Interview Marente de Moor: 'Een boek lijkt heel pretentieus'

Voor haar tweede roman, 'De Nederlandse maagd', ontving Marente de Moor gisteravond de AKO Literatuurprijs. Een boek vormt voor haar een natuurlijke manier om een verhaal te vertellen. 'Al is het maar aan mezelf.'

Marente de Moor met de AKO Literatuurprijs. Beeld anp

Marente de Moor woont op een plek waar ze brood moet kopen in het Duits en vlees in het Frans. Haar vakwerkhuis staat in Zuid-Limburg zo'n beetje op het drielandenpunt, in het buurtschapje Schweiberg. Het huis staat sinds kort te koop. Een ander onderkomen heeft ze nog niet, ze weet alleen dat ze in de buurt wil blijven wonen. 'Misschien is er een Volkskrant-lezer die vlak bij het drielandenpunt een afgelegen kasteel heeft waar ik op mag passen? Een koetshuis mag ook. Ik ben heel net, ik ontvang nauwelijks bezoek', oppert De Moor lachend.

Russische vamp

Ze heeft het enorm naar haar zin, op dat kruispunt van grenzen, ver weg van de rest van Nederland. Wel is ze soms bang dat mensen er verkeerde associaties bij krijgen: platteland, kruidenvrouwtje, romantisch gemijmer. Dat beeld klopt niet, al is het lastig te definiëren hoe het dan wel zit. De foto achter op haar boek 'De Nederlandse maagd', die haar toont als een Russische vamp weggedoken in een bontsjaal, vindt ze net zo goed bezijden de werkelijkheid. Toen ze onlangs in Amsterdam de foto terugzag op grote billboards, schrok ze. 'Het lukt me nooit goed de stem in mijn werk te verenigen met het beeld dat ik heb voor de buitenwereld.'

Haar debuutroman 'De overtreder' uit 2007 haalde meteen de longlist voor de AKO Literatuurprijs. Die prijs sleepte ze gisteren in de wacht met haar tweede roman, 'De Nederlandse maagd'. Recensenten hebben haar vergeleken met grootheden als W. F. Hermans, Tolstoi en Charlotte Brontë.

Dochter van
Marente de Moor is de dochter van schrijfster Margriet de Moor - ook dat is een feit. Maar journalisten mogen daar zo langzamerhand wel eens over ophouden, vindt ze. Tientallen interviews over het thema, en dubbelinterviews, heeft ze al afgeslagen. 'Ik heb lang nogal krampachtig gedaan over die relatie. Ik heb een hele goede band met mijn moeder, we bellen elke dag, maar ik verkoop liever drie boeken op eigen kracht, dan honderdduizend boeken door de naam van mijn moeder.'

Ze hebben het ook nauwelijks over het schrijven. 'We praten over dagelijkse dingen, over hoe een broek hoort te zitten of een leuke man zich hoort te gedragen. Dat schrijven, wat moet je erover zeggen? Natuurlijk is mijn moeder trots en blij voor me dat het goed gaat, ze is lovend en enthousiast over mijn boeken. Maar we zijn totaal verschillende schrijvers. Ik schrijf ondanks mezelf. Ik kom zelf al niet in mijn boeken voor, laat staan mijn moeder.'

Minnaar
Althans: zo is het oppervlakkig gezien. 'De Nederlandse maagd' lijkt een historische roman die ver van de schrijfster af staat. Het boek gaat over de 18-jarige Nederlandse schermster Janna, die intrekt bij een vroegere vriend van haar vader, de norse Egon von Bötticher. Hij woont op een afgelegen landgoed vlak over de Nederlandse grens in het Duitsland van 1936. Hij wordt haar leermeester in de schermsport, haar minnaar ook, en intussen ontrafelt Janna het geheimzinnige verleden dat Von Bötticher en haar vader lang geleden hebben gedeeld.

De Moor wilde iets schrijven over de schermsport, die ze zelf jarenlang heeft beoefend met haar toenmalige Russische echtgenoot. 'Samen schermen is niet slim', ontdekte ze. 'Je krijgt er vreselijke ruzie van. Het is een hartstochtelijke sport, waarbij je je tegenstander enorm kunt haten. Maar die neiging moet je in bedwang houden omdat je anders verliest. Na die tijd doe je je masker af en geef je elkaar de hand.'

Spanningsveld
Dat spanningsveld, tussen de dierlijke krachten die vrijkomen en het beteugelen ervan door de regels van de sport, wilde ze onderzoeken. Ze plaatste haar verhaal in nazi-Duitsland, dat ideologisch met dezelfde tegenstelling worstelde. Hitler verafgoodde de wilde, ongetemde natuur, maar liet in 1935 wel een dik bureaucratisch boekwerk verschijnen vol wetten en bepalingen hoe die natuur kon worden behouden.

Inderdaad komt in 'De Nederlandse maagd' geen alter ego voor van Marente de Moor. Zij is niet Janna. Maar die man, die Egon von Bötticher, ligt wel dicht bij haar. 'Tijdens het schrijven was ik verliefd op hem. Zijn sikkeneurigheid past bij mij.' Ze schrijft columns voor Vrij Nederland en vaak krijgt ze van de redactie te horen: 'Zo, je hebt weer lekker zitten mopperen.' Die eigenschap wordt in de hand gewerkt door haar afzondering, vertelt ze. 'Gek genoeg word je heel vooringenomen van de stilte.'

Familie apart
Het leven dat ze leidt, zo alleen op het drielandenpunt, past bij haar, al sinds haar jeugd. Haar ouders, haar zus en zij verhuisden om de paar jaar. Ze woonden in Den Haag, Drenthe en het langst in Bussum, maar ook daar verruilden ze vaak van huis. En in dat chique Bussum waren zij een familie apart, met een vader die beeldend kunstenaar was en een moeder die zang had gestudeerd en pianoles gaf. 'We waren altijd afzijdig, mijn zus en ik lagen er overal uit.' Haar enige vriendin was een nicht en dat vond ze best. Op school spoorde de juffrouw haar aan met andere kinderen te spelen, maar dat wilde ze niet.

'Ik was dromerig, ik sprak met drie verschillende stemmen tegen mezelf. Tegenwoordig word je daarvoor naar de psychiater gestuurd, maar mijn ouders vonden het schattig. De verbeelding voerde bij ons thuis het hoogste woord, we vertelden elkaar verhalen en ik schreef. Alles was speels, mijn vader maakte alles zelf, tot en met ons speelgoed, en het werd gestimuleerd als je dingen deed die niet voor de hand lagen. Tegelijkertijd was er discipline, je moest doorpuzzelen op een idee, niet te snel tevreden zijn.'

Ideale plek
Marente de Moor studeerde Slavische Taal en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en woonde tussen haar 18de en 30ste met tussenpozen in Rusland, hoofdzakelijk in Sint Petersburg. 'Rusland was ook weer de ideale plek om afzijdig te blijven. Je werd er met rust gelaten. Nederlanders hebben er een handje van om in je ziel te kruipen, zoals de Russen dat zeggen. Nederlanders kijken je diep in de ogen en vragen dan: 'Hoe gaat het toch met je?' In Nederland word je zo vaak lastiggevallen, ook door de overheid met allerlei post.'

In die tien jaar Rusland telde vooral het 'byt', het alledaagse, dat ondanks revoluties of omwentelingen gewoon doorgaat. 'Tien jaar Rusland ziet er misschien indrukwekkend uit op je cv, maar uiteindelijk was ik vooral druk met boodschappen doen, koken, slapen.' Ze ontmoette er haar Rus, Tolik, met wie ze later zou trouwen. Pas na zeven jaar hoorde ze hoe hij had geleden tijdens zijn jeugd op een internaat. Zo ging dat. 'Je hoeft niet alle zieleroerselen aan te roeren om een diepgaande relatie te hebben. Er gebeurt in Rusland altijd zoveel dat er geen tijd is om te vragen: 'En, wat voel je daarbij?''

Emigrantenkringen
In 'De Nederlandse maagd' is Egon von Bötticher ook zo'n man die zich niet gemakkelijk laat kennen, maar een Rus is hij niet. Russen schetste ze uitgebreid in haar non-fictieboek 'Petersburgse vertellingen'' (1999), een bundeling van haar columns in De Groene Amsterdammer. De Russische emigrantenkringen in Amsterdam, waarin ze verkeerde na haar terugkeer in Nederland in 2001, gebruikte ze in haar fictiedebuut 'De overtreder'. Ze werkte intussen bij HP/De Tijd en woonde om de hoek bij café De Pels, waar haar collega's zich geregeld verzamelden. 'Allemaal hele aardige mensen, maar als ik met ze moest praten, was ik al van mijn à propos. Misschien had ik net een leuke gedachte.'

Bijna vier jaar geleden was ze klaar met Amsterdam én met haar Russische echtgenoot. Ze vertrok in haar eentje naar Zuid-Limburg. Nu gaan er dagen voorbij dat ze niemand ziet en alleen contact onderhoudt met de buitenwereld via e-mail en haar mobiele telefoon, als ze tenminste bereik heeft, met al die landsgrenzen in de buurt. Grenzen kweken apart gedrag, heeft ze ontdekt. 'In een plaats als Vaals lijkt niemand iets met een ander te schaften te hebben, het is net een doorgaande weg, het buitenland in. Mensen zijn er jachtig, het is er unheimisch. Fascinerend.'

Verbeelding
Ze is niet bang om te vereenzamen. 'Op het platteland vereenzaam je minder snel dan in de stad. De natuur straalt uit dat er niets mis is met alleen zijn. Een boom staat alleen, een riviertje stroomt in zijn eentje.' En er is nog altijd de verbeelding. 'Op het moment dat ik in mijn gesloten, geïsoleerde wereld, in mijn geval in mijn bed, zit te schrijven, wordt die verbeelding mijn wereld. Het lijkt heel pretentieus, een boek, maar dat is het niet. Het is een natuurlijke manier om een verhaal te vertellen, al is het maar aan mezelf.'

Zo kwam 'De Nederlandse maagd' tot stand, een zintuigelijk boek waarmee ze wilde appelleren aan het instinctieve deel van de hersenen. 'Passages over eten, slapen, schijten, neuken, laten we zeggen, de wezenlijke dingen, spreken heel direct ons dierenbrein aan, het limbische systeem. Een dier vraagt nooit hoe het met je gaat.'

Derde roman
Hoe ideaal ze haar bestaan op het drielandenpunt ook vindt, toch gooit ze het binnenkort overhoop. 'Als ik het gevoel heb dat ik te veel word gekend, ga ik weg. Ergens anders kan ik een nieuw verhaal beginnen.' Inderdaad, De Moor is al bezig met haar derde roman. Nu alleen nog een afgelegen koetshuis of kasteel.

 Op het platteland vereenzaam je minder snel dan in de stad. De natuur straalt uit dat er niets mis is met alleen zijn. Een boom staat alleen, een riviertje stroomt in zijn eentje.  
 Tien jaar Rusland ziet er misschien indrukwekkend uit op je cv, maar uiteindelijk was ik vooral druk met boodschappen doen, koken, slapen.  
Cv Marente de Moor
1972 geboren in Den Haag
1991-2001 gewoond en gewerkt in Rusland
1995 journalist in St. Petersburg
1999 afgestudeerd als slaviste aan de UvA
1999 'Petersburgse vertellingen', verzamelde columns
2007 'De overtreder', roman
2009-nu columnist Vrij Nederland
2011 'De Nederlandse maagd', roman, bekroond met de AKO Literatuurprijs
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.