Indrukwekkende liedliefde van Marthaler

Hopelijk heeft de RuhrTriennale een pendelbus voor traditionele liedvrienden die voortijdig Marthalers Schöne Müllerin verlaten. Dan missen ze wel het collectieve hupsen, een cancan op de piano en een naakt-polonaise in ganzenmars....

Vraag niet hoe het komt, maar de pracht van de Duitse liedkunst, volgens heersende misverstanden vooral bestemd voor nette bejaarden en hun ouders, leidt de laatste tijd tot manifestaties van onvermoede attractiewaarde.

Neem de jongste gebeurtenissen in de RuhrTriennale, het nieuwe festival in de verlaten mijnen en staalfabrieken van het Ruhrgebied. De openingsproductie behelsde een geënsceneerde potpourri van Schubert, Udo Jürgens en voetbalschlagers (Duitsland op zoek naar zichzelf: Deutschland, deine Lieder).

Productie nummer twee in de RuhrTriennale, een door Oliver Herrmann geënsceneerde voorstelling van de Winterreise, blijkt zich in een voormalige Duisburgse krachtcentrale af te spelen op het verende canvas van een boksring. Featuring een pianist die bier mag drinken (Irwin Gage), en een hoogzwangere sopraan (Christine Schäfer), die een pot met augurken onder handbereik houdt.

Winterreise - icoon van de eeuwigdurende droefheid. Schäfer draagt de cyclus voor met ingetogen weemoed. Projecties van peinzende gezichten trekken voorbij. Stokoude en jonge, omringd door troosteloze voorwerpen uit de dagen van het Wirtschaftswunder.

De ontknoping komt met Der Leiermann : terwijl de lieve zwangeres gewaagt van verkleumde vingers en blote voeten, verdwijnt een dronkaard uit beeld, om plaats te maken voor het slotbeeld van een dommelende dreumes met zuigfles.

Zo blijkt de Winterreise op alles te slaan, inclusief de hele mensheid. Dat is mooi - maar dan Die schöne Müllerin, een dag of wat later in Dortmund.

Met Schubert van de mijnen naar de pletterij: Guten Morgen, schöne Müllerin! Het lied 'Morgengruss', tedere groet van een verlegen minnaar, is lang niet Schuberts slechtste compositie. Maar voor een dozijn bezoekers van de Triennale is de maat nu echt vol. Stommelend verlaten ze de 'Phönix West', de ontruimde ijzerfabriek waar Christoph Marthaler een adembenemende enscenering laat zien van die andere liedcyclus van Schubert.

Marthaler, de theatermaker uit Zürich die bewogen dagen meemaakt - hij zat middenin de Dortmundse productiebeslommeringen, toen hij hoorde dat de autoriteiten van Zürich hem uit zijn Schauspielhaus wil verjagen wegens dalende bezoekcijfers - hoeft zich niet af te vragen waarom het groepje Triennaleverlaters Zürich in het klein nadoet.

De door Marthaler ingezette Morgengruss-zanger blijkt nauwelijks te beantwoorden aan de verwachtingen van de gemiddelde recitalbezoeker. Het voorkomen van de jongeman staat ook al haaks op de traditie van de gesteven glimlach en de gespalkte zangersrug. De zanger-acteur draagt het 'Du blondes Köpfchen' met zwak geschoolde kopstem voor, every inch de sufferd die hij moet zijn.

Die schöne Müllerin, Schuberts weergaloze toonzetting van twintig bloemen- en beekjesgedichten van Wilhelm Müller, verhaalt over een jongeman wiens liefde voor een molenaarsdochter wordt versmaad, waarna zijn bloemen voor haar hem zullen vergezellen in het graf - volgens de gangbare analyse. Het mishagen van verdwaalde Vrienden van het Lied is dan al met gulle hand gevoed.

We zagen hoe Schuberts goedgemutste openingslied - 'Das Wandern ist des Müllers Lust!' - werd uitgekwekt door een bolronde Biedermeierdochter op bergschoenen, draaiend met haar vorstelijke reet. We zagen hoe haar vocaal begaafde molenaarsvader het verrukkelijke 'Wohin?' uitkraamde vanonder de dekens van het echtelijke bed ('Ich hört' ein Bächlein rauschen'), terwijl de dochters hun verzameling foto's van blote kerels inspecteerden.

We zagen dezelfde molenaar rockdansen terwijl een pianist de 'Dankzegging aan het beekje' probeerde te zingen, tot zijn vleugel er vandoor ging. We zagen een dichter-componist, een belichaming van Schubert en Wilhelm Müller, maar dan verbeeld door acht man, en vermenigvuldigd tot acht verliefde sukkels - sommigen pianist, anderen meesters van de breakdance. We zagen hoe de molenaar-tenor Christoph Homberger het lied 'Ungeduld' debiteerde, verwikkeld in heftig debat met een oude schakelkast van de ijzerpletterij Phönix West.

Alsof dat bij elkaar nog niet genoeg Schubert, Sehnsucht en verschaalde Biedermeier opleverde (de vraag was hoogstens: wat voor Sehnsucht), hoorden we plotseling Schuberts vocale kwartet Nacht hell opdoemen, een schimmenlied dat niets met de 'Müllerin' te maken heeft, maar de sfeer van lucide troosteloosheid toch niet weinig bevorderde.

Voor verontruste liedvrienden begint het dan welletjes te worden. Hopelijk heeft de organisatie rekening gehouden met vroegtijdige verlaters (veruit in de minderheid), en staat ook voor hun een pendelbus klaar (de logistieke problemen van de nieuwe Triennale in het Ruhrgebied zijn indrukwekkend).

Wat ze niet meer zien, is het zwaan-kleef-aan waarmee zeven dichter-componisten de molenaar uit een kast proberen te trekken (symboliek doemt op); de pas de deux van de dochters, met jagershoedjes en schietgeweren (muziek: Schuberts Marche militaire voor piano-vierhandig); hun vergeefse cancan op de piano.

Schitterende bekvechterij van het molenaarsechtpaar (up-tempo: 'Was sucht dann der Jäger am Mühlbach hier?'). Nog schitterender: het collectieve hopsen en vingerknippen op de ongelooflijke, inderdaad, hopsmuziek van het lied Mein ('Beekje, staak je geruis'), waarbij de zingende dichtercomponist flamenco danst, en moeder met sierlijke gebaren de toetsen van haar piano beroert, het suikerspinkapsel meewiegend.

Dat de dichter/componisten bereiken wat ze willen, blijkt wanneer ze naakt in ganzenmars uit de kast treden, eindelijk gevolgd door de omgeturnde tenor. Zijn spijtduet met het 'beekje' - in dit geval zijn vergevingsgezinde echtgenote - wordt in geheimzinnigheid en doodsverheerlijking nog overtroffen door het slotnummer van moeder en dochters, Des Baches Wiegenlied.

Die schöne Müllerin als ritueel van een seksuele bekering - wie had dat gedacht. Het is groot theater, indrukwekkend in z'n onwelvoeglijkheid, in z'n liedliefde en in zijn Schubertbegrip, en op een Kageliaanse manier verkwikkend in z'n mengeling van ironie en nostalgie. Goed dat Marthaler er volgend jaar mee naar Holland Festival komt. Al moge Schubert in de hemel de liedkunst behoeden voor Marthalers epigonen.

RuhrTriennale. Die schöne Müllerin, m.m.v. Christoph Homberger, Markus Hinterhäuser e.v.a. Dortmund, Phönix West. Herhalingen 15, 20, 27/9, en in het Holland Festival 2003.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden