Internetstrategie NPO is achterhaald, vindt de Raad voor Cultuur

'Publieke omroep moet niet in een achterhoedegevecht verzanden'

De Publieke Omroep dreigt te verzanden in een achterhoedegevecht. Nederlandse omroepen moeten beter samenwerken om te voorkomen dat ze ten onder gaan in de internationale concurrentiestrijd. Dat betoogt de Raad voor Cultuur, het belangrijkste adviesorgaan van de regering, in een rapport dat vandaag verschijnt.

De website van NPO Start

'We zien een versplinterde sector', schrijft de raad. Terwijl nationale omroepen en producenten vechten om lijfsbehoud, kijkers en marktaandeel, hebben ze te weinig oog voor bredere, internationale ontwikkelingen: Amerikaanse technologiebedrijven slokken steeds meer kijktijd en advertentie-inkomsten op.

In Hilversum woedt al jaren strijd tussen het bestuursorgaan NPO en individuele omroepen over het plaatsen van filmpjes en programma's op YouTube en Facebook. De NPO staat relatief weinig toe, onder meer omdat de omroep een succes wil maken van het platform NPO Start. Die strategie, exclusief gericht op eigen kanalen, 'is niet meer houdbaar en gebaseerd op achterhaalde ideeën', vindt de raad.

'De NPO moet niet in een achterhoedegevecht verzanden', zegt Jeroen Bartelse, directeur van de Raad voor Cultuur. 'Het is van groot belang dat de publieke omroep gaat samenwerken met grote spelers als YouTube en Facebook, omdat die veel publiek trekken. De NPO moet daar zijn waar de kijker is, met herkenbare publieke programma's, zo zichtbaar en toegankelijk mogelijk.'

Consumenten hebben via internet toegang tot steeds meer beelden en informatie, constateert de raad. Dat lijkt prima, maar er 'is reden tot zorg'. Commerciële bedrijven als Facebook en YouTube zijn 'geen kanalen voor objectieve nieuwsvoorziening', er is geen garantie dat ze publieke waarden uitdragen. 'Een sterke publieke omroep is naar de mening van de raad essentieel om die garantie te bieden, maar het bereik neemt juist af.'

Op termijn zal het traditionele tv-aanbod waarschijnlijk plaatsmaken voor losse abonnementen op 'video on demand'-pakketten. Bartelse: 'De meeste experts die wij hebben gesproken, denken dat consumenten in de toekomst maximaal drie van dit soort abonnementen nemen: een op een bundel met veelzijdige internationale content, zoals Netflix, een gericht op iemands hobby of interesse, bijvoorbeeld een sportkanaal, en een gericht op lokale programma's.'

Jeroen Bartelse, directeur van de Raad voor Cultuur.

De raad pleit voor 'de ontwikkeling van een herkenbaar on-demandplatform voor de Nederlandse nationale, regionale en lokale content'. De basis bestaat al: de streamingdienst NLZiet, een samenwerkingsverband van de NPO, RTL en SBS. NLZiet bestaat al sinds 2014, maar is nooit tot bloei gekomen. Betrokkenen geven meer prioriteit aan hun eigen platform.

In de muziekindustrie heeft Spotify aangetoond dat 'schaal en compleetheid' essentieel zijn als je veel publiek wilt bereiken, constateert de raad. Het zou verstandig zijn als de partijen die deelnemen aan NLZiet, meer tijd en energie steken in het creëren van één goed, toegankelijk platform, vindt het adviesorgaan. Als dit niet gebeurt, is de kans groot dat platforms als NPO Start en RTL XL op termijn een relatief klein publiek bereiken en minder relevant worden.

Volgens de raad zou de NPO NLZiet beter moeten promoten. Nu zijn de reclamemogelijkheden bij de publieke omroep beperkt, omdat commerciële omroepen aan dit platform meedoen. Dat moet veranderen door de wetgeving aan te passen.


Netflix moet Nederlandse producties aanbieden

Amerikaanse streamingdiensten als Netflix en Amazon Prime moeten voortaan een vast percentage Nederlandse producties aanbieden en een deel van hun inkomsten afstaan. Ook Google, Facebook en andere grote bedrijven moeten een heffing gaan betalen waarmee Nederlandse producties kunnen worden geproduceerd. Daarvoor pleit de Raad voor Cultuur in een sectoradvies dat donderdag wordt gepubliceerd.