Reportage

In voetsporen van Boelgakov, schrijver 'belangrijkste boek ooit'

Literatuur

Vijfenzeventig jaar geleden overleed schrijver Michail Boelgakov. Zijn controversiële roman De meester en Margarita blijft de gemoederen in Rusland bezighouden, constateerde schrijver Joris van Casteren toen hij onlangs in Moskou nietsvermoedend op een bankje plaatsnam.

schrijver Michail Boelgakov.

Omdat ik toch in Moskou ben en omdat De meester en Margarita van Michail Boelgakov (1891-1940) ondanks zijn complexiteit en enkele losse eindjes een van de meest komische boeken is die ik ken, ga ik aan het einde van een mooie dag naar de Patriarchvijver, waar het eerste hoofdstuk van het boek ('Spreek nooit met onbekenden') zich afspeelt.

Ik ga op een van de bankjes zitten waar de personages Berlioz, geborneerd literatuurcriticus, en Bezdomny, aanstormend dichter, ook gezeten zouden kunnen hebben. In het boek, een hilarische parodie op het culturele leven onder Stalins heerschappij, schuift vervolgens een zekere professor Woland aan, die de duivel in persoon blijkt te zijn.

Verbluft

Woland mengt zich in het gesprek dat Berlioz en Bezdomny voeren over een antigodsdienstig vers dat de dichter in opdracht van de criticus heeft geschreven. De heren zijn verbluft door Wolands alwetendheid, en geschokt als hij daarop Berlioz' dood voorspelt: diezelfde avond nog zal hij uitglijden over gemorste zonnebloemolie en worden onthoofd door een tram; wat vervolgens ook gebeurt.

Met de onthoofding vangt een faustiaanse Walpurgisnacht aan, waarbij Woland met zijn metgezellen - waaronder de reuzenkat Behemoth, de roodharige Azazello die een slagtand heeft en de mooie Margarita - de stad op stelten zet.

In het park gebeurt niet veel: mensen lopen rond de vijver, nemen plaats op de bankjes en vertrekken weer. Juist als ik wil opstaan, komt een Russische heer op leeftijd, die een beetje Duits spreekt, naast mij zitten. Op fluistertoon vertelt hij dat De meester en Margarita een gevaarlijk boek is.

In het Boelgakovhuis in Moskou, waar de schrijver korte tijd heeft gewoond, zijn twee rivaliserende musea gevestigd. Beeld Flickr.com

Gevaarlijk boek

Dat bleek wel weer bij een recente verfilming ervan: de dochter van een van de hoofdrolspelers hing zich op, net als de zoon van een andere hoofdrolspeler. De acteur die Bezdomny speelde, werd dood aangetroffen in een appartement niet ver hier vandaan, en Kiril Lavrov, die de rol van Pontius Pilatus vertolkte, kreeg 'ineens' kanker.

En wat te denken van de beeldhouwer die jarenlang werkte aan een sculptuur voor hier in het park die nooit geplaatst zou worden? Over zijn lot moet ik maar eens informeren bij het curieuze Boelgakovmuseum, hier om de hoek, waar de schrijver zelf kortstondig heeft gewoond en waar hij Woland en diens trawanten hun intrek laat nemen. Ook moet ik maar eens vragen naar Aleksander Morozov.

Beduusd, alsof ik met Woland zelf heb zitten praten, loop ik wat later naar het Boelgakovmuseum, dat zich aan de Bolsjaja Sadovaja bevindt, in een woonblok van vijf verdiepingen. Op de linkerhoek, voor een groene deur, staat een beeld van twee van Wolands helpers: Behemoth en Korovjev. Achter de groene deur is een trap die naar een balie leidt.

Het trapportaal is volgekalkt door bewonderaars Beeld © Jean-Paul Guilloteau / Roger-Viollet

Sacrale stilte

Ik hoef niet te betalen, gebaart een forse dame met zwart gestifte lippen. Het museum bestaat uit een zestal kamers die gevuld zijn met allerlei merkwaardige objecten, zoals een oude naaimachine, de voorkant van een tram (met hoofd ernaast) en een bronzen beeld van de schrijver.

In de kamer met het beeld hangt een sacrale stilte. Bezoekers lopen op het beeld af en pakken de rechterhand, afgesleten van de vele aanrakingen, even vast. Dan schrijven ze iets op een briefje dat in een bakje aan de voet van het beeld wordt gedeponeerd.

In het laatste vertrek, waar zich een buffet bevindt, staart een zwarte kat die uiteraard Behemoth heet mij met groengele ogen aan. In een van de kamers, want het was een communaal gebouw, moet Boelgakov hebben gewoond met zijn vrouw. Daarna verhuisde hij naar een ander deel van het woonblok, naar de bovenste verdieping, waar hij hoopte dat het stiller was.

De zwartlippige dame, die een beetje Engels spreekt, zegt geen idee te hebben waar dat andere appartement zich bevindt. 'Never heard of them', antwoordt ze resoluut als ik vraag naar de beeldhouwer en Aleksander Morozov. Buiten wijst een van de bezoekers op een blauwe deur aan de rechterzijde van het blok. Als ik op een bel wil drukken, zwaait de deur open: een bewoonster treedt naar buiten en ik glip naar binnen.

De meester en Margarita
In 1928 begon Boelgakov aan De meester en Margarita te schrijven. Twee vroege versies verbrandt hij; de Grote Zuiveringen zijn gaande, waarbij vijanden van het socialisme, waaronder ook schrijvers, worden geëxecuteerd. Toch pakt hij de draad weer op en blijft tot zijn dood in 1940 schaven aan het boek. Pas in 1966 durft een Russisch tijdschrift het aan een gecensureerde versie in feuilletonvorm te publiceren. In 1967 wordt in het Westen een completere versie gepubliceerd, die inslaat als een bom. In 1989, toen Boelgakovs dagboeken, die hij zelf had verbrand maar die door de geheime dienst waren gekopieerd, werden teruggevonden, kwam de huidige versie van het boek tot stand. De Russen beschouwen De meester en Margarita, meer nog dan Oorlog en vrede, als het belangrijkste boek aller tijden.

Trapportaal

Nu bevind ik mij in een uiterst curieus trapportaal, dat van onder tot boven is ondergekalkt - het graf van Jim Morisson is er niets bij- met teksten en afbeeldingen die tot het boek te herleiden zijn. Helemaal bovenaan bevindt zich het tweede appartement van Boelgakov dat, zo blijkt tot mijn verwondering, eveneens is ingericht als museum. Wat is hier aan de hand? Een medewerker, die alleen Russisch spreekt, kan het mij niet zeggen.

De volgende dag keer ik terug, in gezelschap van romancier Pieter Waterdrinker, die in Moskou woont en vloeiend Russisch spreekt. Waterdrinker wil liever met mij op een terras naar Russische schoonheden kijken, maar ik zeg dat ik net als die anderen tot waanzin verval als ik niet weet wat hier gaande is.

Een paar uur lang spreken we, zowel in het ene als in het andere museum, met diverse betrokkenen. Onder wie, in het eerste museum, een strenge, grijsharige vrouw, Larissa, die ons uitnodigt deel te nemen aan de rondleiding die op het punt van beginnen staat. Uit beleefdheid stemmen we toe.

Waterdrinker kreunt als hij hoort dat het een uur duurt. Larissa ziet er streng op toe dat Waterdrinker elke zin van haar betoog omzet in het Nederlands; zodra hij stilvalt of op zijn telefoon kijkt, roept ze op scherpe toon zijn naam. Eindeloos wijdt ze uit over de objecten in de vertrekken die niet van Boelgakov zelf zijn geweest.

De gesprekken die we voeren in het tweede museum leveren meer op. Het begon allemaal in 1984, toen de Sovjetautoriteiten een theaterdirecteur die het boek op de planken bracht zijn staatsburgerschap ontnamen. Uit protest namen Boelgakov-vereerders bezit van het trapportaal. In het tweede appartement, eisten ze, moest een aan het boek gewijd museum komen.

De bewoners, die over de adepten heen moesten klimmen om hun voordeur te bereiken, waren het zat. Onder leiding van voornoemde Morozov, een zelfverklaard geestelijke die het werk van Boelgakov satanisch noemt, kwam het bewonersverzet op gang. De muren werden overgeverfd, de toegangscode veranderd, maar telkens wisten de vereerders weer binnen te dringen en nieuwe schilderingen aan te brengen.

Het Boelgakovhuis in Moskou, waar de schrijver korte tijd heeft gewoond. Beeld Flickr.com

Moker

Toen het eerste museum, dat in 2004 werd geopend, nachtelijke excursies ging verzorgen met verklede personages uit het boek, sloegen bij Morozov de stoppen door. Met een moker drong hij een depot van het museum binnen en sloeg er de boel kort en klein.

In 2007 kwam het tweede museum met gemeentesteun tot stand, wat leidde tot woede en afgunst bij het eerste, dat alles zelf had moeten financieren en het tweede, veel populairdere appartement er graag bij had willen hebben. De beeldhouwer, vernemen we, is een koppige oude man die een veel te groot beeld ontwierp, maar zijn plannen weigerde aan te passen. Wat overblijft, is het onfortuinlijke lot van de acteurs; daarvoor heeft niemand een verklaring.

In het Boelgakovhuis in Moskou, waar de schrijver korte tijd heeft gewoond, zijn twee rivaliserende musea gevestigd. Beeld Flickr.com
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.