Indrukwekkende tentoonstelling Adriaen van de Velde

Zelden werd de vacht van een schaap met zoveel gevoel voor ruimtelijkheid in krijt vereeuwigd als door Adriaen van de Velde. Het Rijksmuseum rekent de schetsen van Van de Velden terecht tot de top-3 van 17de-eeuwse schilderkunst.

null Beeld De riviermonding, 1658, Museum der bildende Kunste, Leipzig.
Beeld De riviermonding, 1658, Museum der bildende Kunste, Leipzig.

Paard en Geit hebben ruzie - wat nu? Op het kleine stukje land dat ze door Adriaen van de Velde is toebedeeld, is het moeilijk om de ander te ontlopen en dus hebben ze elkaar demonstratief de kont toegekeerd. Twee schapen, die echt helemaal niks met dat passief agressieve gedoe te maken willen hebben, zijn kind van de rekening en doen een poging om de ruzie te lijmen.

'Hè Paard, doe nou even gezellig man...'

'Geit, toe, niet van dat chagrijnige...'

Verhaaltjes, fabels zelfs: de kleine, verstilde, makkelijk te negeren, maar stiekem heel goede landschappen (gloedvolle pastorales, grijze strandgezichten) van Van de Velde (1636-1672) roepen ze haast ongemerkt op. Vaak gingen aan zo'n landschap eindeloze tekensessies vooraf.

Op de expositie in het Rijksmuseum, de eerste over de kunstenaar, en een coproductie met de Dulwich Picture Gallery, behoren die schetsen van vee en herders tot de voornaamste attracties. Het zijn er tientallen en ze hebben de grondigheid van eigenstandige werken. Bart Cornelis, een van de twee samenstellers (de andere is Marijn Schapelhoutman, conservator tekeningen van het Rijksmuseum), rekent ze terecht tot de top-3 van de 17de-eeuwse tekenkunst. Zelden werd de waakzaamheid van een Kooiker-hondje of de vacht van een schaap met zoveel doortastendheid en gevoel voor plastiek in krijt vereeuwigd als door Van de Velde. De landschappen die erop volgden, waren soms van een vergelijkbaar hoog niveau. Het bleef niet onopgemerkt, indertijd. Als zoon van de zeeschilder Willem van de Velde (voor wie hij soms de figuurtjes schilderde) schijnt de jonge Adriaen het tekenen eerder machtig te zijn geweest dan het praten. De onbetrouwbare kunstenaarsbiograaf Arnold van Houbraken vertelt dat de kunstenaar als kleuter op het hoofdeinde van z'n bedstee de melkboer zou hebben geschilderd. Dus stond hij voor zijn voortijdige overlijden op 35-jarige leeftijd te boek als wonderkind. En als workaholic.

null Beeld Een hut of schaapskooi, jaartal onbekend, Peck Collection Boston.
Beeld Een hut of schaapskooi, jaartal onbekend, Peck Collection Boston.

Als grootleverancier van poppetjes leverde Van de Velde gastbijdragen aan onder meer Ruisdael, Hobbema, Hackaert, Koninck en Van der Heyden. Zijn eigen landschappen (weids, contrastrijk, gevuld met burgers en buitenlui; een op zichzelf staande wereld van zanderige landweggetjes, grillige boomkruinen en in vuur en vlam staand koren) deden voor die van zulke tegenwoordig veel beroemdere tijdgenoten vaak niet onder. Sommige verdienen zelfs het predikaat klein meesterwerk: het Rijksmuseums fenomenale De Hut, de bekendste.

U heeft er misschien wel eens voor gestaan, zich al dan niet bewust van de maker. Wat het toont is een idylle, of wat daar in de 17de eeuw voor doorging: huisje, boompjes, veeschare, allen gezegend met een weldoorvoed voorkomen, plus een herderinnetje dat eveneens goed in het vlees zit; een mooi voorbeeld van wat Houbraken noemde 'keurlijke natuurlijkheid'. Selectief naturalisme dus, een samenstel van naar het leven getekende figuren bijeengebracht in een fictieve constellatie, broeierig en zinderend. Van de afgewende paardenkont tot de lome, haast ruikbare koeien tot het korengele kostuum van de eindeloos gerepeteerde herderin - alles tintelt van leven in dit doek. Dat werkkostuum, en dan in het bijzonder de geel, blauw en witte kleur komt trouwens voortdurend terug bij Van der Velde, als een leitmotiv, op het fetisjistische af. Je ziet het in het Rijksmuseum óók bij vrouwen van Adam Pynacker en Karel Du Jardin en talloze anderen. Vermeers Melkmeisje, bijvoorbeeld, draagt er ook één. Dichtgesnoerd, dat wel.

The Hut 1671. Het Rijksmuseum. Beeld The Hut 1671. Het Rijksmuseum.
The Hut 1671. Het Rijksmuseum.Beeld The Hut 1671. Het Rijksmuseum.

Een katholieke haastklus

De passie-serie in Ons' Lieve Heer op Solder is afgeraffeld.

Niet alle werken van Van de Velde zijn 'kleine meesterwerken'. De vijf schilderijen met episoden uit de passie-serie die Adriaen van de Velde in 1664 in opdracht van de Amsterdamse Sybilla Fontein schilderde voor een (katholieke) zolderkerk op de Wallen (thans Ons' Lieve Heer op Solder) behoorden daar niet toe. Die vertonen alle tekenen van een haastklus; Van de Velde raffelde ze af. De schilder kwam uit een protestantse familie maar trouwde een katholieke vrouw en liet zijn kinderen in een katholieke kerk dopen. Hij liet de serie deels onafgewerkt.

Beeldende kunst

Adriaen van de Velde, Rijksmuseum, t/m 25/9, Rijksmuseum, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden