InterviewVanWyck

‘Inspiratie komt niet van boven, maar van beneden’

Beeld Catharina Gerritsen

Schrijver en zangeres Christien Oele, alias VanWyck, maakte God is in the Detour, een album in herfstkleuren, vol intense emoties. 

In het voorjaar zag Christien Oele (48) het nieuwe, derde album van haar muzikale alter ego VanWyck helemaal voor zich: de songs kregen gestalte, er ontvouwde zich een verhaal, een rode draad, ze begon te zien hoe de liedjes zich tot elkaar verhielden.

‘Ik had een verhaal bedacht over een man die aanspoelt op een eiland en niet meer weet wie hij is. Vanuit dat gegeven ontstonden donkere liedjes’, zegt ze. ‘In mijn hoofd hoorde ik er strijkarrangementen bij.’

Maar toen ging Nederland in lockdown en was het ineens geen optie meer om met een batterij strijkers en haar producer en arrangeur Reyer Zwart aan het werk te gaan in een studio. Daar zat ze, thuis, met haar gitaar.

Een maand of acht later is het land wéér in bijna-lockdown. Ze zit op een bankje in de Amsterdamse Hortus Botanicus, niet ver van haar huis. Het is koud maar windstil. Jas tot boven dicht. Haar nieuwe album, God is in the Detour, klinkt zoals de Hortus oogt en ruikt: een oase van herfstkleuren op een serene oktoberdag.

Het is níét het album dat ze bij het begin van de coronacrisis aan het smeden was, maar een andere plaat, want toen ze thuiszat bleven er nieuwe liedjes komen: kleiner, ‘met een zekere helderheid’, zoals Your Favorite Tune, een afscheidsgroet en persoonlijk monument voor een overleden vriendin.

‘Ik voelde dat er een album ontstond. Ik ben het met Reyer gaan opnemen: samen, in een kleinere studio. Een tussendoorplaat, ingegeven door de omstandigheden. Dat derde album moet dan maar het vierde worden.’

Het zegt iets over haar creativiteit en productiviteit: God is in the Detour is het derde VanWyck-album in drie jaar, na An Average Woman (2018) en Molten Rock (2019), fonkelende albums die bescheiden verschenen (op haar eigen label Maiden Name Records) maar veel lof oogstten, tot in Engeland aan toe.

Al voor verschijning kreeg God is in the Detour een mooie viersterrenbespreking in het Britse muziektijdschrift Mojo. Van Sylvie Simmons nog wel, biograaf van de man wiens naam nogal eens opduikt in VanWyck-recensies: Leonard Cohen. Oele opereert in een driehoek waarvan Cohen, Natalie Merchant en PJ Harvey de hoekpunten vormen, laatstgenoemde op haar bedachtzame dagen.

‘Melancholieke muziek, vinden veel mensen, maar ik vind mezelf niet alleen maar een melancholieke songschrijver.’

Dat is waar. Geamuseerd observeren en vrolijk fantaseren doet ze ook in haar songs. De hoofdpersoon in de titelsong God is in the Detour loopt in de winkel God tegen het lijf, een oude, wat verwarde vrouw die door de gangpaden scharrelt: ‘Kunt u me misschien dat blauwe pakje thee van de bovenste plank aangeven?’

Tuurlijk God, geen probleem.

Het is een bijzonder verhaal, dat van Christien Oele, die opgroeide waar het gezin maar neerstreek: Indonesië, Turkije, Nieuw-Zeeland, Nederlands Zeeland, Drenthe, Wassenaar. Als geschiedenisstudent belandde ze in de jazzdancegroep Hit The Boom (1993-1996), waarin ze keyboards speelde en ontdekte dat ze goed kon rappen.

‘Onze producer zei tegen me: schrijf jij nou eens een triphopliedje. Je moet het zelf zingen. Dat deed ik voor het eerst voor publiek tijdens een triphopavond in een volle Paradiso. Daar merkte ik dat mijn song mensen raakte, dat er iets gebeurde in die zaal. Kennelijk kon ik een gevoelig liedje schrijven. Ik denk dat VanWyck toen al een beetje in me zat, maar als ik een liedje schreef, dacht ik vaak dat het al bestond, dat het van een ander was.’

De ervaring met haar eigen triphopsong in een volle Paradiso wijst ze aan als sleutelmoment in haar muzikantenleven. Niet het enige, overigens. Er waren er meer, ook intens droevige, zoals het overlijden van haar broer, in 2008.

‘Zijn dood zette mijn wereld zo op zijn kop dat ik heel erg de behoefte voelde er een daad tegenover te stellen. Voor het eerst was de innerlijke noodzaak zo groot dat ik er niet omheen kon.’

Twee songs over haar verlies, Sweet Was His Voice en Come Home, verschenen in 2012 op het tweede album van het duo waarmee ze in 2004 was gedebuteerd: Nevada Drive. Ze schopten het tot Lowlands en Into The Great Wide Open, maar braken nooit echt door. Daarna zou ze nog maar zelden expliciet over de dood van haar broer schrijven.

‘Het heeft me wel op een spoor gezet’, zegt ze. ‘Het gevoel dat je als songschrijver wordt aangeraakt door iets groters en dat je je daaraan moet overgeven. Je moet een emotie intens doorvoelen om tot een waarachtig liedje te komen, of die emotie nou euforie is of melancholie, verliefdheid of diep verdriet. Je moet je openstellen. Dat kan ik sindsdien, denk ik. Ik neem geen genoegen meer met een tekst die ik van gemiddelde kwaliteit vind.’

En toch wrong er iets. Nevada Drive was een tijdje aardig succesvol, maar stagneerde toch. Oele had een baan bij De Nieuwe Collectie, een organisatie die tentoonstellingen voor musea maakt.

‘Leuk werk, op zich. Ik schreef veel. Boeken. Catalogi. Mijn muziek deed ik ernaast, dus ik schoot heen en weer tussen mijn baan en mijn liedjes. Als je ooit succesvol wordt, mag je je baan opzeggen, beloofde ik mezelf. Tot ik eindelijk het lef had om te besluiten dat ik het moest omdraaien.’

Dat was eind 2014, weer zo’n beslissend moment, nu met dank aan schrijver Arthur Japin.

‘Mijn man is bevriend met Arthurs partner. We bezochten hem in zijn huis in de Dordogne. Arthur bleef maar vragen naar mij en mijn muziek. Hij zei: volgens mij wil jij écht voor je muziek gaan. Dat zag hij goed. Doe dat dan ook, zei hij. Hij liet niet los, bleef erop terugkomen: je wilt iets, maar je doet het niet. Ga het doen! Ik realiseerde me dat Arthur zelf ook het roer omgegooid heeft: hij was acteur, maar koos voor schrijven. Hij gaf me een beslissende duw.’

Beeld Catharina Gerritsen

Ze zegde haar baan op en daar stond ze dan, met een eresaluut aan haar oma Van Wijck als nieuwe artiestennaam. Haar Zeeuwse grootmoeder kon goed voordragen, zegt Oele. Ze kende veel gedichten, bezat de gave van het woord, maar leefde een bescheiden leven.

‘Zulke geschiedenissen fascineren me. Iedereen heeft een verhaal. Zij ook. De geschiedenis wordt meestal verteld door winnaars en beroemdheden. Ik luister graag naar de stemmen van mensen die ergens onderweg van de loopplank vielen.’

An Average Woman (2018), het debuutalbum dat ze na jaren van losse liedjes en een ep uitbracht, was een eerbetoon aan zulke vrouwen. Zelf voelde ze zich bepaald niet groter.

‘Ik was een moeder van 45. Een vrouw met een gezin. Ik vroeg me af: hoor ik dit wel te doen? Is dit niet iets voor jonge mensen?’

Platenlabels zeiden vriendelijk ‘nee, bedankt’ tegen haar liedjes.

‘Ik heb echt veel afwijzingen gehad. Dat was moeilijk. Ik wilde mijn bandleden en de studio betalen. Je moet het op zeker moment wel levensvatbaar weten te maken. Gelukkig was ik inmiddels vastberaden genoeg om me niet uit het veld te laten slaan. Ik zette door, hoewel ik er rekening mee hield dat An Average Woman mijn enige album zou zijn. Mijn enige kans.’

De mooie recensies rechtvaardigden een tweede album, Molten Rock (2019), dat zo mogelijk nog lovender werd besproken.

De zwijgende meerderheid

Op God is in the Detour staat ook Ballad of the Quiet Citizen, een liedje dat al in 2017 als losse single verscheen, maar toepasbaar is op zowel de Amerikaanse presidentsverkiezingen als de coronalockdown. VanWyck geeft een stem aan de mensen die zwijgen en gewoon hun werk doen zonder veel terug te vragen: ‘And I paid my income tax/ And I took care of those in need.’ 

‘Ik heb nu een agent in Engeland, een veteraan uit de muziekindustrie, die met me wil werken omdat hij mijn liedjes mooi vindt. Hij is zo toegewijd; dat zulke mensen nog bestaan. Platenmaatschappijen tonen interesse. Ik zou het volgende album graag op een mooi label uitbrengen. Er zit beweging in, ik voel het. De volgende plaat krijgt al gestalte. De donkere man met het geweer keert er ook weer op terug.’

De donkere man met het geweer?

Oele lacht. Ze vertelt over My Sweetheart, het liedje dat haar werd aangereikt in een droom.

‘Ik was verdwaald in het bos. Als ik het liedje zou blijven zingen, zou ik komen waar ik zijn moest. Ik liep door een weiland, langs een moeras en door een ruïme. Ik bleef zingen tot ik een donkere man zag, met een geweer. Ik voelde gevaar, maar wilde toch naar hem toe. Nou ja, dat liedje staat op het eerste album. In Be it to the End, op het tweede album, keert hij terug: hij zegt tegen het meisje dat hij weg moet. Zij wil mee. Op God is in the Detour heeft hij een korte cameo in As Yours Turns Into Mine. En voor het volgende album heb ik een song van negen coupletten liggen waarin hij terugkeert. Een vervolgverhaal in liedjes. Heerlijk. Schrijven is zo leuk.’

Ze wil vertellen hoe het voelt: een liedje schrijven. Ze herhaalt dat het vaak voelt alsof een liedje je wordt aangereikt, maar valt zichzelf in de rede, misschien omdat ze de formulering te hoogdravend vindt.

Ze komt er nog dezelfde dag op terug in een e-mail waarin ze een fragment uit een interview heeft geplakt. Inspiratie is niet goddelijk (God kan immers een verfomfaaide oude vrouw in een winkel zijn.) Het komt niet ‘van boven’, het is aardser. Liedjes zijn ‘offerings that arise from below’.

Zo zei Leonard Cohen het, in het laatste interview van zijn leven.

God is in the Detour

VanWyck

Maiden Name

Concerten: 22/11 TioliVredenburg, Utrecht. 23/12 Schouwburg Ogterop, Meppel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden