Interview Pauline Oostenrijk

Interview: Hoboïst Pauline Oostenrijk neemt afscheid bij Residentie Orkest

Vijfentwintig jaar was Pauline Oostenrijk (50) de eerste hoboïst van het Residentie Orkest. Was, want hoewel ze woensdag afscheid neemt met een kamermuziekconcert in de Nieuwe Kerk in Den Haag, spreekt ze al in de verleden tijd. Oostenrijk, misschien wel ‘s lands bekendste nog actieve hoboïst, wil wat anders.

Pauline Oostenrijk: ‘Het is ontzettend frustrerend als je zo graag wilt dat iets het doet, dat iets werkt en leeft, en je je dan realiseert dat je maar zo’n klein radertje in het geheel bent.’ Beeld Florian Braakman

Wat dan zoal? Meer kamermuziek spelen, zoals ze altijd al naast haar orkestbaan deed. Een hobo-klas opzetten aan het conservatorium in Groningen. Maar ook: hobo-les geven aan jonge kinderen op de lokale muziekschool. Ze geeft Nederlands aan drie havo- en vwo-klassen. Ze componeert én broedt op een roman. En in september kon je haar zien soleren bij een amateurorkest in haar woonplaats Delft. Maar niet op haar hobo.

Dat ja!

‘Toen ik vorig jaar 50 werd, dacht ik: wat heb ik nou altijd al willen doen, maar nog niet gedaan? Ik wilde nog eens soleren in het Twintigste pianoconcert van Mozart. Naast hobo heb ik piano gestudeerd bij Willem Brons. Dat ik dit stuk mocht uitvoeren, was een verjaardagscadeau. De bedoeling was: ik doe het voor de lol en daarna gaan we met z’n allen flink aan de drank. Nee, ik ken mijn plaats, ik ben geen broertje-Jussen. Ik zit gewoon in een nostalgische fase. De dingen zijn allemaal zo snel gegaan. Misschien wel te snel, in ieder geval niet in de normale volgorde.’

Oostenrijk groeide op in het Groningse Zuidhorn. Ze ontwikkelde zich zo snel op de hobo, dat ze op haar 14de naar het conservatorium in Zwolle werd gestuurd. Bij dezelfde docent, Koen van Slogteren, studeerde ze in Amsterdam af, pas 19 jaar oud. Een jaar eerder had ze Nederland vertegenwoordigd op het tv-concours Eurovision Young Musicians, in Kopenhagen.

In 1991 won ze een auditie bij het Nederlands Philharmonisch, maar al snel lonkte er een baan die ze nóg mooier vond: bij het Residentie Orkest. ‘Ik dacht: zal ik het doen? Het NedPho was een fusieorkest, er was nog niet zo’n saamhorige sfeer, daar ben ik erg gevoelig voor. Bij het Residentie voelde ik meteen dat ik erbij hoorde. We hadden een geweldige houtblazersgroep. Mensen voelden zich vrij in hun spel, deden af en toe eens wat geks. Ik heb er nooit spijt van gehad.’

‘Ontzettend frustrerend’

Ze bleef daarnaast soleren en kreeg in 1999, als eerste hoboïst, de Nederlandse Muziekprijs. Maar haar werkgever kende sindsdien een roerige tijd. Den Haag werd eind jaren negentig een artikel-12-gemeente en kwam onder curatele van het Rijk; de gemeentelijke subsidie was niet toereikend om de status als Nederlands toporkest te bestendigen. Op het kantoor waren er crises, de bezoekcijfers in de (inmiddels afgebroken) Anton Philipszaal kelderden.

‘We zijn heel lang een geteisterd orkest geweest. Het is ontzettend frustrerend als je zo graag wilt dat iets het doet, dat iets werkt en leeft, en je je dan realiseert dat je maar zo’n klein radertje in het geheel bent. Er waren mensen die gedemotiveerd raakten, anderen zeiden weer: kom op! Dat gaf telkens strijd.

‘Op een gegeven moment denk je: wil ik dit doen tot mijn pensioen? Ik had mijn hoop gevestigd op de nieuwe zaal, die in 2021 af zou moeten zijn. Het duurde me net iets te lang. Mijn gevoel bij het orkest is ook veranderd. Het is niet meer hetzelfde orkest. Niet dat het slechter is, hoor. We moesten meer een stadsorkest worden, alle lagen van de bevolking aanspreken.

Feest

‘Dat vind ik heel legitiem en ik draag er graag aan bij, alleen het gaat om de mate waarin. Ik vind het heel leuk om eens per jaar iets te doen in het Paard van Troje (de Haagse popzaal, red.), maar niet elke maand. En als je dan als orkest toch vaak een begeleidende rol blijkt te hebben, dus dat je de arrangementen zit te spelen voor een artiest en het niet echt meer om het orkest gaat - tsja.

‘Dan vind ik het leuker om zelf nog wat zaadjes te planten. Ik geef kinderen vanaf 7 jaar les. Allerlei niveaus, maar er zitten wel een paar heel goeie bij. Het is een feest te zien hoe snel ze het oppakken. Dat pure geluid van een nog niet zo heel gevorderd kind op een hobo, ik vind dat heel ontroerend. Hoe dat klinkt? Wèèèhhh!!!’

Knettergek

Dit collegejaar is Pauline Oostenrijk in Groningen gestart met het opzetten van een klas aan het Prins Claus Conservatorium. Eerder doceerde ze al aan conservatoria in Amsterdam en Den Haag. ‘Wat me frustreerde, was dat studenten steeds naar me toe kwamen met dezelfde stukken, omdat ze die moesten instuderen om orkestbanen te winnen. Hoewel er zoveel prachtig repertoire is. De hele tijd het Hoboconcert van Mozart tot maat 120, daar word je toch knettergek van?!’ 

Pauline Oostenrijk (hobo) en leden van het Residentie Orkest spelen o.a. Bach, Vivaldi en Telemann. 
17/10, Nieuwe Kerk, Den Haag. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.