Inleven met distantie

Deze week werd de selectie voor het Theaterfestival in september bekend gemaakt: tien meest kleine producties. Maar geen 'Wilhelmina', de hit van het seizoen....

HET waren maar een paar seconden, maar ze waren de mooiste van het afgelopen theaterseizoen: Anne Wil Blankers die in haar rol van koningin Wilhelmina even van haar stuk lijkt te zijn door een onverwachte handkus van haar persoonlijk adviseur. Die rots van een koningin (en actrice) die nooit aangeraakt wordt en nu dan die mannenlippen op haar hand - het was een moment van intense spanning. Blankers' prestatie was te vergelijken met die van Judi Dench als koningin Victoria in de film Mrs. Brown en dus van wereldklasse - virtuositeit gecombineerd met een tikkeltje mysterie, het hoogste dat een acteur kan bereiken.

De voorstelling Wilhelmina: Je Maintiendrai is niet terug te vinden in de selectie van het Theaterfestival, die deze week bekend werd gemaakt. Dat was ook niet te verwachten. De jury van het Theaterfestival houdt niet zo van grote zaalproducties en al helemaal niet van dergelijk ambachtelijk toneel.

In het Theaterfestival dat in september in Amsterdam en Brussel wordt gehouden, zijn dit jaar tien producties te zien, volgens de jury de meest 'belangwekkende' van het seizoen. Dat slechts tien producties zijn gekozen en niet het maximum van twaalf, zou kunnen betekenen dat het niet zo'n best seizoen was. Dat was ook zo. Maar door met een grote boog heen te gaan om die producties die én van grote kwaliteit waren én een breed publiek naar het theater trokken, is maar één conclusie mogelijk: het Theaterfestival heeft zich definitief naar de marge verplaatst.

De vraag is of zo'n marginaal theaterfestival de plaats verdient die het zichzelf toeëigent als hét jaarlijkse overzicht van de belangrijkste Nederlandse en Vlaamse theaterproducties. Kleine festivals zijn er genoeg. Waar behoefte aan is, is een Nederlands/Vlaamse versie van het Duitse Theatertreffen. Daar zijn de beste grote theaterproducties van het voorbije seizoen te zien. Van de selectie voor het komende Theaterfestival zijn maar twee voorstellingen gemaakt voor de grote zaal: Romeo en Julia door het Zuidelijk Toneel en Iets op Bach door Les Ballets C. de la B., nota bene een dansproductie waarvan de jury ongetwijfeld zal vinden dat de grenzen tussen toneel en dans hier uitermate belangwekkend zijn vervaagd. Maar dat geldt al jaren voor veel meer dans. Het valt mee dat Festen niet is gekozen, want dat was het beste stuk, gespeeld door het beste acteurscollectief. Maar ja, Festen stond op celluloid en werd in Denemarken gemaakt.

Het zijn vooral kleine, door één, twee of drie mannen gespeelde voorstellingen die de voorkeur van de jury genieten: Ongebluste Kalk (Hollandia), Weg (Kaaitheater), Rotjoch (Toneelschuur/Holland Festival), Pereira verklaart (De Tijd) en My dinner with André (STAN/Cie. De Koe). Om toch vooral bij de tijd te blijven is Dood Paard met het nihilistische Blaat! gekozen en tenslotte, terecht, ook De Bitterzoet (Hollandia) en De Woudduivel (Onafhankelijk Toneel).

Met deze keuze toont het Theaterfestival zich wederom de trouwe fanclub van Hollandia en van Ivo van Hove. En natuurlijk van kleine Vlaamse producties waarvan maar weinigen gehoord hebben en die moeten suggereren dat de Vlaamse golf nog steeds belangwekkend is.

De jury verdient niettemin één pluim: hij heeft Dark Lady en Franciska genegeerd. Op papier leken dat de interessantste producties. In Dark Lady maakte Gerardjan Rijnders met muzikanten en acteurs van Toneelgroep Amsterdam een megalomane montagevoorstelling van de sonnetten van Shakespeare. Luk Perceval, een jaar geleden nog bejubeld vanwege zijn Shakespeare-marathon Ten Oorlog!, poogde in Franciska van Wedekind opnieuw een link te leggen tussen een moeilijk toegankelijk stuk en het Vlaamse volkstheater. Beide producties waren zo in zichzelf gekeerd dat het publiek werd buitengesloten.

Het zou te simpel zijn de mislukkingen van deze twee belangrijke vertegenwoordigers van het conceptuele theater af te doen als toeval. In het algemeen lijkt het strakke regieconcept op zijn retour. Seizoen 1998-1999 toont een duidelijke hang naar het soort theater waarin de acteur weer op de voorgrond treedt en de regisseur een stapje terug doet. De acteur wil niet langer zetstuk zijn in de allesomvattende ideeën van de makers achter de schermen. Hij/zij staat weer in volle glorie voor het voetlicht, niet als onderdeel van een ouderwets sterrensysteem, maar als zelfstandig kunstenaar; vakvrouw of virtuoos ambachtsman.

Het seizoen bracht vier uitzonderlijke vrouwenfiguren voort die met een zeldzame glans werden gespeeld. Anne-Wil Blankers is voor haar rol in Wilhelmina: Je Maintiendrai niet genomineerd voor de Theo d'Or. Haar rol was teveel een imitatie en te weinig 'een creatie', zo werd in kringen van de jury gefluisterd. Een onzinnig argument in zo'n biografisch stuk.

Catherine ten Bruggencate (Anna Karenina), Marieke Heebink (Een ideale vrouw) en Sylvia Poorta (De Kersentuin) zijn de andere actrices die een uitzonderlijke prestatie leverden. Hoe verschillend hun rollen ook, ze onderscheiden zich door een perfecte balans tussen psychologische inleving en een gepaste afstand. De tijd dat een acteur óf helemaal in zijn rol opging óf vooral commentaar moest leveren op wat hij stond te doen ('ik speel weliswaar de buurvouw, maar ik ben eigenlijk Lineke Rijxman') lijkt voorbij. Natuurlijk staan die prestaties niet op zichzelf. Aan de basis ervan staat een regisseur die zich opmerkelijk dienstbaar toont aan zijn spelers.

Maar het waren niet alleen de bekende namen die imponeerden. Verrassender nog waren die voorstellingen waarin de grote verbeeldingskracht van de regisseur werd gedragen door een spelerscollectief dat bereid was heel ver met hem mee te gaan. Dat resulteerde in de twee meest bijzondere, hartverwarmende en soms ook hartverscheurende producties: De Woudduivel door het Onafhankelijk Toneel en De Bruiloft door De Paardenkathedraal.

Zowel De Woudduivel van Tsjechov als De Burgermansbruiloft van Brecht zijn stukken die als jeugdzonde van de auteurs wellicht interessant zijn, maar eigenlijk nooit gespeeld worden. Mirjam Koen maakte met haar spelers van De Woudduivel niet alleen de beste Tsjechov-voorstelling in een overvol Tsjechov-seizoen, maar ook een liefdevol portret van drie generaties die amechtig op zoek zijn naar het geluk. Theater met echt kaarslicht en met de terugkeer van de golfplaat om onweer te suggereren. En met een ensemble dat zich helemaal voegt naar één doel: toneelspelen vanuit het hart, en toch blijven denken.

Dirk Tanghe ging met zijn even opmerkelijke spelersgroep een hilarisch, hard en ontroerend gevecht aan met de kleinburgers die Brecht in zijn 'Burgermansbruiloft' portretteerde. Een uitzinnig theateravontuur, dat op het tweede gezicht uitermate strak geënsceneerd bleek. Een jonge bruidspaar verandert in twee uur van lieftallig tot moordlustig, in een omgeving van confetti en feesttaart, van opera en schlagers. Het kleine leed groots verbeeld - na Tanghes Bruiloft zal geen enkel familiefeest meer hetzelfde zijn.

Deze producties staan in schril contrast met het slechte en middelmatige theater dat het afgelopen jaar ook te zien was. Er wordt in Nederland en Vlaanderen teveel theater gemaakt, dus ook teveel slecht theater. Dat is ook de kern van het 'Pamflet voor een Toekomstig Toneelbestel', dat eerder dit jaar door een aantal toneelleiders werd opgesteld. Twee grote nationale gezelschappen, veel aandacht voor het theater in de stad, een betere doorstroming van jongere theatermakers en verkleining van het te grote aanbod - dat waren de kernpunten van het pamflet.

Er wordt inmiddels wat schamper over gedaan, maar het pamflet biedt zinnige aanzetten voor een beter en vooral overzichtelijker bestel. Minder toneel van betere kwaliteit voor een breder publiek - wie kan daar tegen zijn?

Niemand zit te wachten op Schnitzlers Komedie van de liefde van Het Nationale Toneel: loslopende acteurs die hopeloos verdwaald leken. Of Koos Terpstra's regie van 'n Meeuw bij het Noord Nederlands Toneel: van een onverdraaglijke lelijkheid. En ook de belofte van Het Toneelhuis in Antwerpen (opvolger van de befaamde Blauwe Maandag Compagnie) werd niet ingelost. In Het Toneelhuis wordt in razend tempo de ene na de andere voorstelling gemaakt, maar waarom die allemaal ook in Nederland te zien moeten zijn? Veel van die producties horen thuis op de repetitiezolder van Het Toneelhuis. Van het handjevol publiek bij Moedersnacht in de Leidse Schouwburg werd je alleen maar treurig.

Tegenvallend was ook de oogst van nieuw Nederlands repertoire. Nog nooit werden zoveel nieuwe stukken geschreven: Karst Woudstra (Eau de vie), Peer Wittenbols (Tweeduister), Koos Terpstra (Spaanse Ruiters), Frans Strijards (Golfbrakers), Alex van Warmerdam (Adel Blank) en Wanda Reisel (Sangria!). Met elkaar schreven ze een boekenplank vol, maar de voorstellingen die ervan gemaakt werden, zijn alweer vergeten.

De twee nieuwe stukken van Ton Vorstenbosch voegden tenminste nog iets toe aan het bekende repertoire, door hun actuele waarde. Behalve Wilhelmina: Je Maintiendrai schreef Vorstenbosch (deels met Guus Vleugel) Angst en Ellende in het Rijk van Kok. Als voorstelling viel daar wel het nodige op af te dingen, maar hij doet in elk geval een poging vat te krijgen op de tijdgeest. De interesse die Vorstenbosch' werk op voorhand oproept, geeft aan dat theater lééft.

Welke betekenis de jury van het Theaterfestival hecht aan het begrip 'belangwekkend' kan pas goed worden beoordeeld als in september de genomineerde producties te zien zijn en een erejury van jongeren de Grote Theaterfestivalprijs zal uitreiken. Het zou interessant zijn als in het juryrapport ook iets te lezen valt over welke producties het net niet hebben gehaald en waarom niet. Zodat deze voor een deel ondoorgrondelijke selectie verklaard wordt.

Belangwekkend, belangrijk, of gewoon mooi - met dergelijke begrippen kan intussen op basis van het afgelopen seizoen ook een persoonlijke lijst worden gemaakt voor een gedroomd theaterfestival: Een ideale vrouw (Toneelgroep Amsterdam); Anna Karenina (RO Theater); Wilhelmina: Je Maintiendrai (Impresariaat Jacques Senf); De Kersentuin (De Trust); De Woudduivel (Onafhankelijk Toneel); De Bruiloft (De Paardenkathedraal); De Bitterzoet (Hollandia); De Vergissing (Carrousel); Berénice (De Tijd) en Mensch durf te leven (Kas & De Wolf & Jongewaard).

Deze laatste voorstelling vooral vanwege de verpletterende verschijning van Sylvia Kristel, die in een lange monoloog aan de bar - haar altaar, haar vluchtheuvel - in een duizelingwekkende mengeling van fictie en werkelijkheid en zonder enige opsmuk over haar leven en werk vertelde. Kristel wist het dolce vita moeiteloos te verbinden met het absurdisme van Beckett.

'Je moet óf een kunstwerk zijn, óf als kunstwerk gekleed gaan', zei de actrice - ster tegen wil en dank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden