Instituut poogt Nederlander in te wijden in Turkse mores

Objectiviteit Turkije Instituut in twijfel getrokken...

DEN HAAG Floris Maljers wil het wel even gezegd hebben: het nagelnieuwe Turkije Instituut heeft geen enkele financiële band met Turkije. De voormalige topman van Unilever is voorzitter van het stichtingsbestuur van het Turkije Instituut, dat op 27 november zijn poorten opent. ‘We willen onze onafhankelijkheid ten opzichte van Turkije bewaren.’ Het instituut is kennelijk geschrokken van de beschuldiging dat het gekleurde informatie zou verschaffen, die wordt beïnvloed door de Turkse staat.

De belangrijke doelstelling van het instituut is het bieden van informatie – ook via de website www.turkije-instituut.nl – over een land waar de meeste Nederlanders weinig of niets over weten. Directeur Lily Sprangers merkte zelf hoe moeilijk het is om iets over Turkije te weten te komen. ‘Brede, toegankelijke informatie is gewoon nergens te vinden, terwijl de behoefte daaraan sterk is gegroeid.’

Sprangers werkte eerder als zakelijk directeur van het Duitsland Instituut Amsterdam, dat een vergelijkbare doelstelling had: afrekenen met het clichébeeld dat veel Nederlanders hadden over Duitsland en de Duitsers. Dat instituut heeft er mede toe bijgedragen dat de publieke opinie over Duitsland aanmerkelijk positiever is dan een jaar of tien geleden.

Dat moet ook lukken met Turkije, is de idee. Er is grote behoefte aan kennis, ook vanuit het bedrijfsleven. Maljers: ‘Zeker de laatste anderhalf jaar investeren veel Nederlandse bedrijven in Turkije. Als de regering-Erdogan haar economisch beleid doorzet, dan blijft die investeringsdrang wel bestaan.’

Dat bedrijfsleven heeft de portemonnee getrokken om het Turkije Instituut financieel mogelijk te maken. Aanvankelijk trachtten de initiatiefnemers volgens Sprangers EU-geld uit Brussel los te krijgen.

Dat lukte niet, omdat de kwestie-Cyprus weer eens opspeelde. De Europese Unie eiste dat Turkije zijn havens zou openstellen voor Grieks-Cypriotische schepen, hetgeen de Turken weigerden. Daardoor verdween in Turkije de animo voor gezamenlijke projecten met Brussel, aldus Sprangers.

Toen enige tijd geleden tijdens het staatsbezoek van koningin Beatrix aan Turkije werkgeversvoorman Bernard Wientjes met een handelsmissie Turkije bezocht, bleek dat vele bedrijven bereid waren een kennisinstituut te helpen financieren. Zo dragen TNT, Grontmij, Haskoning, KLM, KPMG, Fortis, Akzo Nobel, ING, Van Leeuwen en Unilever bij in de kosten, aldus Maljers.

Sprangers voegt daaraan toe dat de gemeente Den Haag het kantoorpand aan de Laan van Meerdervoort mogelijk heeft gemaakt.

Het instituut kan worden beschouwd als een makelaar in informatie, waarbij volgens bestuursvoorzitter Maljers de stichting zelf geen standpunten inneemt. Dat neemt niet weg dat als zaken die uiterst gevoelig liggen in Turkije – de Armeense volkenmoord, de positie van de Koerden en kwestie-Cyprus – via het Instituut aan de orde komen, de emoties hoog kunnen oplopen.

Dat geldt overigens evenzeer voor onderwerpen als de Turkse toetreding tot de Europese Unie. Veel Nederlanders zijn daar fel op tegen en vinden politici als Geert Wilders aan hun zijde. Eerder werd het instituut al beticht van het geven van gekleurde, pro-Turkse informatie. ‘We hebben niet de illusie de heer Wilders te kunnen bekeren’, zegt Maljers.

De discussie over de onafhankelijkheid en objectiviteit van het Turkije Instituut heeft ook te maken met de voorzitter van de wetenschappelijke adviesraad van het instituut, de Leidse turkoloog prof. Erik-Jan Zürcher. Hij is een verklaard voorstander van de Turkse toetreding tot de Europese Unie, waardoor hij er meteen van werd beschuldigd niet objectief te zijn.

Het instituut spreekt zich in zijn presentatie naar buiten dan ook niet uit over de (on)wenselijkheid van een Turks EU-lidmaatschap. ‘Zowel in Nederland als in Turkije is men te veel gefocust op die EU-toetreding’, vindt Zürcher overigens.

Zürcher vindt dat Turkije ten onrechte in het hoekje van exoten is gedrukt. ‘Dat begint al in de geschiedenisboekjes, waarbij het Osmaanse Rijk niet te wordt behandeld onder de Europese geschiedenis, maar onder de islam. En dat terwijl het vijfhonderd jaar lang grote delen van zuidelijk en centraal Europa heeft bestuurd. We moeten af van het idee dat als iets met Turken te maken heeft, dat ook meteen verklaard kan worden met verwijzingen naar het geloof, alsof alle Turken met de islam opstaan en naar bed gaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden