Recensie

Intimiteit na dierlijke woordkeus in nieuwste Connie Palmen

In haar zesde roman beschrijft Connie Palmen de tragische liefdesgeschiedenis van het dichterspaar Plath en Hughes. Nu eens níét vanuit de 'heilige' Sylvia, maar vanuit de alom verguisde Ted.

Het beroemde dichterspaar Plath en Hughes. Beeld YouTube

Bij de eerste ontmoeting van Sylvia Plath en Ted Hughes, misschien wel het beroemdste dichterspaar ooit, beet zij hem razend in de wang tot bloedens toe. 'Wie zo een liefde begint', vertelt Hughes omineus in de roman Jij zegt het, 'weet dat er in het hart van die liefde geweld en vernietiging schuilgaat'. Liefhebben betekende elkaar bevechten. 'Tot de dood erop volgt. Van meet af aan was het gedaan met een van ons.'

De verliezer werd Plath, weten we al vanaf het begin. Zij stak haar hoofd in de oven op 11 februari 1963 en liet de overspelige Hughes met twee kinderen achter. Maar in Jij zegt het, de zesde roman van Connie Palmen, is de uitslag van de strijd raadselachtig. Wie is er eigenlijk beter af, de vrouw die met haar zelf verkozen dood postuum heilig werd verklaard, of de man die achterbleef, 'een bruidegom gegijzeld door de dood', die tot Judas werd bestempeld door vrijwel de gehele intellectuele goegemeente, wiens tweede vrouw Plaths zelfmoord exact zou kopiëren?

In Jij zegt het beschrijft Palmen de beroemde liefdesgeschiedenis vanuit het perspectief van Hughes, vanaf hun ontmoeting op een dichtersfeestje tot aan haar dood. Hij heeft altijd gezwegen, zegt hij op de eerste pagina, maar nu wil hij zijn kant van het verhaal vertellen (de monoloog plaatst Palmen kort na het voltooien van zijn dichtbundel Birthday Letters in 1998, wellicht voor publicatie ervan). Een keuze die te verantwoorden is: honderden publicaties zijn er verschenen over het destructieve duo, waarin Hughes meestal in een kwaad daglicht wordt gesteld en Plath de martelares is. Over haar zijn talloze biografieën geschreven, over hem slechts één.

Strijd
Wie waren Sylvia Plath en Ted Hughes precies? Lees hun levensverhaal hier.

Bestiarium

Palmen heeft zich grondig in het materiaal verdiept en blijft trouw aan de feiten. Ze noemt exacte data, adressen, de juiste namen van buren en vrienden, de stand van de sterren. Maar meer nog dan in de feiten (voor een roman niet van wezenlijk belang) geeft Palmen Hughes weer in stijl, in iconografie. Hughes plukte voor zijn gedichten en fabels graag beelden uit de dierenwereld, zijn merkwaardige esoterische interesses (voor horoscopen, het ouijabord, tarot, aura's) schemerden door in zijn soms wat gedragen woordkeus. Palmen presenteert zijn universum in gecondenseerde vorm, onbevreesd voor overdaad.

In het begin moet je hard werken om je daar voor open te kunnen stellen, als Plath na enkele pagina's al is vergeleken met een 'tochtige merrie', 'een fladderende vogel', 'bronstig' en 'koortsig van paringsdrift', 'een schuwe haas met een ziel van glas'. Palmen krijgt geen genoeg van die epitheta, onvermoeibaar tot de laatste pagina.

Zo'n stijl is te conceptueel om mooi te zijn, maar alles went, en als je je eenmaal hebt overgegeven aan het stampende bestiarium gebeuren er interessante dingen.

Kosmisch verband

Hughes is geloofwaardig als verteller, juist doordat de taal van zijn gedachten zo vreemd is. Palmen is in dit boek minder essayistisch dan in haar vorige werk, verdwijnt haast als auteur om plaats te maken voor een volkomen uniek personage, dat zich met taalgeweld en behaagzucht van de bladzijdes los vecht. Een interessante paradox: Hughes plaatst zichzelf in een kosmisch verband en juist daardoor ontstaat intimiteit met de lezer.

Zo zou je bijna missen dat Hughes bij Palmen ook ambigu is. Volgens de verteller staat al vanaf het begin vast dat Plath ooit zou sterven, het lag in de sterren besloten. Maar spaart hij zichzelf daarmee niet te veel? Wat heeft hij eigenlijk voor zijn ongelukkige vrouw gedaan? Als hij ergens terloops vermeldt dat hij van geheimen houdt, vermoed je dat hij niet alles vertelt, dat ook zijn relaas niet leidt tot meer waarheid.

En zo komt Palmen uit bij een van haar vaste thema's: hoe verhalen zich tot de waarheid verhouden en hoe er niet zoiets bestaat als een 'echt zelf' (zoals Hughes wel gelooft), maar dat wie we zijn wordt gevormd door de verhalen van anderen. Een bomvol dwaalboek dat niet je hart, maar wel je hoofd verleidt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden