Invloed van Lourens Alma Tadema's werk op de filmkunst

Waardoor liet Ridley Scott zich inspireren bij de aankleding van zijn veelbekroonde film Gladiator? Door een historieschilder uit het Friese dorp Dronrijp. En hij was niet de enige.

Mozes gevonden! (1904) door Lourens Alma Tadema. Beeld Particuliere collectie, Foto Christie's Images

Er zijn natuurlijk honderd-en-een dingen die kenmerkender zijn aan Ridley Scott's veelvuldig bekroonde epos Gladiator (2000) dan de jurk van Connie Nielsen alias keizersdochter Lucilla (tijgers die uit de grond van het Colosseum komen bijvoorbeeld, of Joaquin Phoenix die met tranen van woede lispelt: 'But I have other talents, father') en toch is het die jurk waarover het nu moet gaan. Dat is niet het eerste het beste gewaad: pistachegroen, opgebouwd uit vele dunne stoflaagjes, waaronder enkele doorzichtige. Ja, de ontwerper zal er flink wat energie in hebben gestoken. De geestelijke vader van het kledingstuk was echter de 19de-eeuwse Fries-Britse historieschilder Lourens Alma Tadema (1836-1912).

Voor wie dat bewezen wil zien: google het schilderij Zilveren liefjes (1903), en bekijk de vrouw rechts. De liggende, inderdaad. De gelijkenis is onmiskenbaar, niet?

De jurk van Connie Nielsen is slechts een van de vele kostuum- en decorstukken die Scott ontleende aan Tadema. Gladiator kent shots die een collage lijken van de pleinen, bouwwerken, standbeelden, busten en wierookschalen op de schilderijen van Sir Lawrence (zoals Tadema kwam te heten nadat hij in Engeland was geridderd in 1899, red.). Van de vergulde basementen van de zuilen in het paleis van Commodus tot de trap die diezelfde Commodus bestijgt wanneer hij Rome voor het eerst als Caesar binnentreedt tot de bloemenkinderen die hem bovenaan die trap opwachten: alle zijn terug te voeren op Tadema's kleurrijke doeken. Indien hij nog geleefd had, dan had de schilder beslist een plekje op de aftiteling verdiend.

Enigszins verrassend is dat wel. Sinds de verschijning van Gladiator werd de film namelijk steevast in verband gebracht met een andere 19de eeuwse schilder: Jean-Léon Gérôme, in het bijzonder met diens arenastuk Police Verso (die met de naar beneden wijzende duimpjes), thans in het Phoenix Art Museum in Arizona. Ten onrechte, aldus art director Arthur Max, die in het kader van de opening van het magnifieke Tadema-retrospectief afgelopen week te gast was in het Fries Museum in Leeuwarden. Gérômes doek, vertelde Max, was weliswaar het startpunt van de film ('Ridley loves helmets'), en werd geëxploiteerd door de pr-afdeling, maar de scènes buiten de arena zijn schatplichtig aan Tadema. Wat heet: 'We hebben zijn werk geplunderd als raven', aldus Max.

De dood van de eerstgeborene (1872). Beeld Rijksmuseum Amsterdam

Lourens Alma Tadema

Lourens Alma Tadema (Dronrijp, 8 januari 1836 - Wiesbaden, 25 juni 1912), was een 19de-eeuwse Nederlands-Britse schilder. Hij werd opgeleid aan de Kunstacademie van Antwerpen en werkte samen met de indertijd veelgeprezen schilder Hendrik Leys. Hij reisde naar Florence, Rome en Pompeï; vooral de ruïnes van die laatste stad zouden van blijvende invloed zijn. Via kunsthandelaar Ernest Gambart belandde hij in Londen waar hij lid werd van de Royal Academy en een van de best betaalde kunstenaars van zijn tijd werd. Alma Tadema is beroemd vanwege zijn glad afgewerkte verbeeldingen van de antieke wereld.

Nu is het op zich weinig bijzonder dat een schilder invloed uitoefent op een regisseur of cinematograaf. Zeg gerust: niet bijzonder. De beïnvloeding van de film door de schilderkunst is zo oud als het medium zelf. David en Gainsborough beïnvloedden Kubrick; Caravaggio Scorsese; Hopper Hitchcock; Bacon Lynch - zelfs het abstracte druipwerk van good old Jackson Pollock valt met enige goede wil in verband te brengen met de films van Stan Brakhage. Elke schilder van importantie, zou je kunnen zeggen, drukte zijn stempel op een of meerdere filmmakers, alleen waren Tadema's schilderijen meer dan een visueel reservoir. Ze waren sterk cinematografisch.

De in het Friese Dronrijp geboren en in Antwerpen opgeleide schilder was namelijk in de eerste plaats een verhalenverteller. Of beter gezegd: een fragmenten-toner, exotische fragmenten, vaak gesitueerd in de klassieke wereld. Het Egypte van de farao's, de nadagen van het Romeinse rijk - dat soort dingen. Tadema schilderde ook portretten, die geweldig zijn, maar echt enthousiast werd hij wanneer hij de triomferende Titus een trap kon laten afdalen of de perverse Helegiobalus op een bank kon laten toekijken hoe een regen van rozenblaadjes zijn bezoek verstikte - hoe meer invoelbaar weergegeven, hoe beter. 'Wat ik heb willen uitdrukken', zei hij, 'is dat de oude Romeinen net als wij van vlees en bloed waren, en werden gedreven door dezelfde passies en emoties.'

Ridley Scotts Gladiator (2000). Beeld Dreamworks LLC & Universal Pictures

Om dat voor elkaar te krijgen achtte Alma Tadema één kwaliteit in het bijzonder nastrevenswaardig: waarachtigheid. De aankleding van zijn scène's moest in de eerste plaats geloofwaardig zijn. En daarmee werd hier vooral bedoeld: kundig gestoffeerd. Schilderde men bijvoorbeeld het interieur van een Romeinse tempel of overheidsgebouw dan was het zaak dat men kennis had van de wierookbranders en gedecoreerde amforen die men op zulke plekken vond; verbeeldde men de ontvangstruimte van een Romeinse kunstliefhebber dan behoorden een regenbasin en een stenen tafel met griffioenenpoten tot het repertoire. De goedkope meanderbehangetjes en zuilen met klatergoud die het gladiator-filmgenre in de jaren zeventig een stille dood deden sterven waren aan Tadema niet besteed.

Het ging niet vanzelf. Ter voorbereiding op een nieuw schilderij bestudeerde Tadema - die op latere leeftijd actief was als set- en kostuumontwerper in het theater - foto's en archeologische periodieken. Hij had daarnaast een uitgebreide verzameling antiquiteiten, die hij van zijn reizen naar onder meer Caïro, Rome en Pompeï had meegenomen naar zijn indertijd beroemde woningen. Daartoe behoorden marmeren beelden, busten en tijger- en ijsberenvellen alsook een galvanoplastiek van de beroemde Hildesheim-krater (mengvat): stukken die men op Tadema's schilderijen steeds opnieuw ziet terugkeren. Ze fungeerden als props avant la lettre en vormden één van de kunstgrepen waarmee Tadema zijn schilderijen, meer Romanesk dan Romeins, een schijn van waarachtigheid gaf.

Ingang van het theater (1866). Beeld Fries Museum, Foto Martin Rijpstra
Anne Baxter als Nefertiti in Cecil B. DeMille's The Ten Commandments (1956). Beeld Paramount Pictures

Met datzelfde doel gebruikte Tadema deep staging. Zijn schilderijen zijn gevuld met doorkijkjes en doorkijkjes ín doorkijkjes: een gang die voert naar een hal die weer uitkomt op een straat waar net een wagen stopt; een deuropening die leidt naar een met zuilen omzoomd terras dat uitzicht biedt op een boomgaard. Ook de verten doen mee op deze doeken, een effect dat nog eens versterkt wordt doordat voor-, midden- en achtergrond een eigen atmosfeer en lichtintensiteit hebben. Net als Scott in Gladiator (óf: Scott's camera- en lichtman) heeft Tadema de neiging om de zon ongenadig op de achtergrond te laten schijnen, om zijn in schaduw gehulde hoofdfiguren daar vervolgens voor te plaatsen. Het zorgt voor harde contrasten en een ongeëvenaard gevoel van ruimtelijkheid.

Ook de beweging in Tadema's schilderijen draagt bij aan de waarachtigheid: ze zijn veel dynamischer dan die van, zeg, David, in wiens Kroning van Napoleon de hofhouding er stijf en statisch bij staat, als stukken op een schaakbord (het bekende tableaux-effect dat Stanley Kubrick een eeuw later tot zijn handelsmerk maakte). Tadema's figuren ziet men altijd in actie: een moeder buigt zich voorover om een kind te kussen. Een jonge vrouw leunt over een stenen borstwering. Een zwemster, die zich beneden in de diepte staat af te drogen kijkt juist over haar schouder richting kijker. Het is een aaneenschakeling van korte interacties, gedeelde blikken, gedraaide bovenlichamen en figuranten die - vlug, vlug - alweer op weg zijn naar elders. Het maakt zijn werk zeer levendig.

Dan is er nog Tadema's schilderstijl: die varieert van fijn-schilderachtig in de werken uit de Pompeï-reeks, tot gelijkmatig gedetailleerd in het latere werk. Ieder stukje marmer, ieder meanderend mozaïek, elke verdraaide guirlande op een tafelpoot wordt hier met dezelfde precisie uitgewerkt. Zo'n egalitaire manier van schilderen maakt het werk na verloop van tijd wat vlak en voor moderne ogen soms ook een beetje saai (mijn hart sprong op bij de onaffe Tadema uit de collectie van het Van Gogh Museum; de gezichten van Maenaden lijken hier geschilderd door Matisse en een geel lint lijkt weggewaaid uit een Manet), maar heeft als voordeel dat ze nooit tussen de kijker en de antieke wereld staat waar het de schilder allemaal om te doen was. De zogenaamde vierde wand is hier nagenoeg transparant. Weinig scheidt je van de actie.

Tadema kreeg er navolging mee. Veronachtzaamd door de schilders van het modernisme raakte zijn werk al voor zijn dood in 1912 via prenten en ansichtkaarten in trek bij een jonge generatie Italiaanse en Franse filmmakers werkzaam in het zand en sandalen-genre. Regisseurs als Enrico Guazzoni en Louis Feillades wendden zich voor de aankleding van films als Quo Vadis en L'orgie Romaine tot de tafels, mozaïeken én rozenblaadjes op Tadema's schilderijen, ongeveer zoals de schilder zich zelf een halve eeuw eerder tot de archeologische boeken en artefacten uit Pompeï had gewend - zij het vaak met een visueel stukken minder rijk en poëtisch resultaat. Anderen kwamen dichter in de buurt. Hollywood-regisseur Cecil B. DeMille (The Ten Commandments etc.) maakte in de eerste helft van de 20ste eeuw epische films die Tadema, ten minste op het niveau van schaal en wow-factor, naderen. Net als Ridley Scott, maar die gebruikte computers.

Alma-Tadema: klassieke verleiding, Fries Museum, t/m 7/2/17

Zelfportret van Lourens Alma Tadema (1896).

Fragmenten

Enrico Guazzoni - Cajus Julius Caesar (1914)

Wie het essay van Ivo Blom in de Tadema-catalogus leest kan er niet omheen: Tadema inspireerde filmmakers. Soms ging het om een direct beeldcitaat, vaker wendde men zich tot zijn schilderijen als informatiebron inzake de aankleding van ruimten in de oudheid. Zo ook in Cajus Julius Caesar (1914). In die film treft men bijvoorbeeld de cartibulum, een rechthoekige tafel met een onderstel bestaande uit griffioenen zoals geschilderd door Tadema op zijn doek Een Romeinse Kunstliefhebber (1868). Het vaak door Tadema geschilderde impluvium (regenwaterbassin) en zijn beeld van een dansende sater treft men er ook.

Louis Feuillade - L'Orgie Romaine (1911)

Keizer Heliogabalus was een kleurrijke figuur. Hij zou zich graag als vrouw hebben uitgedost, waar niks mis mee is, maar trouwde ook vijf keer in vier jaar, en had er aardigheid in om zichzelf te prostitueren in een speciaal daarvoor bestemd kamertje van het paleis. Bij voorkeur aan de meest smerige kerels. Apocrief is het verhaal dat hij zijn gasten wilde laten stikken in een vloedgolf van rozenblaadjes. Tadema beeldde die episode af in wat misschien wel zijn meest barokke schilderij is. Louis Feuillade liet in L'Orgie Romaine de rozenblaadjes vervolgens daadwerkelijk dwarrelen op het witte doek.

Enrico Guazzoni - Quo vadis (1913)

Wat regisseurs ook spannend vonden aan Tadema was zijn dieptewerking. Zoals de schilder zelf goed had gekeken naar de doorkijkjes op de genrestukken van Hollandse meesters, zo keken deze filmmakers naar zíjn doorkijkjes. In De Herstellende (1869) zit een trap naar een duidelijk zichtbaar hoger gelegen peristylium (door een zuilengalerij omringde ruimte); Guazzoni gebruikte ongeveer datzelfde doorkijkje in Quo vadis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.