Achtergrond Seks en internet

Internetporno, datingapps en dickpics: wat onze enquête uitwijst over seks en het internet

Beeld Elodie Lascar

Naast een interviewserie over liefde, seks en het internet, hield de Volkskrant een enquête onder 1015 Nederlanders. De grote vraag: hoe heeft de digitalisering ons seksleven veranderd? 

In het najaar van 2018 plaatsten we een oproep in de Volkskrant, waarin we lezers vroegen te vertellen over de manier waarop internet een extra dimensie gaf aan hun seksleven. Dertien personen gaven in evenzoveel interviews een anoniem en openhartig inkijkje. Onder de noemer Publiek Geheim stonden ze hier elke vrijdag in de krant. Vervolgens wilden we in een enquête, opgesteld in samenwerking met Rutgers kenniscentrum seksualiteit en uitgezet door marktonderzoeksbureau Ipsos, van 1015 Nederlanders van 18 jaar en ouder het intiemste naadje van de kous weten. We vroegen dingen als: zit u op een datingapp? Kijkt u weleens onlineporno? Denkt u dat de meeste Nederlanders de gevaren van het delen van eigen seksfoto’s en -filmpjes onderschatten? En, nu we het er toch over hebben, heeft ú zich wel eens blootgegeven op het net?

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

Dat alles om te weten te komen hoe de grootschalige digitalisering ons seksleven heeft vormgegeven. Zaken waarover we in de echte wereld bijna niet praten, maar waaromheen het in de virtuele wereld met zijn pornosites, datingapps, en cyberseks gonst van de opwindende bedrijvigheid.

Welke nieuwe inzichten hebben de interviews en de enquête ons geboden? Eerst één van de ondervraagden van de Publiek-Geheiminterviews aan het woord. Een man uit Haarlem, na vele dates op Tinder ervaringsdeskundig, trok voor zichzelf de conclusie: ‘Waar het amoureuze ontmoetingen betreft, is het internet niets meer dan een heel groot virtueel café. Alleen het aantal mensen dat erin past, verschilt met een echte kroeg.’

Het is niet de meest originele typering van internet. Daar gaat het hier ook niet om. Het gaat om dat ‘niets meer dan’. Dat is een beetje een misplaatste relativering. Want als al die ontmoetingsplekken op het net slechts één groot café vormden, waar miljoenen elkaar treffen om elkaars particuliere verlangens in te willigen, dan zou wat gevraagd en gewenst wordt, ontaarden in onverstaanbaar geroezemoes. Zender en beoogde ontvanger zouden elkaar nooit kunnen vinden. En dat, bleek wel uit de interviewreeks, is niet het geval.

Voor de Rotterdamse plasseksliefhebber op zoek naar gelijkgezinden was internet namelijk óók een metaaldetector waarmee je een naald in een hooiberg kunt vinden. Voor de Utrechtse studente was het óók een podium voor haar seksueel-feministische boodschap. Voor de Amsterdamse transman is het óók een aanplakbord voor zijn transactivismepamflet. En voor de Amsterdamse prostituant was het óók een discreet instrument om een liefdevol, maar seksloos huwelijk in stand te houden.

Online daten

Met slechts een enorme pool aan mensen op zoek naar andere mensen – Tinder alleen heeft wereldwijd zo’n 50 miljoen gebruikers – red je het niet. Met name de snelheid en het gemak waarmee je andere gebruikers kunt keuren, maakt dat het virtuele daten de laatste jaren zo’n vlucht heeft genomen. Het zou zomaar kunnen dat over enkele generaties kroeg en disco hun traditionele rol als scharrelgebieden definitief moeten prijsgeven aan de virtuele jachtvelden. Want wat blijkt uit de enquête?

19 % van de ondervraagden heeft ooit een profiel gehad op een datingapp of -site. 

13 % van de ondervraagden heeft een profiel gehad op Tinder, 3% op Happn, 2% op Grindr en 1% op OkCupid. Hier kunnen ook mensen bij zijn die op meerder apps een account hebben. 

In de groep 18- tot en met 24-jarigen heeft 48% wel eens een datingprofiel aangemaakt en 42 % van de 25-34-jarigen. 

52 % van alle ondervraagden vindt dat online daten net zo normaal is als op de traditionele manier afspraakjes maken. 

51 % van de ondervraagden kent persoonlijk tenminste één persoon die op een datingapp zit. 

Als uit de cijfers blijkt dat 19 % van de ondervraagden ooit een profiel heeft gehad op een datingapp of -site zegt u misschien: ‘Nou en? Dat betekent dat 81% dat nooit heeft gehad.’ Vooruit, laten we niet meteen doen alsof er een virtuele seksuele revolutie is uitgebroken, ook al betekent het dat bijna een vijfde van de volwassen Nederlandse samenleving wel eens op Tinder, Happn, Grindr etc. heeft gezeten.

Jeroen (61) vond zijn nieuwe vrouw door intensief te daten via E-matching. Beeld Elodie Lascar

Als je inzoomt op die groep van 19 %, wordt het interessanter. Het blijkt dat onder jongvolwassenen iets minder dan de helft de helft (48%) wel eens een online datingprofiel heeft aangemaakt. Naarmate de leeftijd van de respondenten toeneemt, neemt dat percentage af. En ook al is afspraakjes maken met een schermpje veel populairder bij het jongere deel der natie, het verschijnsel is zo ver doorgedrongen in onze samenleving dat 52 % van alle ondervraagden vindt dat online daten net zo normaal is als de traditionele variant. Iets meer dan de helft van ons kent zelfs persoonlijk tenminste één persoon die op een datingapp zit.

Dat virtuele geflirt heeft zijn sporen achtergelaten in de echte wereld. In 1999 werd Gaydar opgericht, de eerste homocruisingwebsite. Zes jaar later moesten enkele Nederlandse homoclubs en -bars bij gebrek aan klandizie hun deuren sluiten. Gemak dient de digitale mens. Die hoeft geen veldwerk meer te verrichten voor een afspraakje. De drukbezette 25-jarige geneeskundestudent Daan vertelde in zijn Publiek-Geheiminterview dat de gaycruisingapp Grindr voor hem een uitkomst was. ‘Vijf dagen in de week loop ik stage van acht tot zeven en in het weekend train ik kinderen op een sportvereniging. Ik ben heel gedisciplineerd, ik ga helemaal niet zo vaak uit en als ik dat wel doe, is het met mijn heterovrienden naar heterogelegenheden.’

65 % van de ondervraagden denkt dat er nu meer porno wordt gekeken dan in het pre-internettijdperk. 

5 % denkt dat dat niet het geval is. 

40 % kijkt geregeld naar internetporno. Onder mannen ligt dat aandeel op 59% mannen en onder vrouwen op 21 %. 

63 % van de pornoconsumenten praat nooit met anderen over porno.

48 % van de vrouwen doet dat wel.

33 % van de mannen doet dat wel. 

Of we met zijn allen ook daadwerkelijk meer porno zijn gaan kijken? We weten het niet. Cijfers over ons pornokijkgedrag van voor 2000, het jaar dat snelwerkend internet door breedbandaansluitingen hier zijn intrede deed, zijn er niet. Rutgers deed pas vanaf 2006 grootschalig onderzoek naar onze pornoconsumptie. Maar er is een verklaring voor de breed gedeelde veronderstelling dat onze pornoconsumptie een vlucht heeft genomen: de enorme laagdrempeligheid van het fenomeen. Internetporno heeft de drie a’s, die, volgens deskundigen, pornoconsumptie die enorme toegankelijkheid hebben gegeven. Want affordable (betaalbaar), anonymous (anoniem) en available (voorhanden). Waar je vroeger moest betalen voor het kijken naar andermans blote bezigheden, komen die nu discreet, gratis en in overweldigende hoeveelheden je huiskamer ingestreamd, voor wie dat wil. Internet heeft van gratis porno, net als van gratis muziek, een standaardvoorziening van moderne huishoudens gemaakt. Je draait de kraan open en voilá. Glenn, de 59-jarige werknemer van een internationale kwekerij, in zijn interview: ‘Als ik ga slapen, kijk ik nog wat porno op mijn tablet of op mijn telefoon. Zeven uur ’s ochtends moet ik normaal gesproken uit bed, maar als ik om zes uur al wakker word, sta ik speciaal op voor een nieuwe sessie. Tussen de middag hebben we op werk een pauze van twaalf tot twee. Ik ga dan naar huis om te eten en meestal heb ik nog een half uurtje over. Dus ja...’

Rutgers maakte in 2017 bekend dat 71 % van de mannen van 18 tot 80 en 29 % van de vrouwen in het voorgaande halfjaar naar porno had gekeken. Dat cijfer is sinds het begin van de metingen, in 2006 min, of meer constant gebleven.

Porno

En hoewel het een breed gewaardeerd tijdverdrijf blijkt, lijkt praten over porno nog steeds een sociaal taboe. Zie de 63 % van de liefhebbers die hun ervaringen nooit met anderen deelt. Opmerkelijker: Bijna de helft van de vrouwen doet dat wel, terwijl 67 % van de mannen, borrelpraatbravoure ten spijt, de kaken stijf op elkaar houdt. Een emancipatiegolfje lijkt gepast.

20% van de ondervraagden kent persoonlijk iemand die seksueel getint materiaal van zichzelf heeft gedeeld. 

17% Van de ondervraagden wil of kan daar geen uitspraak over doen.

18% Van de ondervraagden heeft wel eens naaktfoto’s en/of seksvideo’s van zichzelf gemaakt. 

70% Daarvan heeft dat beeldmateriaal ook daadwerkelijk gedeeld. 

15% Van alle ondervraagden is van mening dat het delen van seksueel beeldmateriaal onderdeel is geworden van online daten. 

50% Vindt dat het delen van seksueel beeldmateriaal geen onderdeel van online daten is geworden. 

25% Zegt seksueel beeldmateriaal van anderen in bezit te hebben. 

In de groep 18- tot en met 24-jarigen zegt 54% seksueel beeldmateriaal van anderen in bezit te hebben. 

31% Van de 18-24 jarigen heeft seksueel getint beeldmateriaal van zichzelf. 

93% Van die groep heeft die foto’s en video’s ook gedeeld. 

We zijn als natie nog niet massaal dickpics of screenshots van borsten aan het uitwisselen, gezien het lage percentage respondenten dat eigen seksueel beeldmateriaal bezit (18) en dat ook daadwerkelijk heeft gedeeld (70). Uiteindelijk heeft dus 13 % (70 % van 18 %) van alle ondervraagden zichzelf blootgegeven op internet.

Carola (27) ging op seksuele ontdekkingsreis via sekspodcasts. Beeld Elodie Lascar

Dat komt overeen met hoe we de boel zelf inschatten. Want 15 % van alle ondervraagden is van mening dat het delen van seksueel beeldmateriaal gangbaar is bij het moderne daten. Voor Carola, de 27-jarige Schiedamse die een relatie heeft met een militair die geregeld op missie is, bood sexting, met het uitwisselen van seksueel getinte plaatjes, uitkomst. ‘Ik nam de tijd voor de voorbereiding en het maken van de foto’s. Al mijn andere plannen voor de avond gingen uit het raam. Ik zorgde ervoor dat de boel netjes geschoren was, het bed opgemaakt en de kat uit beeld.’

Ondanks het feit dat we zeggen discreet te zijn met ons eigen beeldmateriaal, kennen we anderen die meer vrijgevig zijn met pikante plaatjes. Zie de 20% ondervraagden die persoonlijk anderen kent die expliciet beeldmateriaal van zichzelf hebben gedeeld, en de 25 % die zegt seksueel beeldmateriaal van anderen in bezit te hebben. Ook hier een groot contrast tussen de leeftijdscategorieën. Want 31 % van de 18-24 jarigen heeft zichzelf seksueel expliciet vereeuwigd. Liefst 93 % van die groep heeft foto’s en video’s ook daadwerkelijk gedeeld. Dat wil zeggen dat bijna drie op de tien (93% van 31%) van alle ondervraagden 18-24 jarigen sexy plaatjes van zichzelf heeft gedeeld. Dat levert in combinatie met de volgende enquête-uitkomst een interessant beeld op.

70% zegt dat we de risico’s moeten accepteren dat ons expliciete beeldmateriaal lekt als we het delen. 

30% vindt het onze eigen schuld als we bekritiseerd, nagewezen of gechanteerd worden vanwege onze uitgelekte seksplaatjes- en video’s. 40% vindt dat niet het geval. 

83% vindt dat de meeste mensen zich niet realiseren wat de gevolgen kunnen zijn van het delen van naaktfoto’s en/of seksfilmpjes. 

Van de 18-24-jarigen die eigen beeldmateriaal hebben gemaakt en gedeeld (29%) zegt 100 % erop te vertrouwen dat hun gedeelde beeldmateriaal niet doorgespeeld wordt aan derden.

30 % is dus van de eigen-schuld-dikke-bult-school als we narigheid ondervinden vanwege onze uitgelekte seksplaatjes- en videos. Ook al is 40% het daar niet mee eens, het betekent dat bijna een derde het slachtoffer de schuld geeft en daarmee doet aan victim blaming.

Dat zo’n hoog percentage de schuld bij de gedupeerde legt komt misschien ook omdat het sekslekken in Nederland lang ongestraft bleef. Slachtoffers van wraakporno (door een ex verspreide seksfilmpjes en/of   -foto’s om wraak te nemen op zijn/haar geliefde), sextortion (afpersing met seksueel beeldmateriaal) en slutshaming (het beschamen en bekritiseren van vrouwen die zich niet volgens de heersende seksuele moraal zouden gedragen) hebben hier weinig middelen om terug te vechten. Inmiddels ligt er bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel om misbruik van seksueel beeldmateriaal, waaronder wraakporno, strafbaar te stellen.

De enquêterespondenten kregen ook de gelegenheid opmerkingen te maken onder het kopje. ‘Wilt u verder nog iets kwijt?’ Maar 63 respondenten hadden die behoefte. Maar wat daar aan opviel is dat er een aantal waren met een sterk veroordelend karakter. Van, ‘Geen naaktfoto’s op internet. Klaar!’, tot ‘Het is onderhand een zieke wereld met al dat gesex allemaal… nergens goed voor en totaal geen toegevoegde waarde, voor wat dan ook!’ Eén respondent echter ergerde zich aan de ‘morale vertrutting en verpreutsing’.

Ook opvallend. Alle 18-24-jarigen die beeldmateriaal hebben gedeeld (de eerder genoemde 29 % van die groep) zegt erop te vertrouwen dat hun gedeelde beeldmateriaal niet doorgespeeld wordt aan derden. Hier past enig voorbehoud. Het aantal respondenten is in dit specifieke geval vrij laag waardoor er met veel minder zekerheid een algemene conclusie voor de Nederlandse bevolking kan worden getrokken.*

Aan de ene kant zeggen we dus in groten getale dat de meeste mensen de gevolgen van het online versturen van pikante foto’s en dergelijke onderschatten. Tegelijkertijd gaat bijna een derde van jongvolwassenen ervan uit dat hun gedeelde beeldmateriaal niet doorgespeeld wordt. De argeloosheid die we anderen verwijten, lijkt voor een deel bij ons ingebakken.

Onze seksuele beleving is met de komst van het internet, met name de dating- en cruisingapps, behoorlijk veranderd. De digitale technologie heeft ook de productie van seksueel beeldmateriaal gestimuleerd en ervoor gezorgd dat een flink deel van de jongvolwassenen modellen zijn geworden in hun eigen huis- tuin- en keukenerotiek.

Dat wil niet zeggen dat we ook in het offline sociale verkeer een meer ontspannen houding tegenover seks en zijn moderne facetten hebben. Uw collega zal niet gauw bij de koffieautomaat bekennen dat hij op zoek is naar een onenightstand en foto’s van zijn trotse geslacht in de strijd heeft geworpen.

Hoeft ook niet. Ieder zijn eigen mate van discretie. Maar als zo’n foto uitlekt, kan makkelijk morele verontwaardiging, veroordeling of ridiculisering opspelen. En hoewel vier op de tien mensen dat niet oké vindt, vindt nog steeds bijna een derde dat terecht.

Illustratie bij het interview met Trudy (63), die via internet experimenteert met seks. Beeld Elodie Lascar

Alsof het uitwisselen van seksueel beeldmateriaal een aangelegenheid is van geperverteerden, die daarmee hoon over zichzelf afroepen. We maken er zelf op grote schaal gebruik van, maar houden onze lippen gesloten.

Daarmee zijn al die sites en apps die voorzien in onze seksuele behoeften virtuele vrijplaatsen geworden met eigen regels en een onuitgesproken code die doet denken aan die van een andere vrijplaats in de offline wereld, Las Vegas. Want ‘whatever happens on the net, stays on the net.’ Niettemin, laten we ons aansluiten bij een van de respondenten en u ook ‘een prettig seksleven’ wensen, on- of offline.

* In dit specifieke geval betekent het dat er 5% kans is dat het genoemde percentage 14% hoger of lager uitvalt.

De enquête afgenomen in het kader van het project Publiek Geheim kwam tot stand met de medewerking van Rutgers kenniscentrum seksualiteit.

Onderzoeksverantwoording:

Deze gegevens zijn gebaseerd op online onderzoek uitgevoerd door Ipsos. In totaal hebben 1016 Nederlanders aan het onderzoek deelgenomen. Het veldwerk liep tussen 11 en 18 februari 2019. De ondervraagde steekproef vormt een representatieve afspiegelingen van de Nederlandse samenleving (18+). Op de kenmerken geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en regio zijn weegcorrecties toegepast om de representativiteit te garanderen.

Overleeft een liefde ziekte, een miskraam of vreemdgaan? In Van Twee Kanten interviewt Corine Koole twee partners apart van elkaar over een heftige gebeurtenis in hun relatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden