boekrecensie mea culpa

In zijn tiende roman zet Edzard Mik veel pionnen op het Maastrichtse bord (vier sterren)

Mea Culpa Beeld Olivier Heiligers

Tien romans heeft hij inmiddels op zijn naam staan en toch kennen niet veel lezers Edzard Mik (1960). Twee keer belandde een boek van hem op de longlist van de Libris Literatuur Prijs, maar grote prijzen won hij tot nog toe niet, hoewel zijn werk overwegend positief besproken wordt. Dat kan toeval zijn, stomme pech. Of doet Mik iets verkeerd?

In elk geval niet in zijn tiende, Mea culpa. De openingszet is het bezoek van journalist Marten Landman aan ene Nazim, een Turkse man wiens dochter spoorloos is. Marten komt zijn hulp aanbieden. Het zit hem dwars dat hij achttien jaar eerder betrokken was bij een vechtpartij waarbij Nazim gehandicapt is geraakt. En hoewel hij zich niet kan herinneren dat hij toen iets verkeerd heeft gedaan, wil hij nu toch een zekere schuld inlossen.

Marten wordt vergezeld door Sybil, zijn vriendinnetje ten tijde van het gevecht, waar zij ook bij was. Inmiddels is ze getrouwd met de succesvolle advocaat Erol, die toen Martens beste vriend was én degene die Nazim de noodlottige schop schijnt te hebben verkocht. Om de soap compleet te maken is het verdwenen meisje voor het laatst gesignaleerd in een club van de broer van Erol, Mehmet, die destijds het voortouw nam in het gevecht.

Het is even opletten geblazen als Mik al deze pionnen op zijn schaakbord zet (en dat hij per abuis een achternaam verwisselt maakt het er niet makkelijker op), maar wie er de tijd voor neemt, ziet dat er een spannend potje wordt gespeeld. Een partij die achttien jaar eerder begonnen is en nu uitgespeeld moet worden.

De zoektocht naar het meisje stelt Marten vooral in de gelegenheid om een flinke wandeling langs memory lane te maken. Mik maakt er een mooie tocht van, door een regenachtig Maastricht, waar ‘alles glom zoals het er vroeger glom en het er al eeuwen moest hebben geglommen als het regende’. Van de beukenhaag waar Sybil hem altijd plagerig induwde naar het geheime plekje aan een beek waar ze voor het eerst vreeën, door een straatje dat vroeger iets magisch had maar nu gewoon ‘een straatje met klinkers’ is, langs de plek waar ‘het’ gebeurde tot aan het ouderlijk huis met Martens zolderkamer, die groter was dan bijna het hele arbeidershuisje waar boezemvriend Erol opgroeide.

Ondertussen geeft Marten zich over aan een aanstekelijk gemijmer, in associatieve alinea’s die de lezer uitnodigen mee te denken over zaken als de connectie tussen begrip en inbeelding (‘Wat staat ons anders ter beschikking om de werkelijkheid te vatten?’), de rituele vorm die een politieverhoor kan aannemen en wat de zin dan wel onzin is van het oprakelen van het verleden.

Maar waar is Marten nou eigenlijk écht mee bezig? Zijn hulp aan Nazim is overdreven, zijn opnieuw opgelaaide gevoel voor Sybil is oppervlakkig, zijn zorgen om het verdwenen meisje minimaal, de hoop dat hij en Erol ooit weer vrienden worden belachelijk. Laat Mik hier steken vallen?

Toch niet, ziet degene die de toestand op het schaakbord analyseert. Marten, het blanke rijkeluiszoontje, van huis uit de winnaar met een ongeschreven geboorterecht op een interessante baan/ mooie vrouw/ aanzien in het leven, is schaakmat gezet door de loser Erol, de zoon van een Turkse fabrieksarbeider. Erol, een opdondertje dat wél bewondering krijgt van Martens vader, met jeugdliefde Sybil trouwt en rijk en beroemd wordt. Een duidelijk geval van wit begint, zwart wint. De grote, onuitgesproken vraag die Marten drijft, is wellicht ook de vraag die Mik telkens weer aan het schrijven krijgt: een verbluft waarom heb ik niet gewonnen?

Edzard Mik: Mea culpa

Vier sterren

Querido; 200 pagina’s; € 18,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.