BoekrecensieHet lichtschip

In zijn prachtige novelle brengt Mathijs Deen een drijvende vuurtoren tot leven

Beeld Thomas Rap

Het lichtschip, een drijvende vuurtoren, heeft in Nederland allang afgedaan: sommige liggen ten anker op een schroothoop, een enkele is duur verbouwd tot loungy vergaderaccommodatie, waar het gezag onbekommerd kan palaveren. Maar Mathijs Deen brengt er een tot leven: de Texel, tegenwoordig te bewonderen in de museumhaven van Den Helder. En hier monsteren we aan om niet meer af te zwaaien. Met scheepskok Lammert die een bokje mee aan boord neemt om er een Indische stoofpot van te maken, dat hij kreeg van Beitske. Met eigengereide types die aan de ketting liggen. Het gebeurt in een taal die je onderdompelt in een andere tijd, die ook de onze kon zijn, en een andere plek: een boot die niet vaart, een tegenstrijdigheid in zichzelf, terwijl de andere schepen er rakelings langs gaan. Deen, die eerder een mooie geschiedenis van de Wadden schreef, is vertrouwd met het kale, klassieke scheepsvocabulaire en gebruikt het doeltreffend: ‘het gezag’, ‘groot vervang’, maar nergens wordt het romantiek, integendeel. Een prachtige novelle – stiekem hoop je dat het de proloog is van een roman.

Mathijs Deen: Het lichtschip. Thomas Rap; € 17,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden