INSPIRATOR GEZOCHT

Nog geen twee jaar na hun veelgeprezen debuten, kwamen de meeste nieuwe Britpopbandjes onlangs alweer met hun tweede plaat – en die verkoopt veelal nóg beter dan hun eerste....

De Arctic Monkeys bezetten deze week de eerste plaats in de Britse albumcharts met hun tweede plaat Favourite worst nightmare. Niks bijzonders voor een band die vorig jaar met Whatever people say I am, that’s what I am not het record van ‘de snelst verkopende debuut-cd’ op zijn naam zette (60 duizend exemplaren op de eerste dag), in een land waar popfans het liefst zo snel mogelijk de nieuwste werkjes van hun idolen in huis halen.

Wel bijzonder is het dat de Arctic Monkeys ook in Nederland op 1 staan. Eerder dit jaar lukte dat ook de Kaiser Chiefs met hun tweede plaat Yours Truly, Angry Mob, en daarmee lijkt aangetoond dat Britse gitaarpop ook in Nederland tot de mainstream is doorgebroken.

Je kunt gerust spreken van een trend, want van de talloze bandjes die in het kielzog van Franz Ferdinand sinds 2004 hier kwamen spelen ter promotie van hun debuut-cd, hebben de meeste inmiddels een opvolger in de winkels liggen die beter verkoopt dan de voorganger, en concerten van Bloc Party, Magic Numbers, Kaiser Chiefs, Kasabian, Razorlight en Maxïmo Park raken in een mum van tijd uitverkocht – wat uiteraard nog niet wil zeggen dat die allemaal ook even goed zijn.

Hoera, Britse gitaarpop lijkt eindelijk verlost van het imago dat het gemaakt wordt door eendagsvliegen die er na de minste tegenslag de brui aan geven. Verwende, gehypete mannetjes die geen instrument kunnen spelen – zo werd er, buiten de eilanden zelf, vooral tegen Britpop aangekeken.

En daar was alle reden toe. Want laten we wel wezen, van een lange adem kon je die Britten nooit betichten. Toen in 1995 de vorige Britpophoogconjunctuur plaatsvond met Oasis, Blur, Pulp en Elastica als belangrijkste troeven, bleek alleen Oasis in staat buiten Groot-Brittannië enige potten te breken. In eigen land was er weliswaar iedere week een ander bandje dat werd uitgeroepen tot nieuwe sensatie, maar veel verder dan een single of een enkel album kwamen ze niet.

En de indertijd breed uitgemeten populariteitsoorlog tussen Blur en Oasis bleef vooral een nationale aangelegenheid. Blur stond voor traditionele melodieuze pop, en kreeg navolgers in bands als Menswear en The Bluetones. Terwijl Oasis vooral brutale snotneuzen de studio injoeg die allemaal op Liam Gallagher wilden lijken. Maar een jaar later was er ook in eigen land niemand meer die nog wist wie Heavy Stereo of Northern Uproar was. In Nederland hebben we dat zelfs nooit geweten, of willen weten. Iedere week was het weer lachen om wat de Britse popstijlbijbel NME nu weer als ‘beste band ter wereld’ had uitgeroepen.

Het was Franz Ferdinand die het tij deed keren. Dankzij hun erg sterke debuutalbum van begin 2004, maar meer nog met hun enorme werklust en drang tot spelen. Niet alleen in Nederland viel het op dat er eindelijk een Britse gitaarband was met een arbeidsethos dat voorheen aan Amerikanen leek voorbehouden. Ook in de Verenigde Staten werd deze Schotse band als de ambassadeur van een nieuw Brits elan erkend.

En ineens leek het hek van de dam. Van de Kaiser Chiefs en Arctic Monkeys tot aan Bloc Party en Maxïmo Park – het bleken bands die niet alleen goede en opwindende platen uitbrachten, maar vooral ook bereid waren die middels uitputtende concerttournees aan de man te brengen.

De populariteit van deze nieuwe lichting Britpopbands vertaalde zich vooral naar de kaartverkoop van hun concerten. Ineens waren de grote zalen uit het clubcircuit te klein voor Franz Ferdinand en de Kaiser Chiefs, bood ook Vredenburg geen soelaas en moest er worden uitgeweken naar een zaal als de Heineken Music Hall, met een capaciteit van vijfenhalfduizend man. Niet gek voor een band als Kaiser Chiefs met een repertoire van nog geen vijftig minuten.

Maar om het publiek in zalen van een dergelijk formaat tevreden te blijven stellen, moest er snel nieuw materiaal worden geschreven. Franz Ferdinand had ook in dit opzicht in 2005, een jaar na hun debuut, met You could have it so much better de standaard gezet.

En inderdaad, vanaf eind vorig jaar kwam de hele lichting van 2005 met een tweede album: Razorlight, Magic Numbers, Kaiser Chiefs, Bloc Party, Kasabian, Maxïmo Park en Arctic Monkeys. Dat betekent een groot verschil met de Britpop van weleer. The Stone Roses deden vijf jaar over het maken van hun tweede plaat, Elastica nog langer en van bands als Menswear is nooit meer iets vernomen.

De snelheid waarmee de tweede generatie Britpopmuzikanten hun tweede plaat uitbrengt, doet een beetje denken aan de haast die punkbands in 1977 hadden. Ook The Clash en The Jam brachten toen binnen een jaar na hun met superlatieven onthaalde debuten een tweede plaat uit. Die platen waren veel minder dan hun debuut.

Hoe zit dat nu? Zijn ze dit keer ook te snel geweest?

Nee, dat niet. Geen van de platen is zo teleurstellend als Give ’em enough rope van The Clash dat was in 1978. Maar uitgezonderd wellicht Arctic Monkeys’ Favourite worst nightmare toont ook geen plaat een artistieke groei aan als indertijd Modern life is rubbish van Blur of The Bends van Radiohead.

Draai de tweede plaat van Blur uit 1993 en je hoort een band die na een paar hits op een succesvol debuut geen genoegen neemt met het uitmelken van een succesformule, maar op zoek gaat naar nieuwe stijlmiddelen. De Kaiser Chiefs hebben op hun tweede cd echter niets aan hun kleurenpalet toegevoegd. Yours Truly, Angry Mob is niet slecht, maar wekt los van de sterke single Ruby de indruk van een verzameling B-kantjes.

Het is vooral een gebrek aan ambitie tot vernieuwing die de meeste tweede platen kenmerkt. Het wellicht ironisch getitelde liedje Everything is average nowadays op de nieuwe plaat van Kaiser Chiefs slaat ongewild de spijker op zijn kop. Gemiddeld, dat zijn de tweede platen van Magic Numbers tot Maxïmo Park. Ze lijken dan ook meer gemaakt als middel om weer een nieuwe tournee af te dwingen, dan dat ze enige progressie moeten bewijzen.

De ambitie om de luisteraar werkelijk te verbijsteren ontbreekt. Alleen Razorlight en Bloc Party doen een poging af te wijken van het geluid van hun debuut. Bloc Party slaagt half met donkere doem, waarin de band afstand neemt van de springerige punkfunk van hun debuut. Helaas komt er te weinig wat beklijft voor in de plaats.

En Razorlight laat vooral horen dat voorman Johnny Borrells ambieert een grote rockster te worden, reizend van het ene stadionconcert naar het andere. Toen het Razorlight-debuut Up All Night in eigen land goed bleek voor een verkoop die boven de miljoen uitsteeg, richtte hij zijn bakens op de VS. Songtitels als America en Los Angeles Waltz moesten de chauvinistische Amerikaanse platenkoper prikkelen. Maar vooralsnog is het met de doorbraak van Razorlight in de VS moeizaam gesteld. De Amerikaanse pers leek tijdens een showcase op South By Southwest dit jaar vooral onder de indruk van de vriendin van Borrell, Spider-Man actrice Kirsten Dunst.

En dat is een beetje tekenend voor de wat voorzichtige respons daar op de in Europa zo succesvolle Britse bands. Ze worden serieus genomen, doen het aardig in de middelste regionen van de albumlijsten, maar van een Britse Invasie zoals in de jaren zestig met de Beatles en de Stones, en in de vroege jaren tachtig, heel even, met Culture Club, Duran Duran en de Human League, lijkt vooralsnog geen sprake.

Tenminste niet waar het rockbands betreft. De Britten die het in de Verenigde Staten beter dan ooit doen, zijn de soulzangeressen uit de afdeling Stoere Vrouwen. Amy Winehouse, Joss Stone, Corinne Bailey Rae en in iets mindere mate Lily Allen zijn daar in korte tijd razend populair geworden. Niet zo gek, want hun geluid en presentatie, rauw en oprecht, vinden Amerikanen bij hun eigen zangeressen veel minder terug.

Rockbands daarentegen hebben ze genoeg. En hoewel rockmuziek het daar, na lang in de verdrukking te zijn gebracht door hiphop en r & b, weer beter doet dan ooit, is het de vraag of ze in de VS echt zitten te wachten op de Britten. Zeker omdat het de meesten ontbreekt aan een echt aansprekende blikvanger.

Als er iets is wat de nieuwlichters ook met hun tweede albums niet hebben weten weg te nemen, is het een gebrek aan een echt ijkpunt, een voorman die iedereen tot voorbeeld neemt, zoals Liam Gallagher van Oasis indertijd. Of een songschrijver die met zijn liedjes meer wil dan olijke tra-la-la meezingers op zijn naam krijgen.

Een Ray Davies, Paul Weller of Morrissey heeft de huidige Britse hoogconjunctuur nog niet opgeleverd, al komt de nog pas 21-jarige Alex Turner van Arctic Monkeys aardig in de buurt.

Erg is dat voor de lange termijn overigens niet, want wat deze nieuwe lichting wel weer voor heeft op die van de jaren negentig, is dat ze allemaal veel oorspronkelijker klinken. Juist door een gebrek aan ‘grote voorbeelden’ als Liam Gallagher of Morrissey – die destijds navolging vonden van talloze Oasis- en Smithsklonen – klinkt iedere band nu anders. De Magic Numbers hebben weinig gemeen met Maxïmo Park, Bloc Party lijkt in niets op de Kaiser Chiefs. En dat maakt dat we aan deze lichting langer plezier zullen beleven dan we gewend zijn.

Hun tweede platen mogen dan wat minder zijn dan hun debuut, er is nog niks verloren. Kijk naar The Jam en The Clash eind jaren zeventig. Die revancheerden zich met respectievelijk All Mod Cons en London Calling grandioos met hun derde plaat.

En tot die tijd genieten we in de concertzalen en op alle zomerfestivals nog van hen, in de hoop dat er nog een plaat als Parklife (Blur) of The Queen Is Dead (The Smiths) , inzit. Want een ding staat wel vast: live lijken ze stuk voor stuk beter te worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden