Indrukwekkende Russen als opvulling

In 1929 kwam Viktor Kalmikov, een eenvoudige Russische metselaar, per trein aan in Magnitogorsk. Daar groeide hij uit tot een groot industrieel bouwer, zoals op de foto’s van Max Alpert te zien is....

Merel Bem

Ook in de andere foto’s in de fotogalerij van de Kunsthal in Rotterdam schemert die levenshouding door. Op de tentoonstelling Rodtsjenko en tijdgenoten. Russische fotografie 1917-1945 zijn 150 werken te zien, door gastconservator Peter van Beveren gekozen uit de Schickler-Lafaille Collection of Russian Photography, een grote particuliere collectie uit Los Angeles met meer dan zevenduizend foto’s.

Mikhail Grachev concentreerde zich bijvoorbeeld op het arbeidersethos van de 180 duizend mannen die in 1939 het Fergana-kanaal in Oezbekistan uitgroeven voor de aanleg van katoenplantages. Yakov Khalip vereeuwigde rond dezelfde tijd een commandant van een torpedoboot op zo’n manier, dat de man met zijn verweerde gezicht jaren later een personage had kunnen zijn in een James Bond-film. En Dmitri Debabov fotografeerde Russische sportparades met veel vlagvertoon.

Tussen deze geschiedkundige, hier en daar propagandistisch aandoende foto’s hangt het avant-gardistische werk van Alexander Rodtsjenko (1891-1956), behalve beeldhouwer, schilder en graficus ook constructivistisch fotograaf. Zijn foto’s zijn heel anders van toon dan die van zijn tijdgenoten die hier hangen. Artistieker, als je dat zo mag benoemen. Experimenteler, met onderwerpen als lichtval en schaduwwerking, het ritme van voorwerpen, zoals een rijtje balkons of traptreden, en zijn befaamde kikvors- en vogelperspectief.

Indrukwekkend zijn die series. Evenals het werk van Rodtsjenko’s tijdgenoten en de nummers van USSR in Construction, een tijdschrift waar kunstenaar en graficus El Lissitzky (1890-1941) regelmatig aan meewerkte, en die nu in vitrines zijn te bewonderen. Elk nummer heeft een thema, zoals ‘welvaart en scholing’, ‘welvaart voor allen’ en ‘industrialisatie’, met in dat laatste themanummer foto’s van het industrieel erfgoed dat Bernd en Hilla Becher in de jaren zeventig van de vorige eeuw beroemd zou maken, hier nog in vol bedrijf.

Dat zijn onvoorziene verrassingen. Maar tegelijkertijd dringen zich tijdens het bekijken van de tentoonstelling in de Kunsthal steeds twee met elkaar samenhangende vragen op: waarom nu? En: waarom hier?

De urgentie van de tentoonstelling ontbreekt. Natuurlijk hoeft er niet altijd een directe aanleiding te zijn die de keuze voor een expositie verantwoordt. Maar Rodtsjenko en tijdgenoten komt wel heel erg uit het niets vallen, terwijl de bezoeker behoorlijk wat inleidende informatie nodig heeft om precies te begrijpen waarnaar hij staat te kijken. En de fotogalerij van de Kunsthal is niet groot. Er is maar plaats voor een piepklein gedeelte van de Schickler-Lafaille collectie, terwijl die toch, als we de informatie van de Kunsthal moeten geloven, behoorlijk beroemd is.

Dat alles maakt de expositie enigszins teleurstellend. Er is te weinig ruimte om alles uit te leggen, om waardevolle dwarsverbanden te leggen tussen Rodtsjenko en de andere fotografen. Misschien had men andere keuzes moeten maken, het grootser of anders moeten aanpakken. Nu lijkt het alsof de Russen een plotseling gat in de programmering van de Kunsthal hebben moeten opvullen. Dat ze noeste arbeid kunnen leveren, weten we inmiddels. Maar dát is wel heel erg gortig.

Merel Bem

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden