Interpretaties zeventiende-eeuwse genreschilderijen zijn vaak doorgeschoten; Gerard Dou vond de dode boom gewoon móói

Hoe onschuldig is een vrouw die een appel schilt? Het is de zondeval!, riepen kunsthistorici al gauw, want: vrouw, Eva (die van Adam), appel, zonde....

Van onze verslaggever

Eric van den Berg

ROTTERDAM

Gelukkig, het betekent waarschijnlijk niets: de interpretaties van taferelen uit het dagelijkse leven zijn soms behoorlijk doorgeschoten. Zo wordt bij Sorgh een uitgetrokken schoen al gezien als een erotische toespeling, en is de rokende man op de achtergrond natuurlijk de verpersoonlijking van de vergankelijkheid.

'Wie in een schilderij de vanitas wíl zien, zal inderdaad de vanitas zien, maar waarschijnlijk hoeven we er niets achter te zoeken', zegt Friso Lammertse, conservator oude kunst bij het Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Hij kan wel lachen om de moeilijkdoenerij over de Nederlandse zeventiende-eeuwse 'genreschilderijen' (grofweg: anekdotes uit het dagelijkse leven) die hij voor het museum heeft gecatalogiseerd.

'Misschien dat één of twee schilders een boodschap wilden verstoppen in een schilderij, maar daar heb je het wel mee gezegd. Het was niet voor het grote publiek. Wie wil er nu een zedenpreek aan zijn muur hebben? '

'Omdat de verhalen zo prachtig zijn', heeft Lammertse de catalogus, de elfde in de reeks waarin uiteindelijk de hele collectie van Boijmans Van Beuningen moet zijn vastgelegd, niet beperkt tot een opsomming van data, afmetingen, herkomst, literatuur en vaststaande feiten. Hij hoopt dat zo ook 'mensen die geen kunstgeschiedenis hebben gestudeerd' geïnteresseerd raken in de doeken en panelen die voor de gelegenheid uit het depot zijn gehaald en zijn te zien op de tentoonstelling Uit het leven gegrepen.

Maar ook voor de kenners is er nieuws: een dendrochronoloog heeft vastgesteld dat Interieur van een boerderij niet van de stillevenschilder Willem Kalf is, wat jarenlang is aangenomen. Jaarringenonderzoek heeft uitgewezen dat het hout van het paneel zeker tot 1726 boom was in Zuid-Duitsland, en toen was Kalf al 33 jaar dood. Het moet dus een (goede) achttiende-eeuwse kopie zijn.

Met het tellen van de jaarringen is ook achterhaald dat Portret van een bejaarde vrouw definitief niet door Gerard Dou kan zijn geschilderd. Jonge vrouw aan de kaptafel (1667) wél, sterker nog, de restaurateur heeft met röntgenonderzoek ontdekt dat Dou het doek op sommige plekken acht keer heeft geschilderd. En op Boijmans' trots, De kwakzalver (1652), heeft hij de Blauwe Poort in Leiden na vijftien jaar nog eens over gedaan.

Juist dit schilderij, waarop een kwakzalver op een pleintje in Leiden een nepmedicijn tracht te verkopen aan de omstanders, is onderwerp geweest van 'geforceerde, grillige' interpretaties, aldus Lammertse. Kunsthistoricus Jan Emmens opende in 1963 de discussie en zou veel navolgers krijgen.

Alles op het paneel, maar dan ook alles, zou volgens deze kunsthistorici een betekenis hebben: de vrouw die de billen van het kind afveegt zou zo commentaar geven op de kwakzalver, de dorre boom op de voorgrond zou duiden op onvruchtbaarheid. En ga zo maar door.

'Het is een schilderij over bedrog, maar er zit geen moraal in', zegt Lammertse. 'Die dorre boom wijst niet op onvruchtbaarheid, Dou vond die boom mooi, die kon hij goed schilderen. Volgens mij is het inderdaad zo simpel. Kunsthistorici willen er van alles in zien, maar dat is uit een soort puzzeldrang. Ze grijpen naar zeventiende-eeuwse literatuur, of naar prenten met onderschriften. Die staan vol met beeldspraak en metaforen, en de wetenschappers gaan ervan uit dat dit dus ook voor de schilderijen moet gelden. En dát is niet waar.'

Althans, dat is zelden waar. Jan Steen maakte het de beschouwer op zijn doek Soo gewonne, soo verteert (1661), waarop een gezelschap zich voor een schoorsteenmantel vermaken met oesters en wijn en twee mannen in een andere kamer triktrak spelen, niet echt moeilijk. Het lot kan van het een op het andere moment keren, pas op! De titel van het schilderij staat op de schoorsteen, Vrouwe Fortuna prijkt er boven, rechts van haar varen schepen, links vergaan ze.

En de oester, een bekend afrodisiacum in die tijd. Wanneer een man een oester aanbiedt (Het Oestermaal, Jacob Ochtervelt, 1667), is dat meer dan een hint: de oesters staan voor het vrouwelijke geslachtsdeel. 'Maar dit is geen moraal, dit is spot, dit zijn grappen', zegt Lammertse, die soms zelf in de lach schiet om een grap van een schilder. 'De gegoede burgers spotten graag, vooral als het de boeren betrof. Die waren lui, dronken veel, waren zondig, en maakten veel herrie.

Een man met een pijp en bierkruik? Ledigheid, onmatigheid. ('De schilder kan hem ook van straat hebben gehaald omdat het een mooi mannetje is.') Een vogelkooi met open deurtje? De vrouw eronder is haar maagdelijkheid kwijt. ('Ik denk echt dat veel mensen in die tijd een kooi hadden hangen.)

Vooral om ledigheid kon de burgerij erg lachen. Willem Buytewech schilderde in Vrolijk gezelschap (ca. 1617-1620), vier jonge mannen in losse kledij om een tafel, om misverstanden te voorkomen ook een man met worsten om zijn nek: Hans Worst. En een triktrakdoos, die moet benadrukken dat de losbollen eigenlijk maar bar weinig doen, hooguit een spelletje. Maar, zegt Lammertse, 'als het echt een waarschuwing was geweest, had er een skelet om de hoek staan toekijken.'

Uit het leven gegrepen. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, t/m 26 juli. Bestandscatalogus * 79,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden