Boekrecensiegeneraal zonder leger

In zijn Boekenweekessay slaat Özcan Akyol er vrolijk op los ★★★☆☆

Voor het eerst in lange tijd is er weer een Boekenweekessay dat werkelijk prikkelt. Özcan Akyol schreef een vlot pleidooi voor eigenzinnigheid, met hier en daar een smetje.

Beeld CPNB

Een schrijver die leven in de brouwerij wil en daarom niet gediend is van elitaire academici en stoffige recensenten, moet een groot publiek kunnen aanspreken. Özcan Akyol (1984), schrijver van de semi-autobiografische romans Eus (2012) en Turis (2016, nu herdoopt tot Toerist), ook bekend als columnist, tv-maker en talkshowgast, doet precies wat de stichting CPNB hem heeft gevraagd – het essay leveren dat past bij het Boekenweekthema ‘Rebellen en dwarsdenkers’ – maar dat is dan ook zijn enige conformistische daad.

Verder slaat hij vooral vrolijk om zich heen, want er is genoeg bekrompenheid en flauwekul om tegenin te gaan. Heel goed dat die suffe studie Nederlands aan de VU is opgeheven (student Akyol hield het daar geen twee jaar vol), of het doodsaaie tv-programma VPRO Boeken, en ook prima voor de handel dat Lucinda Riley met haar zussenreeks goed verkoopt. Jongeren en scholieren moeten afrekenen met klassieke dictaten, en met de literaire goegemeente die hooghartig meent dat een schrijver niet te vaak met zijn kop op de televisie moet verschijnen.

Volgens Akyol is dat een hardnekkig verwijt, stammend uit de tijd van Bomans en Carmiggelt. Wat die deden, zou ‘tinnef’ worden gevonden. Dat is een tamelijk eenzijdige karakteristiek, want Carmiggelt kreeg óók de P.C. Hooftprijs en een biografie, en van Bomans werd het verzameld werk uitgegeven en is een biografie in aantocht. Bovendien is het verwijt als waarschuwing niet onterecht, zoals Bart Chabot onlangs ook beaamde: een schrijver die bekend is van tv, kán door die roem van het schrijverschap afdrijven.

Kortom: voor het eerst in lange tijd is er weer een Boekenweekessay dat werkelijk prikkelt. Dat is de verdienste van Generaal zonder leger. Als elke polemische geest weet Akyol dat je mag overdrijven om je punt te maken. Hij stelt enerzijds dat de literaire recensent ‘al zijn macht is kwijtgeraakt’, maar als hij vervolgens herhaaldelijk afgeeft op de pretenties van de ‘alwetende recensenten’, die het succes van de vunzige en geestige J. Kessels-boeken van Thomése in de weg zouden staan, wekt hij zelf de schijn dat die verrekte lui nog steeds enige invloed bezitten.

Waar let je als boekenredacteur op? 

Arjan Peters leest ongeveer een boek per dag. Élke dag. ‘Liefde, oorlog, dood. Daarmee heb je de verhaallijnen wel. Waar verhalen wel van elkaar verschillen, en dan ook echt heel erg, is hóé de auteur het brengt.’

Dat we nog steeds met een zekere weemoed spreken over De Grote Drie komt door hun stijl en thema’s, schrijft Akyol. Wat hij verzuimt te vermelden, maar ook een grote rol speelt: Reve, Hermans en Mulisch wisten wanneer ze op tv moesten verschijnen, en hoe de media te bedienen. Er zijn meer mensen die De Grote Drie kennen dan er lezers van hun boeken zijn.

Ook maakt Akyol één fout – denkt deze beroepszeikerd. Over Alex Boogers: ‘Hij kreeg bijval na deze publicatie. Er bestond eigenlijk helemáál geen weerklank. In literaire kringen was iedereen het weer met elkaar eens.’ Op de plaats van ‘weerklank’ had ‘tegengeluid’ moeten staan.

Deze muggezifterij laat onverlet dat Generaal zonder leger een vlot pleidooi is voor eigenzinnigheid, van een hedendaags auteur die er niet op uit is in de smaak te vallen bij de zelfgenoegzame grachtengordel, alwaar het elke dag oergezellig Boekenbal is.

Özcan Akyol: Generaal zonder leger

CPNB; 64 pagina’s; € 3,75.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden