Indietalent Moses Sumney over zijn debuutalbum, liefde en de hopeloze zoektocht naar geïdealiseerde romantiek

Aromanticism is géén antiliefdeplaat

Het debuutalbum van indietalent Moses Sumney maakt alle beloften waar, maar pas op: uw romantische illusies gaan eraan.

Beeld Casper Kofi

Doomed, heet een sleutelnummer op het album Aromanticism, het debuut van Moses Sumney. De droefenis druipt van het nummer; de zanger vraagt zich af of er wel verlossing voor hem is als hij nooit liefde heeft gekend. Is hij zonder die liefde verdoemd?

Niet zonder ironie vertelt Sumney wat het nummer voor hem een bijzondere lading gaf. 'Het was hartje zomer en de zon scheen toen we het opnamen. Maar zo gauw ik klaar was met inzingen, begon het te regenen. Met bakken uit de hemel! Nou, als dat geen teken van boven is.'

Hij lacht erom. Op het terras van een Amsterdams hotel doet de Ghanees-Amerikaanse Sumney (27) in geen enkel opzicht denken aan de sombermans van Doomed. Toch heeft de man, die als nieuw talent wordt bejubeld, een debuutalbum gemaakt dat op een fijngevoelige, poëtische manier de liefde de nek omdraait - en wel de romantische varianten daarvan. Op het conceptalbum, Aromanticism, plaatst Sumney in elf nummers vraagtekens bij onze amoureuze verwachtingen van die zoete, pastelkleurige vormen van liefde.

Het is een plaat waarmee hij de belofte inlost. De zoon van geëmigreerde Ghanese predikanten, geboren in Californië, dook in 2014 op uit de muziekscene van Los Angeles. Zijn liedjes op internet en zijn in eigen beheer uitgebrachte ep, Mid-City Island, werden vrijwel meteen opgepikt. Sumney speelde nog in hetzelfde jaar op het prestigieuze South By Southwest-festival in Austin, Texas. Solange, koningin van de indiescene, zus van superster Beyoncé, en nu een goede vriendin van Sumney, gaf zijn nummers een plek op haar mixtapes. En hij mag meer helden van de alternatieve popmuziek tot zijn fans rekenen. Sumney trad op met hiphopbluesfolkie Beck en het L.A. Philharmonic. Hij stond in de voorprogramma's van singer-songwriter Sufjan Stevens, soulzangeres Erykah Badu en alt-rockveteraan, denker en publicist David Byrne. Dat terwijl hij nog niet eens een volwaardig album uit had. Drie jaar lang was Sumney zo'n beetje de meestbegeerde prooi van platenmaatschappijvertegenwoordigers die met contracten zwaaiden. Maar hij liet de L.A. Times in 2015 weten dat hij pas een album zou uitbrengen als hij vond dat hij iets had gemaakt dat niet alleen indruk maakte op anderen, maar ook op hemzelf.

Dat is dus dit jaar. En hij ontpopt zich op Aromanticism als dwarsdenker met uitgesproken ideeën. De welbespraakte Sumney definieert 'aromanticisme' als 'de weerstand tegen romantiek, of het onvermogen om romantische liefde te ervaren.'

Sumney: 'Dat gevoel van weerstand was me in het geheel niet vreemd, maar ik wist niet dat er een woord voor bestond. Ik wilde een album maken met dat thema omdat het in popmuziek vrijwel onbezongen is. Het hele gebied lag braak. Terwijl 'romanticism', de romantische liefde, een ideaal is dat ons voortdurend wordt opgedrongen. In boeken, liedjes, films; in populaire cultuur in het algemeen ligt de nadruk op die vorm van liefde. Romantiek dicteert wat we op amoureus gebied moeten najagen. Het is een sociaal concept waar een enorme dwingende kracht van uitgaat.'

Geen flauw benul

Nummers als Plastic en Quarrel op Aromanticism hebben een nadukkelijk jazzkarakter en op het podium slaat Moses Sumney lustig aan het improviseren. Als je aan hem vraagt of hij zichzelf beschouwt als jazzmuzikant zegt hij resoluut nee. 'Zij weten wat ze doen en ik heb geen flauw benul.' Hij is volledig autodidact en weet niets van muziektheorie. Dat heeft volgens hem een groot voordeel. 'Het voelt erg fijn nummers te maken zonder me te storen aan de regels.'

Moses Sumney: 'Ik was een gehoorzaam kind dat pas op late leeftijd opstandig werd' Beeld Casper Kofi

Daar moest wat over gezegd. Met zijn ijle falset rondwarend in een landschap van soft-focusliedjes, vormt Sumney het tegengeluid. De arrangementen, de subtiel ingezette strijkers, de koortjes, de harpen, de gitaren betokkeld als harpen: ze roepen, tegengesteld aan Sumneys onderwerp, vaak een dromerige roes op. Een enkele keer ontaardt die in een nachtmerrie; de liefdeloosheid in Lonely World groeit als een vloedgolf van wanhoop als Sumney, opgezweept door drums, zijn ijzingwekkende 'lonely-lonely-lonely'-mantra blijft herhalen. In Plastic is een jazzgitaar lui aan het loungen, als Sumney een aspirant-geliefde opbiecht dat zijn engelenvleugels van plastic zijn.

Ook andere facetten van de liefde die volgens Sumney te rooskleurig worden weergegeven krijgen ervan langs. In het eerdergenoemde plechtige Doomed, bijvoorbeeld, stelt de singer-songwriter het veronderstelde goddelijke aspect van de liefde aan de kaak.

Sumney: 'In de christelijke cultuur wordt die diepgevoelde connectie met iemand haast beschouwd als een portaal naar de hemel. Maar als je in God gelooft, en God is liefde, en je hebt liefde nooit op die hemelse manier ervaren, heb je dan wel een connectie met God? Mag je de hemel nog in?'

Als je opmerkt dat zo'n onderwerp de suggestie wekt dat er nogal wat ongemakkelijke discussies in het religieuze gezin van Sumney zijn geweest, lacht hij dat weg. Hij heeft het nooit met zijn ouders over die connectie God-liefde gehad. Het verlangen om singer-songwriter te worden was sowieso iets wat hij heimelijk koesterde. Zijn ouders, die hij in dat opzicht 'typische immigranten' noemt, hadden een wat conventionelere carrière voor hun zoon voor ogen toen ze in een nieuwe wereld hun bestaan opbouwden. 'Een dokter, een advocaat, zoiets. Ik was een gehoorzaam kind dat pas op late leeftijd opstandig werd.' De familie keerde terug naar Ghana toen Sumney 10 was. Maar hij kon er niet aarden en vertrok op 17-jarige leeftijd naar Los Angeles, waar hij een literatuurstudie aan UCLA volgde. Een serieuze muziekstudie zat er niet in, want hij had geen vooropleiding.

'Terwijl ik mijn hele leven iets in de muziek wilde doen en op mijn 12de al liedjes schreef. Op jonge leeftijd werd al duidelijk dat dat niet als een serieuze carrièreoptie werd gezien en zei ik er niets meer over.' Zingen deed hij als kind voortaan zachtjes in zijn slaapkamer en in de badkamer, 'om het mezelf te leren. Schrijven deed ik continu. Dat kon in tegenstelling tot zingen in alle stilte, zonder dat iemand het merkte. Ik was nogal verlegen.'

Hij leerde zichzelf gitaarspelen en op zijn 17de zong hij voor het eerst voor publiek, zij het in een koor. Pas op 20-jarige leeftijd vertelde hij aan zijn vrienden en familie dat hij zong. Iedereen was stomverbaasd.

Moses Sumney Beeld Casper Kofi

Zijn ouders steunen hem inmiddels volledig. Zijn persoonlijke geschiedenis dient nu als materiaal voor zijn songs. Want ook de ouderlijke liefde wordt op Aromanticism tegen het licht gehouden. In Stoicism, eigenlijk niet meer dan een intermezzo, schetst Sumney een voorval waarin zijn moeder hem een lift geeft. Voordat hij uitstapt, zegt hij spontaan dat hij van haar houdt. Met haar blik onafgebroken op de weg gericht, kan ze slechts een gedachteloos 'dank je, dank je' uitbrengen. Het voelt even vluchtig als pijnlijk.

Sumney: 'Ik wilde iets zeggen over de interactie tussen ouder en kind, die veel complexer is dan dat perfecte beeld van onvoorwaardelijke ouderlijke liefde dat we kennen. De uitdrukking daarvan is niet altijd even aandachtig of consistent. Hoe vaak zullen ouders wel niet denken: Shit, ik heb nu een kind en dat heeft me ervan weerhouden mijn droomcarrière te verwezenlijken?'

Hij benadrukt voor de duidelijkheid: Aromanticism is niet per se een antiliefdeplaat. 'Zo van: liefde zuigt, liefde is nep. Ik moet er niets van hebben en jij zou dat ook niet moeten willen. Ik denk niet dat echte liefde hopeloos is. Ik denk wel dat de zoektocht naar sterk geïdealiseerde vormen van liefde hopeloos is. Er wordt niet realistisch genoeg over gesproken in onze maatschappij.'

En toch, er spreekt, paradoxaal genoeg, uit bijna elk nummer op Sumneys exposé een intens verlangen naar verbinding. Het hunkert hevig op Aromanticism.

'Ja, dat is waar. Ik probeer eerlijk en reëel te zijn. En dat verlangen is een deel van die eerlijkheid. Het feit dat je niet in een bepaalde vorm van liefde gelooft, wil niet automatisch zeggen dat je niets van liefde in het algemeen wilt hebben.'

Hij heeft geen relatie?

'Nee, shocking hè? Hahaha.'

Zou hij er een willen?

'Jazeker! Omdat ik relaties erg... praktisch vind. In de zin dat het fijn is iemand te hebben die voor je zorgt als je oud en gebrekkig wordt, dat iemand je ophaalt van het vliegveld, dat wanneer je zin hebt in seks er iemand in je bed ligt. Zo beschouwd is liefde een tegengif tegen de eenzaamheid. Maar meer misschien ook niet.'

Moses Sumney - Aromanticism (Jagjaguwar). Sumney speelt op 4/11 op het REC. festival in Rotterdam, op 5/11 op het festival So What's Next in Eindhoven en op 16/11 op het Supersonic Festival in de Duif in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.