tv-recensieArno Haijtema

Ineke Smits vertelt het verhaal van Abchazië op een poëtische, zij het soms gekunstelde manier

Twee vrouwen lopen smartelijk zingend door een arcadisch landschap. Waarover ze zingen weten we niet, maar het moet wel een lied zijn over verlies. De camera zwenkt traag langs een hoog, onbewoond gebouw, de gevel pokdalig, alle ramen kapot: een ruïne na een veldslag. In de zomerlucht boven het betonnen karkas zwenken gierzwaluwen, ze roepen paradijselijke herinneringen op die, zoveel is duidelijk, voltooid verleden zijn geworden.

De melancholische documentaire De kleine man, tijd en de troubadour  van de Nederlandse filmer Ineke Smits, woensdagavond laat uitgezonden door de EO, is gefilmd in een zwaar mishandeld en daarna aan zijn lot overgelaten land: de voormalige Sovjet-deelrepubliek Abchazië. Een kleine staat aan de Zwarte Zee, die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in de jaren negentig speelbal werd in naargeestige geopolitieke strijd en in oorlog raakte met buurland Georgië.

Hoe die oorlog verliep, wie begon en wie won vertelt de documentaire niet. Smits heeft alleen oog voor degenen die altijd verkeren in het kamp van de verliezers: de gewone burgers. Ze vertelt het verhaal van Abchazië op een poëtische, zij het soms gekunstelde manier.

Smits volgt de (geënsceneerde) omzwervingen van een Abchazische kunstenaar, de troubadour uit de titel. Hij fietst voor het oog van de camera langs de puinhopen en vertelt met een poppenspel een autobiografisch verhaal. Over zijn vader, de kleine man – een welwillende politicus uit de Sovjettijd – zijn eigen leven en hun familie, die door ruzie uiteenvalt. Het spel is een parabel over de oorlog. Hij presenteert zijn voorstellingen in de open lucht, voor een klein, gemêleerd publiek, dat na afloop snedig commentaar levert en parallellen trekt met de ellendige naoorlogse toestand.

Onscherpte als stijlmiddel in De kleine man, tijd en de troubadour.

De voorstelling is behoorlijk gelaagd en het probleem is dat Smits die vertelvorm te veel kopieert in haar film. Abchaziërs bespreken kwesties als hoe overleef je oorlog, hoe ga je om met de dictatoriale erfenis, wat bepaalt iemands identiteit, hoe vind je je draai in het leven? Alsof dat nog niet genoeg is, wordt daaraan ook nog de factor tijd toegevoegd. Niet vreemd in een stagnerend land, maar de extra filosofische dimensie die in de voorstelling wellicht prima werkt, doet in de film te veel een beroep op de denkcapaciteiten van de kijker. Het geeft de film iets hermetisch en haalt de lucht eruit.

De beelden van de ruïnes in de hoofdstad Soechoemi hebben een beperkte scherptediepte, aldus de kijker suggererend dat die kijkt naar een maquette, een poppenhuis inderdaad. Mooi beeldrijm met de voorstelling, maar het irriteert ook, zoals elk cameratrucje dat vaak wordt toegepast.

Toch neem je het voor lief dat de vertelvorm de inhoud soms naar de kroon steekt, want wat een ontroerende, wrange en poëtische verhalen delen de Abchaziërs. Hun lot overstijgt de lokale geschiedschrijving verre, hun door trauma’s, teleurstellingen én hoop gevormde inzichten geven de film universele betekenis.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden