Irritante wanna-be zonder inhoud

Al op 47-jarige leeftijd - nog maar net onttrokken aan de flitsende wereld van de succesvolle jonge veertiger - beleeft Fred Moorman, hoofdpersoon van Herman Kochs nieuwste roman, een ernstige vorm van midlifecrisis....

Judith Janssen

Het moet anders, besluit Fred kordaat. Hij zal een nieuwe vriendenkring moeten nemen - eentje die op feestjes andere onderwerpen aansnijdt dan aflossingsvrije hypotheken en secretaresses -, een nieuwe auto (géén Opel) en een nieuwe buurt. (De Amsterdamse Watergraafsmeer kent niet de allure van de chique wijken en is volgens Moorman een soort 'Amsterdam-Zuid in spijkerbroek'.) Hij wil gevaarlijk leven en hoe dan ook de bewondering van zijn zoon terugwinnen.

Het komt dus goed uit dat hij bij een bezoekje aan de bioscoop zijn oude schoolgenoot Max G. tegenkomt. Deze Max, baas van de onderwereld (volgens Koch is Max gebaseerd op Klaas 'de dominee' Bruinsma) heeft alles wat Fred niet heeft: een lekkere vrouw, een opwindend bestaan en een prachtig dochtertje. Met hem als inspiratie moet het lukken, denkt Fred en hij besluit - de band ontstaat niet vanzelf - om Max' vriend te worden.

Odessa Star kent, net als Kochs eerdere romans, een hoofdpersoon die op zijn zachtst gezegd niet iemand is waarmee je je graag wilt identificeren. Loser Fred is een irritante wanna-be met weiniginhoud, die denkt door alleen uiterlijkheden als een zonnebril en een nieuwe auto te veranderen, zijn idool te kunnen imiteren. En van idolatrie kun je zeker spreken, want als Fred niet direct het gewenste contact met Max weet te krijgen, wringt hij zich in de meest absurde bochten om 'toevallige' ontmoetingen te creëren en Max' adres te achterhalen.

Max is daar blijkbaar nogal door gevleid of in ieder geval denkt hij Fred te kunnen gebruiken, want voor Freds verjaardag geeft hij hem zelfs een cadeautje. En niet zomaar iets! Nee, Fred wordt als 'vriend' van gevaarlijke Max verblijd met een heus menselijk lijk, speciaal voor hem vervaardigd. Max heeft er - na een uurtje herinneringen ophalen met Fred - voor gekozen om hun oude leraar Frans, een walgelijk vieze man zoals ze zich herinneren, een iets korter leven te bezorgen dan waar de inmiddels gepensioneerde heer op had gehoopt. Zo plukt Fred toch nog 'de vruchten van het onderwijs', ondanks de erbarmelijke kwaliteit van de Franse lessen, vindt Max.

Deze eerst moord - want er zullen er nog verschillende volgen - tekent de absurditeit en ook de thrillerachtige basis die aan het boek ten grondslag ligt. In flashbacks - Fred mijmert op de dag van Max' begrafenis over de voorgaande periode - vertelt Koch over deze ongebruikelijke en ook ongelijkwaardige vriendschap.

Want Fred blijft een oude veertiger die gezellig met de jongens meedoet, maar uiteindelijk zijn zielige zelf blijft. Zijn wanhopige pogingen tot status - moet hij nu een jeep of een Ferrari nemen? - zijn af en toe erg grappig, maar bezitten immer en misschien juist wel door de duidelijk aanwezige onhandigheid, een treurigmakende ondertoon. Het zal hem nu niet lukken om te veranderen en het zal hem nooi¿t lukken, ook niet als Max allang verdwenen is. De antiheld die Koch schetst, is geen man om trots op te zijn, maar wel een herkenbaar personage.

In die karaktertekening ligt dan ook Kochs kracht. Hij is een goed observator - de beschrijving van de bevriende tv-presentator Erik Mencken, die altijd 'heel gewoon', 'in het echt', over straat loopt om 'nog altijd heel gewoon als ieder ander' het winkelpersoneel 'een prettig weekend' toe te wensen, is prachtig - maar vaak schiet hij te ver door. De 'varkenskop' van Freds buurmeisje en zijn minachting voor de kookkunst van zijn schoonzus ontstijgennergens het schreeuwerige gekrakeel van een overjarige puber.

Dat gebrek aan subtiliteit is ook terug te vinden in de opbouw van het verhaal. Hoe humoristisch Kochs personages ook zijn, de plotlijn is wel erg dwingend. Waarschijnlijk om het verhaal vaart te geven, slingert Koch de lezer mee van heden naar verleden, van een paar weken terug tot de jaren van Fred en Max' schoolcarrière tot aan de begrafenis van de crimineel. Het maakt het geheel verwarrend en fragmentarisch en is ook onnodig. In ieder geval vergroot het nergens de aantrekkingskracht van het boek.

Het verhaal wordt door de vele spitsvondige, slapstickachtige dialogen echter nergens saai. Suspense en humor zijn prominent aanwezig, en dat is heel wat, maar het grootste bezwaar tegen Odessa Star blijft de oppervlakkigheid. De nadruk van het grote gebaar. Het verhaal is dun, vaak onzorgvuldig en lijkt alleen ingezet om al die wonderlijke personages van een leefwereld te voorzien. Je blijft lezen over hun middelmatige leventjes, maar zo gauw het boek is dichtgeslagen, verdwijnt de samenhang als een bodempje alcohol dat vervliegt. Het zijn slechts de afzonderlijke karakters en de scènes - Freds betoog over 'goede' en 'onvergeeflijke' lelijkheid, hond Boef van de benedenbuurvrouw - die je bijblijven. Juist in de marge van dit misdaadverhaal, daar is het waar Koch even een schrijver wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden