Internet en mobiele telefoon maken Kenianen mondiger

‘Denkend aan Holland zie ik...’, dichtte Marsman. Wat zien bijzondere buitenlandse waarnemers als ze denken aan hun eigen land? In een serie gesprekken vandaag deel 4: de Keniaanse schrijver en acteur John Sibi Okumu....

Denkend aan Kenia...

‘Zie ik een beeld van geweldige natuurlijke schoonheid. Dat kan een vrouw zijn, zo mooi, dat je een portret van haar wilt laten maken. Om haar schoonheid te vereeuwigen, maar daarmee ook om die schoonheid voor de toekomst zichtbaar, bijna tastbaar te houden; voor jezelf en voor de rest van de wereld. Maar op het moment dat het portret wordt gemaakt, blijkt de schoonheid te zijn omgeslagen in een afgrijselijk iets.’

Die omslag kwam voor John Sibi Okumu, net als voor zo veel van zijn landgenoten, in januari 2008, toen Kenia na verkiezingen leek te ontploffen in een orgie van geweld. Voor de Keniaanse theaterschrijver, acteur, regisseur en publicist leek met het geweld, dat meer dan duizend mensen het leven kostte en honderdduizenden van huis en haard verdreef, ook een einde te komen aan zijn droom van een Kenia dat de ‘etiketten’ van etniciteit van zich af wist te scheuren en dat de onderlinge wrijvingen, in een land van 42 volken, hooguit aanwendde als energie om tot een gezamenlijk, groter goed te komen.

Maar als ‘maatschappelijk satiricus’ wenst hij het beeld niet op te geven. ‘Ik moet, hoe dan ook, mijn land verdedigen.’

Voor veel buitenlanders, zelfs niet-Kenianen in andere Afrikaanse landen, kwam het verkiezingsgeweld als een grote verrassing. Kenia was immers dat baken van rust. Maar mensen als u moeten toch beter hebben geweten?

‘Dat had gemoeten, ja. De eerste twee presidenten van het onafhankelijke Kenia, Jomo Kenyatta en Daniel arap Moi, waren uiteindelijk weinig meer dan brute dictators gebleken. En sinds 1992 was er voor en tijdens verkiezingen altijd ergens in het land wel sprake van geweld, door de strijd over landeigenaarschap, die juist door die twee presidenten op scherp is gesteld.

‘Maar daaraan leek met de verkiezingen van eind 2002 een einde te zijn gekomen. De martelkamers waren gesloten, president Mwai Kibaki leek een nieuwe koers te zijn ingeslagen. Tot in december 2007 bleek dat ook hij vooral zichzelf de macht ten goede wenste te laten komen.

‘Tussen 2002 en 2007, met ook de economische groei die Kenia toen eindelijk kende, kwam de droom van het vrije Kenia opnieuw tot leven. De droom van dat land dat in 1963 als een eerste Regenboognatie zijn onafhankelijkheid had gekregen. Met zijn vele verschillende Afrikaanse volken, zijn mensen die uit Zuid-Azië waren gekomen en bleven, zijn blanken die Keniaan – net als wij – waren geworden. Dat land waar mijn vader in 1964 met zijn jonge gezin terug naar toe was gekomen en waarvan hij zei: we gaan het waarmaken, dit is van ons, dit is onze kans.

‘Begin 2008 leek dit alles dus definitief aan stukken te worden gescheurd. Dat de eruptie zo hevig zou zijn, dat had bijna niemand verwacht.’

U bent geboren in het westen van Kenia, maar heeft een deel van uw jonge leven in het buitenland, in Engeland doorgebracht. Ook uw contacten en vrienden daarna zijn vaak ‘van over de grens’. Heeft dat ook uw blik op Kenia een andere gemaakt dan die van landgenoten?

‘Mijn vader kreeg de kans om zijn dorp te verlaten en in het buitenland rechten te studeren. Net zoals in die tijd ook de vader van Barack Obama naar de Verenigde Staten kon. Hoe jong ik ook nog was toen we terugkwamen in Kenia, ik weet dat al in die tijd iets gevormd is van wat ik maar mijn ‘universele kijk op het leven’ noem. Natuurlijk heb ik altijd tot een bevoordeelde klasse behoord. Scholing, goede scholing, geldt hier nog steeds als een privilege.

‘Maar daarmee heb ik ook mijn verantwoordelijkheid ten opzichte van mijn ongeschoolde, blootsvoetse tante aan de oever van het Victoria Meer, en zo veel andere Kenianen met minder kansen dan ik. Al was het maar om hen de vraag voor te houden: wat doen we zelf om aan onze problemen een einde te maken? Vergeet niet, ik ben ook docent Frans geweest. Dat onderwijzende van mij, dat zal nooit verdwijnen. Als we onszelf niet alleen willen voeden, maar ook echt vooruitgang willen boeken, dan moeten we ophouden de Britse koloniale meesters van toen, of de Chinese investeerders van nu de schuld te geven. Dat brengt ons nergens meer.

‘Gelukkig worden ook steeds meer Kenianen zich hiervan bewust. Zij groeien op in het besef dat Afrika zelf een toekomst heeft, een stevige toekomst.

‘Vergis je niet in het effect dat nieuwe informatietechnieken, internet en noem maar op, ook hier op mensen heeft. Die zorgen ook voor een ‘kritische massa’ van mensen, van kiezers, die zich niet meer door de Chief, door de Big Man laten zeggen wat zij moeten doen. Die Masai-herder op de savanne, die pakt nu zelf zijn mobiele telefoon en belt om erachter te komen wat de marktwaarde van zijn koeien is. Een politicus geldt niet langer als de plaatsvervanger van God op aarde. Mensen leren zelf te denken, zelf te handelen.’

Dat is dan mooi voor het individu. Maar helpt het Kenia ook om als natie vooruitgang te boeken?

‘Kenia is als zo veel landen in Afrika een Toren van Babel, een stuk land op aarde waar vele, vaak zeer verschillende volken in zijn samengebracht, omlijnd door grenzen die zijn getrokken door mensen als Von Bismarck en andere Europeanen die aan het einde van de negentiende eeuw hun rooftochten in Afrika begonnen. Die erfenis vlak je niet zo maar uit. En ja, Kenia is ook het land van harde individuele strijd, van wat Julius Nyerere in ons buurland Tanzania vroeger al de ‘man-eat-man’-samenleving noemde.

‘Mensen vragen zich af waarom wij in de afgelopen pakweg vijftig jaar ons niet ontwikkeld hebben zoals in landen als Zuid-Korea of Singapore is gebeurd. Maar de verschillen zijn zo groot. In Singapore kon iemand zeggen: ik heb een tuin, bouw hier maar een casino. In Afrika geldt: ik heb een tuin, en de rijkdom ervan zit in de grond. Dat maakt dat je ‘buren’ ook altijd een begerig oog op die grond werpen. In Nederland genieten jullie van koffie of thee. Maar die thee komt wel hier uit Kericho, hier uit Kenia. Denk dus niet dat Afrika in zijn ontwikkeling ongemoeid zijn gang kan gaan. Onze grondstoffen houden overal ter wereld de motoren op gang. En dus zal men zich overal ter wereld ook met Afrika bemoeien.’

Dat klinkt alsof u toch weer de schuld voor de problemen van Kenia en Afrika elders wilt leggen.

‘Nee, dat wil ik zeker niet. Ik wil wel de context ervan aangeven. En die is een andere dan in bijvoorbeeld Zuidoost-Azië. Maar juist door de ‘ouverture’, de opening naar de rest van de wereld die de nieuwe informatica mogelijk maakt, geloof ik dat ook onze eigen opstelling aan het veranderen is. We zijn mondiger en daarmee ook kritischer geworden. Ik zei het al: de tijd van de Big Man is voorbij.

‘Ik geloof in een Kenia dat kosmopolitisch zal zijn. Niet alleen omdat steeds meer mensen in de steden zullen wonen, maar vooral door onze eigen geestelijke ontwikkeling. Ik heb de kansen daartoe al veel eerder gekregen en wil daarom ook teruggeven aan mijn gemeenschap. Dat zie ik ook als mijn agenda als auteur.

‘De elite mag nooit zelfzuchtig zijn. En zelf wil ik daarvan getuigen. Daarmee zal de wereld niet in enen veranderen, en Kenia dus zeker ook niet. Maar misschien weet ik een zaadje te planten.’

CV John Sibi Okumu
Geboren in 1954 in Busia, West-Kenia

Opleidingen in Engeland, Kenia en Frankrijk

Werkte onder meer als docent Frans, producer voor de BBC, tv-presentator voor diverse Keniaanse tv-stations

Acteerde onder meer in The Constant Gardener (film), Shaking Hands with the Devil (film), En attendant Godot, Breakfast with Mugabe

Schreef onder meer Role Play (toneel), Minister Karibu! (toneel), Tom Mboya (jeugdboek)

Getrouwd, twee zonen, woont in Nairobi, Kenia

Volgende week: China

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden