Irmgard Keuns verboden kleinood opnieuw uitgegeven

Een 10-jarig meisje is het wonderlijk kalme middelpunt van al het penibele in Alle kinderen van de wereld.

Beeld Coco Davez

Een excentriek gezelschap van schrijvers en schilders maakt restaurant La Coupole in Parijs onveilig. Het is Kerstmis, halverwege de jaren dertig. Men eet, drinkt, flirt en er vinden chaotische scènes plaats die zich buiten het restaurant voortzetten. De schilderes en fotografe Jeanne Moth, die al die tijd een koffer bij zich heeft, opent die op straat. De kleren, kettingen en sjaals die eruit vallen wil ze aan omstanders uitdelen. De lege koffer smijt ze tegen een huis aan. In een dronken explicatie komt het zinnetje 'ik heb geen geduld met het leven, en ook niet meer met mijzelf' langs.

Zwijgend sjokt het gezelschap terug naar het hotel. Nog diezelfde avond komt het bericht dat Jeanne dood is. De feeststemming is voorbij. Haar familie wordt ingelicht, er komt een dokter bij. 'Toen leefde Jeanne Moth ineens weer. De dokter kwam uit haar kamer om het te vertellen.'

Jeanne Moth - 'ze kan betoverend zijn, maar meestal is ze zenuwslopend' - is een van de onvergetelijke figuren in Kind van alle landen (1938) van Irmgard Keun (1905-1982), de Duitse exil-auteur van wie de laatste jaren ook in het Nederlands enkele romans opnieuw zijn vertaald. Marcel Misset is de tweede vertaler van Kind aller Länder, dat oorspronkelijk verscheen bij Querido, de uitgever die toentertijd (met Allert de Lange) door de nazi's verboden schrijvers publiceerde.

Al is Jeanne Moth een bijfiguur, ze lijkt exemplarisch voor de opgeroepen periode: onverantwoordelijk en lichtzinnig, maar ook opgejaagd en wanhopig. De hele scène wordt gadegeslagen en verwoord door het 10-jarige meisje Kully, dat het niet erg had gevonden als Moth erin gebleven was: 'Waarom zou je leven als je net zo goed dood kunt zijn?'

Dat klinkt wrang, maar is ook een overlevingstactiek. Toen Irmgard Keun in 1936 in Oostende verbleef en daar welhaast fataal verliefd werd op de schrijvende drankneus Joseph Roth, viel haar oog op een Berlijns jongetje dat zich zonder ouders wonderwel staande hield in die vreemde plaats. Hij weigerde heimwee naar Berlijn te voelen, schreef Mark Schaevers in zijn sympathieke studie Oostende, de zomer van 1936 (2001): 'Det is mir egal, wo ick bin, ick spiell überall mit alle Kinder'.

Keun schiep twee jaar later een meisje van 10, wier vader Peter een schrijvende drankneus is en wier moeder Annchen zijn slachtoffer. Zijn boeken zijn verboden in Duitsland en daarom zwerft hij door Europa, probeert uitgevers uit te schudden, en gaat in te dure hotels zitten waarin hij zijn dochter en vrouw dan achterlaat als onderpand. Uit angst dat ze eruit worden gegooid, durven die meestal slechts te ontbijten, hopend dat vader snel terugkomt en wel zonder nieuwe vriendin en ook zonder alles alweer opgezopen te hebben.

Moeder en dochter verblijven ook een tijdje in Amsterdam, waar ze in opdracht van vader aan een directeur van een uitgeverij moeten toezeggen dat het manuscript in aantocht is, en vragen of ze vast geld kunnen krijgen. Ondanks de permanent penibele situatie - en misschien wel omdat die nooit níét penibel is -, kijkt Kully kalm om zich heen, wat resulteert in knappe observaties van Amsterdam (mooie stad, een tikje infantiel ook tijdens feestdagen en als er iets met het koningshuis is), Oostende, Nice, New York en Virginia.

Vader is onmogelijk, moeder meelijwekkend, op de achtergrond zwelt de oorlogsdreiging aan, het kind registreert alles en kan nergens iets aan verhelpen. Alleen bij zichzelf kan ze weerbaarheid aankweken, om voorbereid te zijn op de onvoorstelbaarheden die volwassenen elkaar aandoen - in hun gezinnen en in hun oorlogen. 'Echt heimwee heb ik eigenlijk nooit.'

Een koene daad, om Irmgard Keuns kleinood weer beschikbaar te maken in het eerste land dat haar boeken onderdak verleende toen ze in Duitsland verboden waren.

Imgard Keun

Irmgard Keun (1905-1982) behoort tot de zeldzame auteurs wier werk telkens wordt herontdekt. Ze was veelgelezen in Duitsland en in Nederland. Jaren na haar herontdekking in Duitsland - eind jaren zeventig - volgden de vertalingen Het kunstzijden meisje (2005) en Na middernacht (2015).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden