Indiaanse barok in Bolivia

Nadat in 1767 de Jezuïeten waren verdreven bleven de indianen uit Bolivia barokmuziek maken. De Poolse pater Piotr Nawrot deed er onderzoek naar....

Een jongen slingert op de fiets over de brede zandweg door het Boliviaanse dorp Concepción, zijn cello nonchalant onder de arm geklemd alsof hij ermee naar een sportveld gaat. Het zand is rood, de vegetatie tropisch. Het is een fraai moment in de filmdocumentaire op dvd, bij een cd met herontdekte barokmuziek van de indianen uit Chiquitos en Moxos in Bolivia die het Nederlandse label Channel Classics heeft uitgegeven.

Op zelfgebouwde strijkinstrumenten naar westerse snit blijken de indianen van Bolivia al eeuwen barokmuziek te maken. Ze spelen bijvoorbeeld missen van de Italiaan Giovanni Battista Bassani, die zelf nooit in Zuid-Amerika is geweest. Authentiek zijn hun uitvoeringen niet, maar wel heel eigen. Een mis van Bassani voor twee koren is uit praktisch oogpunt tot een koor ingekort. Een fuga kon de feestvreugde kennelijk alleen maar bederven en werd geschrapt. Overdreven vroom gedoe ook. Werd in het origineel de coda breed uitgesponnen door het woord 'amen' wel tien keer te herhalen, de indianen brachten de hele passage terug tot een paar maten.

'Je zou de indianen echt beledigen wanneer je hun muziekcultuur zou kenschetsen als westers', legt de Poolse pater en musicoloog Piotr Nawrot uit. Even in Nederland vertelt hij bevlogen over zijn jarenlange onderzoek naar de muziekcultuur van de Boliviaanse indianen. 'De indianen hebben een sterke emotionele binding met de barokmuziek die ze spelen. Ze houden de manuscripten in huis om die na hun dood aan de kerk te schenken.'

Het begon in de zeventiende eeuw met de komst van de jezuïeten. Ze leerden de bevolking metselen en weven, opdat kleding het naakte lichaam zou bedekken, maar muziek vormde eveneens een stichtelijk onderdeel van de educatie, tot de jezuïeten in 1767 uit Zuid-Amerika werden verdreven. Nawrot noemt Martin Schmid, volgens hem 'de Michelangelo' van de missieposten in de Chiquito-regio. Er staan nog drie kerken overeind van deze Zwitserse architect, schilder en musicus, die in 1730 als priester zijn missiewerk begon.

Na de verdrijving van de jezuïeten hebben de indianen zelf de muziekcultuur instandgehouden. Door jezuïeten gestichte muziekscholen worden nu door indianen geleid. Er zijn bonte mengvormen ontstaan. Tijdens de processie rond de kerken, wordt in de buitenlucht zowel barokmuziek als volksmuziek gespeeld. In opera's is de muziek van oorsprong westers en de gezongen taal indiaans, terwijl de decors een situatie in de plaatselijke jungle uitbeelden.

Orkestjes bestaan uit dertig tot veertig musici. Geadopteerde westerse instrumenten gaan samen met instrumenten uit de eigen cultuur en er zijn mengvormen als de Boliviaanse charango, die is gebaseerd op de westerse gitaar. Violen en cello's worden ter plekke gebouwd met de plaatselijke houtsoorten. Het niveau van een Stradivarius wordt niet gehaald. Door het vochtige klimaat raken de instrumenten snel ontstemd. 'Ze moeten wel drie of vier keer per uitvoering worden bijgestemd', vertelt Nawrot.

Geleerden uit Duitsland, Argentinië en Paraguay begonnen de Boliviaanse barokmuziek te catalogiseren. Nawrot wilde een stap verder gaan en het bestaan ervan breder kenbaar maken. 'Mijn drijfveer is: we moeten deze muziek restaureren, voor het te laat is.' De belangrijkste bronnen zijn te vinden bij de Chiquitos- en bij de Moxos-indianen. 'De manuscripten van de Chiquitos zijn zwaar gehavend door de tand des tijds. De Moxos hebben de gewoonte de manuscripten telkens opnieuw over te schrijven. Het bewijst dat ze uit vrije wil die muziek blijven spelen. Als we manuscripten van de bevolking aannemen, geven we altijd een kopie terug. We hebben ook nog een cello, een contrabas en wat losse onderdelen van een orgel uit de achttiende eeuw van de bevolking gekocht. Bij mensen thuis zijn delen van een fluit gevonden. Al heeft een viool nog maar twee snaren, ze blijven er op spelen.'

Nawrot trof tijdens zijn onderzoek vocale muziek van de Italiaanse componist Zipoli aan, waarvan de Europese originelen zijn zoekgeraakt. Wel nog in Europa te vinden zijn de noten van Rassuni. De Spaanse componist Juan de Araxijo werkte in de Sacré Coeur te Parijs, maar werd ook gespeeld in het Boliviaanse Amazonegebied.

Nawrot heeft succes. De vijfde lichting van het muziekfestival dat hij nu tweejaarlijks organiseert als directeur van de Asociación Pro Arte y Cultura trok tachtigduizend bezoekers. 'De musici worden verspreid over de dorpjes en zitten soms wel twaalf uur in de bus om hun concertlocatie te bereiken.'

Ook met het cd-project - ondersteund door het Prins Claus Fonds en de Stichting Doen - is het hard gegaan. Het Europese barokensemble Florilegium hield begin vorig jaar audities om Boliviaanse solisten te vinden. In april werd met vier Bolivianen op Nawrots festival in de missiepost Concepción opgetreden en werden meteen opnames gemaakt.

De jonge tenor Henry Villca Suntura, een telg van indiaanse familie, is ontdekt op een plaatselijke muziekschool door Nawrot. Met een Europese tournee voor de boeg krijgt Suntura een flinke cultuurschok te verwerken. Het eerste Europese concert is op 31 januari in het Concertgebouw van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden