt, leek ze te suggereren dat de 'afgrenzingen' tussen publiek en privaat continu moeten worden aangepast.

Het is ironisch dat zij dit noteerde in het voorwoord van de catalogus van Bad Thoughts, de tentoonstelling in het Stedelijk van de privécollectie van Jeannette en Martijn Sanders. De laatste was vele jaren bij het beleid van het museum betrokken. Het echtpaar is ook begunstiger, zo meldt het jaarverslag.

Wie is Christiaan Braun?

Christiaan Braun (1940) treedt niet in de openbaarheid, maar bezit als drammerige stoker wel een onverzadigbare drang zich kenbaar te maken. Door middel van tentoonstellingen, museale activiteiten en (met name de laatste tijd) door ingezonden brieven en gekochte advertentiepagina's, waarin hij zich kritisch uitlaat over het Nederlandse museumbestel.

Miljonair Braun vergaarde zijn fortuin met zetmachines. In het bijzonder de Diatronic, de eerste fotozetmachine met toetsenbord. De alleenvertegenwoordiging daarvan in de Benelux verkocht hij voor miljoenen in 1986. Geld dat hij in de Stichting Overholland onderbracht, genoemd naar het landgoed aan de Vecht waarvan hij sinds 1980 eigenaar is.

Hij moet inmiddels een van de mooiste verzamelingen moderne tekenkunst ter wereld bezitten.

Grote bekendheid kreeg hij als oprichter van Museum Overholland aan het Amsterdamse Museumplein.

Drie jaar lang organiseerde hij er tentoonstellingen met tekeningen van onder anderen Paul Cézanne, Ellsworth Kelly en Frank Stella. Met een knal en roetpluim sloot Braun het museum evenwel, in 1990, na onenigheid met de gemeente over de in zijn ogen 'circusachtige' toestanden aan festivals en kermissen op en rond het Museumplein .

Een doorstart beleefde Overholland, zonder gebouw, als organisator van tentoonstellingen in andere musea, zoals Teylers Museum (Haarlem), Kröller-Müller Museum (Otterlo) en Stedelijk Museum (Amsterdam).

In dat laatste museum toonde hij in 1999 de toen vers aangekochte serie Drawings with Eyes Closed van de twee jaar eerder gestorven Willem de Kooning.

De 24 tekeningen zouden in 2012 een splijtzwam zijn tussen Braun en het Stedelijk, in bijzonder toenmalig directeur Ann Goldstein en de raad van toezicht. Braun wilde de tekeningen, naar eigen zeggen, aan het Amsterdamse museum schenken maar werd daarin, ook naar eigen zeggen, niet met egards en welwillendheid ontvangen.

De serie verdween daarop als gift naar het Museum of Modern Art in New York, waar Braun al jarenlang trustee is, als eerste Europeaan. De Board of Trustees van het MoMA bestaat uit rijke begunstigers die onder meer beslissen over aankopen van het museum, maar weer niks te zeggen hebben over het tentoonstellingsbeleid.

Braun ligt overigens al langere tijd overhoop met het Stedelijk. Drie jaar geleden publiceerde hij een ingezonden brief waarin hij het aftreden bepleit van de voltallige raad van toezicht van het museum. Dat zou volgens hem te veel aan de leiband van het gemeentebestuur lopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden