Interactief

Wie als bedrijf, instelling of politieke partij bij de tijd wil zijn, is interactief. De burger moet online kunnen reageren....

HET verlangen naar 'interactiviteit' heeft de wereld in zijn greep. Politici, media, kerken, bedrijven, kunstenaars, overheidsinstellingen, allemaal willen ze online 'communiceren' met hun 'publiek'. De invloed van de burger lijkt daarmee toe te nemen, maar uiteindelijk verliest hij meer dan hij wint.

In de Verenigde Staten heeft het communicatievirus het meest om zich heen gegrepen. Daar kun je al live chatten met Al Gore, Bill Gates, en schrijvers van wie net een boek is verschenen. Op CNN kunnen kijkers uit de hele wereld vragen emailen naar beroemdheden die geïnterviewd gaan worden. Een videomail sturen mag ook.

In Nederland beginnen televisiesterren hun eigen website. Kranten houden telefonische spreekuren. Columnisten zetten hun emailadres onder hun stukje. En elke zichzelf respecterende club mensen, van bedrijf tot milieuorganisatie, heeft nu een website met een emailadres waar je al je problemen, klachten en loftuitingen naartoe kunt sturen.

Een welkome ontwikkeling, zou je zeggen. Een positief gevolg van de informatierevolutie. Gesloten bastions die de man in de straat hun wil oplegden, zijn nu opeens 'open organisaties' die met groot enthousiasme luisteren naar de besognes van hun klanten. Informatie is met de klik van een muis beschikbaar, individuele behoeftes en voorkeuren kunnen kenbaar worden gemaakt, fouten kunnen worden afgestraft met een stortvloed aan emails.

Het is de verwezenlijking van het democratisch ideaal, zeggen de internetprofeten. Internet wordt een Atheense agora waarop burgers met elkaar de politieke besluitvorming bepalen. En zelfs meer dan dat: het wordt de plek waar vraag en aanbod op elk denkbaar terrein, van commercie tot cultuur, bij elkaar komen.

Daarmee lijkt de burger de macht in handen te krijgen. Niets kan hem meer zomaar worden opgedrongen, geen politieke beslissing, geen koopwaar, geen kunstwerk. Als het hem niet bevalt, reageert hij meteen. En de boosdoener luistert, want anders verkoopt hij niet. Internet is het smeermiddel van de onvrede.

Het klinkt allemaal mooi, en toch klopt het niet. Want internet is ook, en bij uitstek, een bedrieglijk medium. Websites zijn vaak niet meer dan moderne reclame- en propagandaposters. Fabrikanten zullen er de zwakke punten van hun koopwaar niet op toegeven. En uiteindelijk hebben die sites allemaal maar één bedoeling: de internetter al zijn persoonlijke gegevens ontfutselen: hoe oud hij (of zij) is, waar hij woont, hoeveel hij verdient, welke auto hij rijdt en welke boeken hij leest.

Dat doen we om u beter te kunnen dienen, zeggen de makers. Maar die invloed van de burger valt sterk tegen. Heeft u al het idee dat er dankzij internet beter naar u geluisterd wordt? U kunt wel klagen, maar er verandert pas echt iets als de bestuurder of de directeur het idee heeft dat u namens heel veel mensen spreekt. Pas dan wordt een verandering politiek of commercieel interessant.

Op zijn best komt al die interactiviteit daarom maar op één ding neer: nivellering. Van alle wensen wordt uiteindelijk de grootste gemene deler genomen. Die vormt dan de basis voor het nieuwe product. Interactiviteit is de behoefte van instellingen om iedereen te vriend te houden, want dan verdienen ze het meest. Het gevolg is een verlies aan kwaliteit en identiteit.

Stephen King bijvoorbeeld verkoopt zijn nieuwe boek nu per hoofdstuk op internet. Als niet genoeg mensen betalen, gaat hij niet verder. Zo zijn verstokte fans opeens afhankelijk van de koopbereidheid van anderen en verschijnen binnenkort alleen nog maar King-boeken die de goedkeuring van het grote publiek dragen.

Stephan Sanders maakt het, als we NRC Handelsblad mogen geloven, nog bonter. Hij gaat op internet een boek schrijven waar de lezers gaandeweg commentaar op mogen geven. Ik ben benieuwd welk vormeloos verhaal daaruit zal voortkomen.

Sommige producten kunnen het beter doen zonder de invloed van het publiek. Daar moet je je door laten overrompelen als ze eenmaal klaar zijn. Stuur voor mijn part een email naar de maker, als het resultaat je tegenvalt. Maar geef niet al je geheimen prijs, ga niet uit van een antwoord, en eis niet dat het anders moet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden