Review

Intouchables is plat, schreeuwerig en zonder poëzie

Dick van den Heuvel en Peter de Baan hebben niet gekozen voor een fijnzinnige tragikomedie, maar voor een vette, lawaaiige aanpak. Als toeschouwer hou je je hart vast: als dit maar niet zo doorgaat, deze opgefokte manier van theater maken.

Intouchables met o.a. Huub Stapel en Cyriel Guds.Beeld Joris van Bennekom

De film

Het begin van de film Intouchables (2011) is ronduit spectaculair. In een nachtelijke dodenrit door Parijs proberen de verlamde Phillipe en zijn bediende Driss de politie met Pietje Bell-achtige allure om de tuin te leiden. Als kijker hou je je adem in. Twee volwassenen mannen spelen met hun en andermans leven. Voor een weddenschap. Als grap.

Vanuit die opening ontrolt zich vervolgens een prachtig verhaal over een gehandicapte man in een rolstoel en zijn assistent. De een puissant rijk en woonachtig in een Parijs stadspaleis, de ander afkomstig uit een banlieu, licht crimineel en nogal onaangepast.

Wat een nogal schetsmatige opzet lijkt (rijke blanke man heeft hulp nodig van arme zwarte sloeber), mondt uit in een hechte mannenvriendschap. Inclusief pijnlijke gesprekken, gênante momenten, opwindende avonturen. Dat alles secuur gefilmd, in perfecte balans tussen sentiment en harde confrontaties, in een mix van korte, flitsende scènes en lange, sensitieve dialogen. Filmtechnisch knap en met een fraaie soundscape variërend van Bach en Vivaldi tot Earth, Wind & Fire en Nina Simone.

Wat makkelijk had kunnen leiden tot een sentimentele tearjerker op z'n Frans, werd een arthousefilmhit (in Nederland 1,2 miljoen bezoekers).

De film was gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de aristocraat Philippe Pozzo di Borgo, weduwnaar en van kin tot teen verlamd na een val tijdens zijn hobby parasailing. Na de film is er nu een theaterversie, gemaakt door Dick van den Heuvel (script) en Peter de Baan (script en regie) voor Senf Theaterpartners. Huub Stapel (de rijke man) en Cyriel Guds (de donkere bediende) spelen de hoofdrollen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Still uit de film Intouchables.

De voorstelling

In de openingsscène van Intouchables - het toneelstuk zien we een potige politieagente die een donkere jongen op de grond dwingt. Knullig, schreeuwerig, overdreven. Als toeschouwer hou je je hart vast: als dit maar niet zo doorgaat, deze opgefokte manier van theater maken, recht in je gezicht.

Helaas gaat het zo wel door. Twee enorme halve cirkels die samen het decor vormen, worden door de toneelknechten omgedraaid en dan belanden we in de met kunst gedecoreerde stadsvilla van Philippe. In sneltreinvaart vliegen we door de anekdote: de man zoekt een nieuwe bediende, Driss dient zich aan, jat meteen een kostbaar Fabergé-ei maar wordt toch aangenomen. Dan moeten de mannen nader tot elkaar komen, maar van een subtiele opbouw is geen sprake. Van den Heuvel en De Baan hebben duidelijk niet gekozen voor een fijnzinnige tragikomedie maar voor een vette, dolkomische, lawaaiige aanpak.

Dat blijkt nog het meest uit hoe het personage Driss wordt uitgebeeld. Alle clichés komen aan bod: hij is de grote donkere man, puur fysiek en seksueel gericht (vandaar dat strakke T-shirt), kan zijn handen niet thuishouden (niet van Fabergé-eieren, niet van de vrouwtjes), is meer geïnteresseerd in de seksuele onmacht van zijn baas dan in zijn geestelijke verzorging, heeft het derhalve dus voortdurend over lullen en al dan niet stijve pikken, loopt wijdbeens over het toneel, klimt op muren.

'Ik heb een lul, maar dat wil niet automatisch zeggen dat ik er ook een bén' - dat is zo ongeveer het niveau. Alles is plat, grofgebekt, schreeuwerig en zonder enige poëzie. Dieptepunten zijn de kluchtige scènes in de opera, waar de hoge kunst van Philippe onderuit wordt gehaald door het lage kunstbesef van Driss. Driss gaat ook echt parasailen, in een amechtige poging Cirque du Soleil te evenaren.

De bewerking kent bovendien allerlei inconsequenties: het verhaal speelt zich af in Parijs, maar toch hebben ze het over de blauwe enveloppen van de Belastingdienst en over HEMA-tompouces. In de film wordt lekker gedanst op Earth, Wind & Fire, hier op Papaoutai, een triest liedje van Stromae. Sommige scènes spelen zich af in de zaal, tussen het publiek. Driss wil ons dan een bloedneus slaan. En we moeten ook meeklappen.

Intouchables naar de film en het boek Le seconde souffle door Senf Theaterpartners. Script Dick van den Heuvel, script en regie Peter de Baan. 23/2, Stadsschouwburg Utrecht. Tournee t/m 19/6.

De acteurs

'Wist je dat Driss in de film wat softer en charmanter gemaakt is dan hij in werkelijkheid is? De echte Abdel is een stuk opstandiger en rebelser.' Dat staat in het programmaboekje en het is waarschijnlijk de reden dat Cyriel Guds (student aan de Theaterschool) zo opgefokt en op volle toeren speelt. Sterker nog: hij maakt er een onemanshow van. Om hem heen staan drie actrices die vooral excelleren in loeihard praten. Emilie Pos speelt Philippes dochter als een hysterische puber die rijp is voor opname.

Huub Stapel is gedoemd op en af te rijden in zijn rolstoel en moet het dus hebben van zijn mimiek en tekstbehandeling. Prima in orde, maar niet meer dan dat: ook hij kan niet verhelen dat er geen sprake is van enige geloofwaardige intimiteit tussen de mannen. Als hij tegen het eind de tragiek wil benadrukken is het helaas te laat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden